Gestrand in de Jaarbeurshal De gesprekken zijn geanimeerd, maar het eigen bed lonkt

Duizenden treinreizigers strandden gisteravond, soms ver van huis. „We maken er het beste van.”

door George Marlet en George Marlet

Steeds als de geelgejaste NS-medewerker met zijn megafoon binnenkomt, valt er een hoopvolle stilte in de warme Jaarbeurshal. Zouden er toch nog treinen rijden? Maar nee. De medewerker waarschuwt voor tasjesdieven en zakkenrollers.

Verontwaardigd geroezemoes uit de zaal. „Misselijk!”, zegt Mireille Altena. Na negen uur vruchteloos reizen tussen Den Bosch, Arnhem en Utrecht heeft ze de moed opgegeven om nog in Amsterdam te komen. „Ik zou liever in m’n eigen bed liggen, maar we moeten er het beste van maken.” Ze kent de opvang in de Jaarbeurs alleen van televisiebeelden. „Dan denk je: goh, wat sneu voor die mensen. En nou zit ik er zelf.”

Utrecht heeft in de loop der jaren aardig wat ervaring opgedaan met het opvangen van gestrande treinreizigers. Geroutineerd wordt het draaiboek afgewerkt om in de Jaarbeurshallen duizenden mensen van koffie, thee en broodjes te voorzien en zonodig ook nog van een slaapplaats.

Burgemeester Annie Brouwer komt ’s avonds even kijken en ziet dat het goed gaat. „We zijn het gewend hier. We hoeven niet eens te improviseren; we weten hoe het moet.” In de Jaarbeurs hebben zich dan zo’n vijftienhonderd mensen verzameld, in gelaten afwachting van wat komen gaat.

Veel mensen zijn goed te spreken over de manier waarop de Nederlandse Spoorwegen deze crisis aanpakken: voldoende informatie en ook op de catering valt weinig aan te merken. Maar het vooruitzicht om met honderden wildvreemden in een grote hal te moeten slapen, kan weinig mensen bekoren. De gesprekken zijn geanimeerd, maar het eigen bed lonkt. Carla uit Amsterdam is zichtbaar opgelucht als ze eindelijk haar man aan de telefoon krijgt om haar met de auto te komen ophalen. „Mijn nieuwsgierigheid is wel geprikkeld om in de Jaarbeurs te gaan kijken, maar als ik het gezien heb, wil ik wel weer weg.”

Weer komt de NS’er met zijn megafoon de zaal binnen en valt er een stilte. Ook nu is het loos alarm: de NS zoeken een man uit Wijchen. Mensen pakken hun boek weer op of tikken verder op hun laptop. In een hoek communiceert een groepje doven met handgebaren.

De meeste wachtenden berusten erin dat ze de nacht in Utrecht moeten doorbrengen. De stemming is gemoedelijk. „Nu heerst er nog een groepsgevoel”, oordeelt studente Nienke Peters, die aan de rand van de zaal zit. „Maar als er vanavond nog treinen gaan rijden, dan is dat gemoedelijke er gauw af.”

Tegen tienen verschijnt een andere NS-medewerker met megafoon. Hij heeft een verrassende boodschap: de NS gaan de ’ baanvakken schouwen’ en misschien rijden er daarna toch nog treinen. „Yes!”, klinkt het uit de zaal, gevolgd door een zwak applausje. Een run op het station blijft vooralsnog uit. „Eerst zien, dan geloven.”

Later op de avond is het nog steeds niet duidelijk of het treinverkeer op gang zal komen. Voor alle zekerheid worden er meer dan duizend bedden in de Jaarbeurshal neergezet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden