Gestolde momenten

Wim van Zoetendaal poogt jonge fotografen een tegendraadse visie bij te brengen. Den Haag toont de vruchten van zijn opleiding.

Christine Baart

’Die bijschriften zijn helemaal niet belangrijk, een foto kan wel duizend bijschriften hebben’, zegt een licht spottende galeriehouder en uitgever Willem van Zoetendaal. De kunst van het kijken, daar gaat het om bij zijn foto’s die te zijn in het Fotomuseum Den Haag.

Vier jaar heeft Wim van Krimpen (directeur Haags Gemeentemuseum) aan Van Zoetendaal getrokken om deze bijzondere fotocollectie in het bezit van het museum te krijgen. Het is een verzameling van vooral onbekend werk van studenten en docenten met wie Van Zoetendaal als hoofddocent op de Amsterdamse Rietveldacademie te maken had. Een aantal heeft inmiddels succes.

Pasfoto’s op tramkaarten van zomaar iemand uit Portugal hangen naast foto’s van Koos Breukel, Rineke Dijkstra en Hellen van Meene. Onopvallend om een hoekje vind je een originele zwart-witfoto van George H. Breitner. Geen ereplaats, maar het past daar mooi naast een serie portretten ergens opgedoken in een bric-à-brac winkel in Barcelona.

Vooral veel portretten hangen hier. Waarom, weet Van Zoetendaal niet. „Misschien zijn het wel allemaal zelfportretten?” Maar dit geldt misschien wel voor iedere toeschouwer. Je denkt weer aan die momenten dat je zelf poseerde.

Wie herinnert zich niet de schoolfotograaf die je op een kruk voor een uitgerolde baan blauw papier neerzette terwijl hij druk bezig was met het instellen van zijn camera en voor jou geen oog had. Wat was de bedoeling: moest je recht vooruitkijken, lachen of juist niet? Intussen friemelde je wat aan je rokje en verschoof je ongemakkelijk op je zitvlak. Opeens had de camera dan al een keer klik gezegd en stond je op het negatief terwijl je het niet in de gaten had. Meestal kreeg je deze foto nooit te zien, maar in deze tentoonstelling hangen juist wel die momenten. Zoals in een reeks uit een voormalige DDR-studio. Deze serie maakt duidelijk dat, zoals Van Zoetendaal het zegt, „een foto een gestold moment is van de fotograaf; het is zijn visie. En op zijn beurt heeft de kijker ook zijn eigen gedachten bij wat hij ziet.”

Een ander voorbeeld van hoe Van Zoetendaal kijkt, zijn de jonge Rietveldstudenten die elk met een bewoner uit India op de foto staan. Kleurrijk, maar ze lachen geen van allen en kijken volledig langs je heen.

Van Zoetendaal (1950) begon als art director van NRC Handelsblad. Zijn belangstelling voor fotografie kreeg daar vaste vormen. De beeldredactie wilde maar al te graag de lezer met een opvallende foto-opening verrassen. Soms waren dat anonieme amateurfoto’s of foto’s gemaakt in kleine lokale portretstudio’s die Van Zoetendaal verzamelde.

In 1991 werd hij hoofddocent van de afdeling fotografie op de Gerrit Rietveldacademie. „Als een van de eerste dingen, trok ik daar de zwarte gordijnen open.” En in plaats van de studenten van tevoren perfect uitgedachte studiofotografie te leren, stuurde hij ze naar buiten met de opdracht hun eigen ding te doen. Mede door het aantrekken van docenten zoals Rineke Dijkstra en Paul Kooiker, ontwikkelden de studenten een eigenzinnige en tegendraadse visie. Lang niet altijd haarscherp en perfect belicht, maar vaak opvallend en met veel poëzie.

Voor veel studenten is Rineke Dijkstra het grote voorbeeld. Hier hangen onbekende polaroids van Portugese en Poolse kinderen, door haar gemaakt met een geleende camera van Van Zoetendaal. In ruil daarvoor mocht hij de polaroids houden. Eigenlijk schets- en studiemateriaal, maar ontegenzeggelijk alle een Dijkstra. Volgens Van Zoetendaal is dit zuivere portretfotografie: oog voor verticalen en horizontalen. Maar het opvallendst zijn, net als bij het bekende werk van Dijkstra, de poses van de kinderen.

In 2003 verliet Van Zoetendaal de Rietveld, begon een galerie en uitgeverij (Basalt) en richtte zich op het promoten van talent. Daardoor heeft hij naar eigen zeggen een kleine bijdrage kunnen leveren aan het feit dat fotografie een volledige geaccepteerde kunstvorm is. Als uitgever heeft hij ook fotoboeken gemaakt. „In mijn uitgaven is het verhaal belangrijk, de selectie, het ritme. Het moet melodieus zijn.” De voorbeelden hier laten zien dat het vaak kleine, zorgvuldig vormgegeven pagina's zijn, met weinig tekst en prachtig gedrukt op matte papiersoorten.

Op de vraag over de tegenwoordige populariteit van het fotoboek antwoordt Van Zoetendaal wat korzelig. „Het is een markt die gecreëerd wordt sinds het historisch overzicht van het fotoboek door Magnum-fotograaf Martin Parr. Een van mijn eigen publicaties raakte ik aan de straatstenen niet kwijt, maar sinds het door Parr is genoemd, is het een zeer gewild boek. Het is niet eens mijn beste uitgave.”

Liever dan over dit soort waan van de markt praat Van Zoetendaal over de toekomst van de fotografie. „Op dit moment ben ik het portret ontgroeid en het is goed dat het hier terecht is gekomen. Nu ga ik aan aan ander deel beginnen in een geheel nieuwe galerieruimte. Voor het eerst ga ik daar videowerk bij vertonen. Eigenlijk heb ik er geen geduld voor. Video is moeilijk. Dat wil ik leren.”

Collectie Van Zoetendaal, t/m 22 juni in het Fotomuseum Den Haag, www.fotomuseumdenhaag.nl. Informatie over de galerie: www.vanzoetendaal.nl

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden