Getergde Cavendish haalt zijn gram

(Trouw)Beeld REUTERS

De jubilerende Primavera hoopte op een Italiaanse winnaar. Met de Brit Mark Cavendish ging die wens bijna in vervulling.

In een tentje bij de finish stopte Mario Cipollini zijn gezicht bijna in een televisiescherm. Zo ingespannen volgde de voormalige spurter de slotfase van Milaan-Sanremo. Toen Cavendish met een banddikte verschil Heinrich Haussler klopte op de streep, ontblootte hij zijn hagelwitte gebit. Applaus en een goedkeurend knikje volgden.

Cipollini liet zijn machopose vallen. In een oogwenk baande hij zich een weg door de menigte. De Italiaan liep in één rechte lijn naar de plek waar Cavendish uithijgde. Zijn ellebogen dienden onderweg als slagwapen. De blondine die hem vergezelde bleef beteuterd in de drukte achter.

Een andere oud-kampioen was Cipollini voor. Terwijl de jury de beelden nog bestudeerde, viel Cavendish in de armen van Erik Zabel. Samen huilden ze tranen van geluk. De Duitser, die La Primavera in het verleden viermaal op zijn naam schreef, werkte de laatste maanden als adviseur van Team Columbia nauw samen met de sprinter. Als een vader die een erfstuk overdroeg haalde Zabel een kostbaar geschenk uit zijn zak. De zilveren armband, die hij ontving na zijn eerste zege in Milaan-Sanremo, kreeg Cavendish om zijn pols. De jonge Brit raakte van zijn stuk door de onverwachte geste. Toen hij het sieraad op verzoek later toonde, beefde zijn bovenlip.

Met een snik in zijn stem vertelde hij zich niet te schamen voor het tonen van zijn emoties. „Ik heb zojuist een monument gewonnen”, verklaarde de coureur die nooit eerder in een klassieker van start ging. „Als kind keek ik naar Milaan-Sanremo. Ik nam me voor ooit mee te doen, droomde van een zege. Die wensen gingen vandaag in vervulling.”

Cavendish leek op voorhand geen logische winnaar. Hoewel hij vorig jaar met vier ritzeges uitgroeide tot de revelatie van de Tour de France, leken zijn capaciteiten begrensd. Aan zijn sprintvezels lag het niet. Geen renner in het peloton kon in de laatste 200 meter van een koers zo’n hoge snelheid ontwikkelen. Maar zodra de weg een millimeter omhoog ging, kon hij niet meekomen.

Dit manco vrat aan de 23-jarige inwoner van het eiland Man. Met frustratie als drijfveer werkte hij aan een omslag. Om op gewicht te komen trainde de tweevoudig wereldkampioen koppelkoers niet meer op de baan. Na een sessie in deze discipline moesten zijn benen drie dagen herstellen. De tijd die hij overhad gebruikte Cavendish om ritten tot 200 kilometer te maken.

Het verschil merkte hij in de Tirreno-Adriatico. ‘Cav’ verteerde de zwaarste etappe goed. Een dag na de beklimming van de Sesso Tetto won hij met overmacht de slotrit naar San Benedetto. Ondanks zijn vooruitgang hield hij met het oog op Milaan-Sanremo een slag om de arm. „Als de finish na 100 kilometer had gelegen, gaf ik mezelf een kans”, zei Cavendish. „Dit jaar komt te vroeg.”

Zaterdag kwam hij met een nieuwe uitleg. Cavendish had de finale van de race tweemaal met Zabel verkend. Met chirurgische precisie vertelde zijn begeleider op welke plek hij op de illustere Poggio, de Cipressa en de nieuwe klim Le Manie moest zitten. „Ik heb een beetje poker gespeeld”, lachte hij. „Anderen moesten blijven geloven dat mijn zwaktes nog bestonden.”

Op Latijnse wijze haalde hij uit naar Tom Boonen. De Belg had het gewaagd zich voor Milaan-Sanremo respectloos uit te laten over Cavendish. Volgens de klassiekerspecialist hoefde niemand te vrezen voor de Brit. „Bij elke klim zou ik op achterstand komen”, blikte hij terug met vuur in de ogen. „Een viaduct zou al te lastig voor me zijn. Mijn frustratie hierover diende als extra brandstof. Het gaf me net dat beetje kracht om Haussler voorbij te gaan.”

Cavendish, die een groot deel van het jaar in Toscane woont, zette op zijn beurt Boonen in de hoek. „Hier mijn wiel als eerste over de streep drukken, was het mooiste moment van de dag. Maar heel kort daarachter kwam iets anders. Ik genoot toen ik Boonen bij de beklimming van de Poggio steeds verder naar achteren zag zakken.”

Het resultaat kon hem bekoren. „Als je een rit in een grote ronde pakt, bewijs je een groot sprinter te zijn”, jubelde hij. „Als je een eendaagse wedstrijd op je naam schrijft, ben je een groot renner.” En Cipollini? Die bewonderde Cavendish oprecht, zoals vrijwel iedere Italiaan met een voorliefde voor wielrennen. Hij had er een van hen kunnen zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden