'Gestrafte moet boete doen'

Er is te veel aandacht voor daders en te weinig voor slachtoffers, vinden lezers van Trouw

Onder de druk van advocaten, jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens en rechters die zich in hun uitspraken hierbij aansluiten, staat levenslange gevangenisstraf in Nederland ter discussie.

Een week geleden nog bepaalde de hoogste rechter binnen het gevangeniswezen dat de nu 57-jarige, wegens moord tot levenslang veroordeelde Loi Wah C. recht heeft op verlof. Voor- en tegenstanders van een meer humane omgang met levenslang gestraften roeren zich in vakliteratuur, rechtszaal én op sociale media over de houdbaarheid van de straf.

Trouw publiceerde rond de jaarwisseling vier vraaggesprekken met deskundigen. Universitair docente strafrecht in Groningen en voorzitter van het Forum Levenslang Wiene van Hattum zei hierin dat een levenslang gestrafte na twintig jaar de mogelijkheid zou moeten krijgen om de rechter te vragen terug te mogen keren in de maatschappij. Hier lijnrecht tegenover stond het standpunt van Tweede Kamerlid Peter Oskam van het CDA.

PvdA-Kamerlid Jeroen Recourt neigde juist naar de opvatting van Van Hattum en Jack Keijzer, vader van een zoon die 2007 om het leven werd gebracht, toonde begrip voor beide standpunten. Hij stelde dat levenslang gestraften best iets omhanden mogen hebben, zolang die activiteiten binnen de hekken van de gevangenis plaatsvinden.

Student rechtsgeleerdheid Stefan van Tongeren van de Rijksuniversiteit Groningen onderzocht en analyseerde 75 bruikbare, substantiële reacties op de interviews, die destijds bij Trouw binnenkwamen. Hij rubriceerde de reacties aan de hand van vijf strafdoelen: vergelding, preventie, resocialisatie, herstel van de geschokte rechtsorde en beveiliging van de maatschappij.

Opvallend in de reacties is dat liefst 39 maal een beroep wordt gedaan op het strafdoel 'vergelding'. De uitleg hier is dat de dader zijn slachtoffer leed heeft toegebracht en als boetedoening hiervan zelf leed moet ondervinden. Verder stuit het aanpassen van levenlange gevangenisstraf in het voordeel van de gedetineerde vaak op bezwaren.

Die komen vooral van slachtoffers en nabestaanden, alsook van mensen die het voor deze groep opnemen. In het verlengde hiervan constateert Van Tongeren een meer algemeen verwijt: dat er te veel aandacht is voor de daderkant en te weinig rekening wordt gehouden met de belangen van slachtoffers en nabestaanden.

Voor het leed dat een dader zijn slachtoffer heeft aangedaan, moet hij achter slot en grendel, is de heersende mening. "Slachtoffers en hun familie hebben simpelweg recht op genoegdoening (...)", luidde de reactie van Het Ruime Sop op het interview met Van Hattum. "Dit negeren holt de rechtsstaat uit."

In de reacties wordt 25 keer gewezen op het strafdoel resocialisatie, vijftien keer op het herstel van de geschonden rechtsorde, terwijl 21 mensen op de noodzaak van de bescherming van de samenleving wezen. Speciale en generieke preventie kregen de minste aandacht.

Vijf mensen die reageerden op de interviews in Trouw pleitten voor de mogelijkheid dat levenslang gestraften kunnen kiezen voor euthanasie. Dit zou humaner zijn dan een uitzichtloze opsluiting gedurende vele decennia. Zo'n keuze voor euthanasie kent Nederland niet en voor zover bekend heeft een levenslang gestrafte daar, anders dan bijvoorbeeld in België, nooit om verzocht bij de gevangenisdirectie of de rechter.

Zelfdoding in gevangenissen en tbs-klinieken in Nederland komt wel met enige regelmaat voor en dan voornamelijk onder langgestraften. Het aantal varieert enigszins, maar blijft de laatste jaren beperkt tot vijftien of minder. Een voorbeeld is Lau G., die onlangs in zijn cel in de Extra Beveiligde Inrichting in Vught een einde aan zijn leven maakte, een etmaal nadat de rechter hem voor dubbele moord had veroordeeld tot levenslang.

Ook mensen die welwillend staan tegenover een verandering van de levenslange straf erkennen de 'vergeldingsdrang'. Zij zien vergelding echter meer als 'noodzakelijk en onontkoombaar aspect' van het strafrecht, concludeert Van Tongeren.

Ten slotte wordt in de reacties gepleit voor meer maatwerk bij strafoplegging. Zo oppert iemand het idee om tegen het 65ste levensjaar van een levenslang gestrafte te toetsen of hij in aanmerking kan komen voor een sprong naar de vrijheid. Levenslang blijft zo een 'ultiem afschrikmiddel, maar wordt hiermee wel humaner ten uitvoer gelegd', schrijft A. Doorgeest in zijn reactie.

75 bruikbare reacties

Voor zijn onderzoek naar de reacties op de vier vraaggesprekken in Trouw over levenslange gevangenisstraf maakte student Stefan van Tongeren onderscheid tussen 'bruikbare' en 'niet bruikbare' bijdragen. Tot de laatste categorie behoorden reacties die onvoldoende relevante informatie bevatten voor het onderzoek. Voorbeelden hiervan zijn reacties, die enkel betrekking hadden op de persoon van de geïnterviewde en of de politieke partij waarvan hij deel uitmaakt. Ook 'onderlinge correspondentie', het reageren op een andere reactie, schoof de student als 'niet bruikbaar' terzijde. Uiteindelijk zijn 75 reacties als 'bruikbaar' aangemerkt: ze kwamen bij Trouw binnen per brief, mail, bijdrage voor de opiniepagina of als internetreactie onder de interviews op de website van de krant.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden