Gestolde tijd en gestold verlangen in sanatorium Zonnestraal. 'De Toverberg' van Thomas Mann als theaterervaring.

Tuberculose is een ziekte die door de wetenschap overwonnen zal worden.

Vanuit deze gedachte ontwierp architect Jan Duiker in 1925 in opdracht van de diamantbewerkersbond, van wie vele leden door de tbc geteisterd werden, het sanatorium Zonnestraal in Hilversum. Hij gebruikte een recente, slanke constructie van gewapend beton, waardoor de gevels vrijwel geheel uit stalen profielen en glas konden worden opgetrokken, een gebouw van bijna enkel zon en licht. Zoals de gevreesde ziekte zou verdwijnen dankzij nieuwe ontdekkingen, had Duiker zijn 'wegwerpgebouw' gemaakt voor de enkele decennia dat sanatoria nog nodig waren.

Duiker stierf in 1935, bijna 45 jaar, maar zijn verwachting kwam uit: er kwamen nieuwe, effectieve behandelmethoden van tbc en Zonnestraal met zijn ijle hoofdgebouw, de twee patiëntenpaviljoens aan weerszijden, en de barakken eromheen, rotte weg tussen de duizenden vliegdennen die omwille van de frisse lucht voor de patiënten waren aangeplant. Maar het 'Nieuwe Bouwen', dat in de jaren dertig wel gezien werd als een rechtstreekse aanval op de Amsterdamse School, kreeg eind van de vorige eeuw warme pleitbezorgers die ervoor zorgden dat Zonnestraal werd voorgedragen voor de werelderfgoedlijst van de Unesco.

Sinds 2001 is de restauratie aan de gang. Het hoofdgebouw is gereed, evenals de werkbarakken waar de herstellende patiënten konden wennen aan hun terugkeer naar werkplaats en fabriek. Van de twee paviljoens is het Termeulenpaviljoen provisorisch opgeknapt en is nu een 'zorghotel', het Dresselhuyspaviljoen was al vrijwel een ruïne en staat nu, in wit plastic verpakt, de ogen bezerend lelijk te wezen, wachtend op restauratie. Maar provincie en gemeente vonden het dit jaar al tijd voor een feest, en gaven de stichting Kunst en Cultuur Noord-Holland een opdracht voor de manifestatie 'Het verhaal Zonnestraal'.

Van 15 april tot en met 3 oktober lokken landgoed en sanatorium de bezoeker met allerlei attracties, van toneel en concert tot vleermuisexcursie en picknickarrangement. Projectleidster Joke Rood leidt rond, nadat ik daarvoor een uur in het bos naar de vogeltjes heb geluisterd, die regelmatig worden overstemd door de vliegtuigjes van het nabijgelegen vliegveld of door de grote ronkers op weg naar Schiphol.

Vlakbij de villa, pas geleden met nieuw riet gedekt, waar de bond de eerste patiënten onderbracht toen Duikers ontwerp nog gebouwd werd, staat een fascinerend rond gebouw van hem, 'De Koepel'. Hierin tekende de architect achtien kamertjes op twee verdiepingen voor de dienstboden van het sanatorium: een smal bedje, een kast en een tafel, en, grote luxe, een wastafeltje met warm en koud stromend water. De komende tijd is hier de tentoonstelling 'De anatomische les' te zien over de tbc-bestrijding vroeger en nu.

Daarnaast is er een grote buitententoonstelling 'Schip op de hei', de bijnaam die Duikers hoofdgebouw weldra kreeg. Onderwerpen zijn: de emancipatie van de arbeidersbeweging, waar Zonnestraal een exponent van was in de opzet er een zichzelf bedruipende arbeidskolonie van te maken met groentetuinen, boomgaarden en stallen; het Nieuwe Bouwen, waar Duikers Zonnestraal en zijn Openluchtschool in Amsterdam de bekendste voorbeelden van zijn; en tenslotte de landschappelijke aspecten van Zonnestraal met het ideaal 'bos in de rug, heide als uitzicht' voor de kurende patiënten.

Intussen repeteert op de bovenverdieping van het hoofdgebouw toneelgroep ZT Hollandia aan haar locatieproject 'Hoogtezon', een bewerking door Jef Aerts van 'De Toverberg' van Thomas Mann, waarin de pas afgestudeerde Hans Castorp zijn kurende neef in Davos komt bezoeken en, nadat de longarts een 'vochtig plekje' op een long heeft geconstateerd, daar zeven jaar blijft, totdat in 1914 het mobilisatiebevel hem bereikt en hij zich naar het slagveld spoedt. Het stuk zal de komende tijd elk weekend worden gespeeld.

Regisseur Ivo van Megen:

,,Vanaf het begin was duidelijk dat we de productie met twee acteurs gingen maken. We hebben ervoor gekozen niet allerlei personages ten tonele te voeren, maar één verhaallijn te kiezen:

de verliefdheid van Hans Castorp voor patiënte Clawdia Chauchat, de seksualiteit die in hem loskomt. We spelen ook niet 'De Toverberg', maar de onderbuik van de roman, van Thomas Mann. We spelen niet de flegmatieke buitenkant waarin het verhaal verpakt is, maar het leven dat sluimert tussen al die ondramatische beschrijvingen van het boek, waarbij een soort doos van Pandora opengaat.”

Overigens komt het belangrijke personage van de arts Behrens wel in de handeling voor, maar zonder dat de toeschouwers verteld wordt dat Tamara Jongerden, die Clawdia speelt, ook tekst van Behrens heeft. Acteur Jibbe Willems (Hans Castorp): ,,We spelen het verhaal als herinnering van Hans Castorp, wanneer hij in de oorlog zit. De oorlog is een scène aan het begin, in het midden en het eind van het stuk. Al zijn obsessies richten zich op Clawdia, dus ook al zijn herinneringen aan personen in het sanatorium komen op haar neer.”

Tamara Jongerden: ,,Repeteren is het mooiste wat er is. Jibbe en ik hebben alles uitgeprobeerd, van heftige vrijscènes tot nu, waarin we tien meter van elkaar blijven.” Het paradijs mag niet betreden worden, zoals de regisseur het uitdrukt, en met bewondering zie ik toe hoe de twee een scène, die aan het begin van de repetitie de heftige emotie van een bijna-verkrachting had, later op de avond eindeloos ver van elkaar, maar met nog wel grotere intensiteit, spelen. Ook de nestor van het gezelschap, dramaturg Tom Blokdijk, is vandaag op bezoek en reikt behoedzaam enkele suggesties aan.

Intussen schuift Leo de Nijs, die het toneelbeeld maakt, heen en weer met de stoelen. Als toeschouwers komen we in een carré te zitten. In het midden ligt een dood paard, verwijzing naar het slachtfeest van mens en dier dat de Eerste Wereldoorlog was. Terzijde, op een verhoging, staat een monstrueuze chesterfieldbank die, zoals Van Megen uitlegt, de elitaire sfeer aangeeft van Manns sanatorium.

Achter de spelers zie je ondertussen al dat glas van Duiker, de bomen en de weidse lucht. Blokdijk vindt dat wel een mooi contrast: de 'nieuwe zakelijkheid' van de ruimte en de seizoenloosheid, de geslotenheid van het sanatorium bij Mann. Toch voelt hij ook hier in Duikers gebouw zich opgesloten, als een vlinder die niet naar buiten kan en opvliegt tegen het glas.

Van Megen: ,,'De Toverberg' is zó beschrijvend: het leeft niet. Die jongen doet niets met alle lessen die hij krijgt, niet in de liefde die hij van Clawdia krijgt, niet in de esthetiek van Settembrini, niet in de politieke theorieën van Naphta. Het is ook het geniale van de roman, dat hij geen keuzes maakt, de verlangens die in hem loskomen niet inlost. Eigenlijk zit ik een regie te doen die tegen mijzelf ingaat:

een onmogelijke, a-dramatische liefde die tegen mijn eigen romantische verlangen indruist. Maar dat maakt het ook spannend.”

Jules Kerssemaekers doet de techniek van de voorstelling: ,,Ik begin met Mahler. Ook in de keuzes van de muziek is het of alles bevroren is. Alsof de tijd in zo'n sanatorium gestold is. Het leven is losgeraakt van dat op de rest van de aarde, het zit vast.”

Van Megen: ,,Ja, die muziek is misschien wel het hart van de voorstelling.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden