Gespeelde grap is niet grappig

,,Niet je hand uitsteken en alvast wachten op de handdruk. Dan geef je de grap weg. Je gebaar moet uitnodigen om de koffer op tafel te leggen. Dát moet je willen en dat dat steeds verkeerd wordt begrepen, moet jou nog meer dan het publiek verrassen. Anders werkt het niet.''

Hanny Alkema

Regisseur/acteur Ted Keijser (1947) is gepokt en gemazeld in komische effecten. Hij weet dat die staan of vallen bij timing, precisie en serieuze aanpak. ,,Als je een grap gaat spelen, is het niet meer grappig. Zo'n scène moet je doorleefd spelen, je moet het misverstand ter plekke beleven. Als je dat gevoel niet kan krijgen, wordt het nooit leuk. Dan moeten we het niet doen,'' houdt hij de acteurs van Toneelgroep Oostpool voor met wie hij de familievoorstelling 'Dubbeldooier' repeteert, en met dat doorleefde doelt hij vooral op expressie en lichaamstaal.

Tekstlezen doet Keijser 'hooguit één keer', bij hem is het meteen de vloer op. 'Eerst een beetje opwarmen' heet het dan ook de laatste ochtend in het repetitielokaal voor verhuisd wordt naar de Spiegeltent in Enschede. Het is een kale repetitie, het decor is al weg, maar de snelle ritmische oefeningen blazen leven in de ruimte. ,,Die opwarmoefeningen heb ik uit China'', zegt Keijser. ,,Die deden ze daar vroeger in fabrieken. Die gaan het hele lijf door, het bloed gaat stromen, belangrijk zeker bij kindertheater, wat vaak al erg vroeg begint. Een andere oefening die ik graag doe is balgooien. Dat ís eigenlijk al spel, dat dwingt je op elkaar te reageren, elkaar aan te voelen en is goed voor het scènisch bewustzijn. Dat waren ze niet gewend bij Oostpool.''

,,Een basisoefening om je op toneel thuis te voelen leerde ik in Amerika. Zoals je 's nachts in je eigen huis kunt lopen zonder je te stoten, zo kun je net zo'n zekerheid op toneel krijgen via de oefening-met-het-papiertje: leg dat ergens op de vloer, concentreer je er vanaf de zijkant op om het dan geblinddoekt op te rapen. Bij het Ro Theater destijds was Lou Landré de enige die het papiertje meteen pakte; grappig toch, zo'n oude rot voor wie toneel kennelijk zijn home is.''

Na de toneelschool in Maastricht is Ted Keijser zich de tweede helft van de jaren zeventig verder gaan bekwamen aan de Dell'arte School of Mime and Comedy, Blue Lake Ca. (VS), en in Parijs aan de ücole van mimegrootmeester Jacques Lecoq. Begonnen als tentenbouwer bij Circus Boltini heeft hij sindsdien voornamelijk in het buitenland gewerkt -Amerika, Duitsland, Frankrijk, Rusland, Australië, Zwitserland, Italië- maar regisseerde hier onder andere bij het mede door hem opgerichte Maastrichtse Vervolg de oergeestige clownsshow 'Cas, Cars en Cazimir' (1983) en 'Soria Moria' (1985), een onvergetelijke 'Peer Gynt'-versie. En passant won zijn 'Madoc' bij Maccus de Hans Snoekprijs 1985 en het hilarische 'Brandweermannen' bij Wederzijds de Puck-prijs 1995.

,,'Brandweermannen' heb ik ook in Italië gedaan'', zegt Keijser. ,,In Perugia. Ik ben er heel graag, helemaal nu ik er getrouwd ben en kindertjes heb. Het klimaat is er zo plezierig, heel ontspannen. Het publiek zit er al terwijl jij nog licht inhangt, en niemand wordt nerveus. Kijk, en dát'', zegt hij als bij de lunch driftig boterhammen worden gesmeerd, ,,mis ik echt: de pasta tussen de middag, met een glas wijn. Heerlijk, twee warme maaltijden per dag. Alleen de publiciteit is moeilijk. Een kwaliteitskrant als de Repubblica heeft wel drie pagina's cultuur, waarvan één altijd over Amerikaanse showbizz gaat en zelden iets over theater, maar per stad een aparte ingevouwen stadseditie. Dus mocht je er al ooit instaan, dan is het nooit landelijk.''

Familievoorstellingen zijn Keijsers specialiteit: ,,Ik maak het liefst voorstellingen waar iedereen naar kan komen kijken. Het gaat me erg om de amusementswaarde. Dat is niet per se vrijblijvend; dingen mogen, zoals je bij een cabaretier als Hans Teeuwen ziet, best hard aankomen, maar dat op een lichte manier brengen werkt voor mij beter. Toen we bij Oostpool praatten over wat voor familievoorstelling, bleek huisschrijver Peer Wittenbols ooit begonnen met een stuk over twee broers, een twee-eiige tweeling. En wat, als we daar opera bij zouden halen?! Lekker groot uitpakken. Peer kwam met 'De Parelvissers', waarin twee mannen elkaar trouw bleken te zweren en te beloven nooit verliefd te zullen worden, wat natuurlijk wel gebeurt. Toevallig precies hetzelfde als in zijn stuk. In 'Dubbeldooier' loopt dat in elkaar over, komen de broers onverwacht in het operadecor terecht en brengen die hele opera in de war.''

Staat de sopraan zich net dromerig voor te bereiden op de volgende scène, komt de verliefde broer daar pardoes tussendoor met z'n: 'I want to save you Leïla; me, Otto, Berend z'n brozzer.' Met alleen wat krijtmarkeringen op de vloer en muziek uit een ghettoblaster komt het absurde van de situatie al aardig over. Er wordt veel gelachen. Als een medewerkster komt melden dat in Enschede tweehonderd kinderen naar een doorloop zullen komen en of dat niet beter over twee middagen kan worden verdeeld, roept de sopraan overmoedig: ,,Ach, twintig of tweehonderd, dat maakt niet uit''. ,,En óf dat verschil maakt'', zegt Ted Keijser, ,,dat zul je wel merken''.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden