Gespletenheid van Arabische homo’s

(Trouw)

In de Arabische wereld rust op homoseksualiteit een groot taboe. In het geheim wordt die echter wel gepraktiseerd. Zoals blijkt de verhalen van Abdellah Taïa en Siba al-Harez.

Op het omslag van Abdellah Taïa’s verhalenbundel ’Rendez-vous’ prijkt een jongeman met ontbloot bovenlijf. Terwijl wij naar hem kijken, kijkt hij zelf door de kieren van een zonnewering naar buiten. Zijn blik wordt doorkruist door tralie-achtige lichtstrepen op zijn lichaam. De bovenste helft van zijn gezicht en ogen zijn in schaduw gehuld.

De foto verbeeldt de Arabische visie op homoseksualiteit. Taboes gedijen immers in het donker, dus ook dit taboe, dat onder islamieten de kracht van een religieuze wet heeft. Toch zorgt juist dit strikte verbod ervoor dat homoseksualiteit in de Oriënt wel degelijk kan worden uitgeleefd, onder het motto ’wat niet weet, wat niet deert’.

Fysieke contacten tussen puberende jongens worden oogluikend toegestaan, reden waarom velen – auteurs als André Gide, Jan Hanlo en William Burroughs voorop – als sekstoerist naar Algerije of Marokko trokken.

Tot nu toe waren er in islamitische landen nauwelijks autochtone schrijvers die het aandurfden homoseksualiteit ter sprake te brengen. Uitzonderingen zijn de uit Marokko afkomstige Abdellah Taïa, en de onder pseudoniem opererende Saoedische Siba al-Harez, die haar alternatieve naam heeft afgeleid van het Arabische woord voor ’schuilplaats’. Na de verschijning van haar roman ’De wetten van mijn lichaam’ zag ze zich gedwongen onder te duiken.

Beide auteurs hebben het aangedurfd om een tip van de sluier op te lichten en hun homoseksuele geloofs- en landgenoten een stem te geven. Hun vrijmoedigheid heeft overigens niets gemeen met roekeloze frivoliteit. Ze hebben allereerst oog voor de kwetsbaarheid en het schuldgevoel van de praktiserende homoseksueel.

Aan de ene kant zien hun personages reikhalzend uit naar een normalisering van hun erotische voorkeur. Aan de andere kant – en dat heeft ongetwijfeld alles te maken met de onvervulbaarheid van het zojuist genoemde verlangen – gaan ze gebukt onder mensenhaat en zelfhaat en houden ze zich liefst zo ver mogelijk buiten de samenleving op. Het verleent hun werk een uitgesproken melancholieke inslag.

De figuren van Taïa en Al-Harez leven in twee werelden tegelijk. De jonge vrouw die in ’De wetten van mijn lichaam’ haar verhaal vertelt, leidt deels een zichtbaar en deels een onzichtbaar bestaan. Voor het oog van de wereld is ze bezig met religieus recht, theologie en filosofie. In het verborgene onderhoudt ze intieme banden met mannen én vrouwen. Daarbij zoekt ze telkens weer de grenzen op, en raakt zo verstrikt in haar verslaving aan haar jaloerse en heerszuchtige vriendin Dai.

In hun geheime leven ervaren de personages nog een extra soort gespletenheid. Aan de ene kant weten ze zich begeerd als erotisch object, aan de andere kant gedragen ze zich als voyeurs op zoek naar een lichaam. Ze koesteren weerzin jegens anderen en keren zich daarom van hen af, en tegelijkertijd jagen ze op een haast masochistische manier achter ware liefde en verbondenheid aan. Dan is het nog maar een kleine stap naar daadwerkelijke zelfkastijding en sadomasochistische seks.

Zo laten beide auteurs overtuigend zien dat een repressieve samenleving niet alleen seksuele taboes in stand houdt, maar ook verantwoordelijk is voor de geestelijke schade die daardoor wordt aangericht.

Niet alleen de actuele thematiek maakt deze twee boeken de moeite waard. Ze zijn ook aantrekkelijk vanwege stijl en verteltrant, al moet de lezer van ’De wetten van mijn lichaam’ wel bedacht zijn op een zekere wijdlopigheid, filosofische uitweidingen en een neiging tot ornamenteel taalgebruik. Maar die kleine minpunten verhinderen niet dat je het verhaal wordt ingetrokken en je identificeert met de hoofdpersoon van Al-Harez, of je het nu wil of niet.

De sms’ende en internetartikelen schrijvende studente is voor ons acceptabel, maar we voelen op zijn minst een kleine schok als we ontdekken dat diezelfde studente een gesluierde moslima is die zich beweegt in homoseksuele chatrooms en zich door haar geliefde met handboeien aan bed laat vastketenen. De vermenging van herkenbare en vervreemdende elementen staat zowel bij Al-Harez als in Taïa’s geval borg voor een fascinerende doorkijk in de broeierige wereld achter omsluierde taboes.

(Trouw)
Abdellah Taïa (Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden