Getroffen Balinezen voelen zich alleen gelaten

Een geëmotioneerde president Megawati beloofde de Balinezen na de bomaanslag in november zoveel mogelijk steun. Maar de praktijk is anders: de slachtoffers zijn afhankelijk van de hulp van buitenlanders.

DENPASAR - Met een gelukzalige grijns op zijn gezicht zet de 23-jarige Sabri voorzichtig weer zijn eerste stappen. Een maand geleden lag hij nog zwaargewond in een ziekenhuis, en moest hij leren leven met het vooruitzicht dat hij nooit meer zou kunnen lopen.

Bij de aanslag van 12 november in Kuta Beach, waar Sabri werkte als toeristengids, kwamen stukjes metaal in zijn hersenen terecht. In de fysiotherapiepraktijk van de Nederlander Hans Nooy leert hij opnieuw lopen en praten.

,,De jongen was totaal aan zijn lot overgelaten in dat ziekenhuis. Zijn familie, die op het eiland Lombok woont, wilde hem naar huis halen. We hebben zware druk op ze uitgeoefend dat vooral niet te doen: op Lombok is de gezondheidszorg nog beroerder dan hier. Daar zou hij in een hoekje van het bamboehuis terechtkomen. Een invalide wordt door de Indonesische samenleving afgedankt'', zegt de Nederlandse fysiotherapeut.

Sabri mag van geluk spreken dat hij werd gevonden. Volgens Nooy zijn er 'gigantisch veel' mensen die bij de aanslag gewond raakten en geen behandeling krijgen. Maar zijn praktijk is de enige op het hele eiland, op een afdeling in het ziekenhuis van Denpasar na waar als behandelingsapparaat slechts een afgedankte fiets staat. Nooy houdt zijn kliniek draaiende dankzij giften uit Nederland en van buitenlanders op het eiland.

Sabri werd gevonden door een groepje buitenlandse vrijwilligers die alle banjars (buurtschappen) en ziekenhuizen afstruinen op zoek naar gewonden en vermisten. Van ruim zeventig Indonesiërs, veelal illegalen of prostituees, is nog steeds niet bekend of ze nog in leven zijn.

Dat geldt bijvoorbeeld veel vriendinnen van Widi, die als prostituee in de getroffen Padi-club werkte. Van minstens twintig meisjes weet ze niet waar ze zijn gebleven. In haar kleine kamertje, in de rosse buurt achter de verwoeste discotheek, vertelt ze geëmotioneerd dat ze niet naar de politie of het ziekenhuis durft te gaan. Op haar bed ligt een knipselmap met artikelen over de aanslag. Ze verkeert nog in een shock, maar wil de reguliere traumazorg niet bezoeken. Prostituees worden door de samenleving afgewezen. Zesendertig lichamen van omgekomen Indonesiërs zijn inmiddels geïndentificeerd. Maar nog steeds niet Juriani's echtgenoot. Er waren net twee passagiers zijn taxi ingestapt toen de bom afging. Van zijn auto bleef niets over.

Sinds zijn dood is Juriani aangewezen op haar schoonfamilie. Volgens de Balinese cultuur komen na het overlijden van de man al zijn bezittingen, inclusief zijn vrouw, aan zijn familie toe.

Juriani woont in een gehucht met haar twee kinderen, maar gaat binnenkort weer verhuizen -naar een broer van haar man. Er is hier geen school en ze heeft een dokter nodig voor een van haar gehandicapte kinderen. Met doffe ogen vertelt ze dat haar schoonfamilie goed voor haar zorgt.

In Indonesië bestaat geen sociaal vangnet. Ieder slachtoffer heeft weliswaar recht op een paar honderd euro, maar de informatie is gebrekkig en ook Juriani weet niet bij welk loket ze zich moeten melden.

De Balinese samenleving is tot in het hart getroffen door de bomaanslag. Tachtig procent van de bevolking is afhankelijk van de toeristen, en nu die wegvallen zitten meer dan honderdduizend Balinezen zonder werk.

In zijn voormalige souvenirwinkeltje tegenover de discotheek woont Made in een provisorisch ingericht kamertje met zijn vrouw en twee kinderen. Op enkele trappen na bleef er niets van het pand over. Hij wacht nog steeds op bericht van de verzekering, maar hij weet dat die toch bijna nooit uitkeert. Hij stak zich diep in de schulden door geld voor de wederopbouw te lenen.

Meer dan 450 winkels zijn door de bomaanslag beschadigd. Iedere eigenaar kreeg een paar honderd euro, maar dat is niet genoeg om de zaakjes weer op te bouwen. Het is net genoeg voor het dagelijkse levensonderhoud en de school voor de kinderen.

De Balinezen voelen zich in de steek gelaten door Jakarta. Allerlei beloften werden na de aanslag gedaan, maar er is nauwelijks geld gekomen. Terwijl zestig procent van de inkomsten uit de toeristenindustrie per jaar naar Jakarta gaat. ,,We zijn een ordinaire melkkoe. Ibu Megawati bekommert zich niet om ons'', zegt een boze Balinees.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden