Gespaard van het massatoerisme biedt het Kroatische eiland Mljet rust

Mljet. Beeld Getty Images/iStockphoto

Niet aangetast door het massatoerisme staat het Kroatische eiland Mljet garant voor een heerlijk rustig verblijf. Het geheim? Een deel van het eiland is nationaal park.

Kroatische eilanden zijn schitterend, en dat weten ze zelf ook. Onder de duizend eilanden en rotsjes die voor de kust liggen uitgestrooid, zijn er maar een paar die zich bij gelegenheid níet hebben gepresenteerd als de ‘parel van de Adriatische Zee’.

Kies je er een uit, dan doe je er ontegenzeggelijk vele tekort, maar als je van de boot stapt in Pomena, de bescheiden haven van Mljet, vind je iets wat de meeste parels niet kunnen bieden: rust.

Op de populairste eilanden is het soms dringen – om überhaupt de boot op te komen, om te wandelen of om een toegankelijk stukje zee te vinden waar je een zwemslag kunt voltooien zonder een ander te raken. Als een van de meer beschermde eilanden is Mljet relatief onaangetast door het massatoerisme dat Korčula of Brač in het hoogseizoen tot een weinig aantrekkelijke bestemming kan maken.

Mljet heeft een balans gevonden, bedenk ik als ik door het dorp loop. Als een openluchtmuseum oogt het niet. Al heeft het zijn oude, uit natuursteen opgetrokken huizen en kerken, ertussen staan genoeg nieuwe witgekalkte villa’s. Dan is Korčula met zijn middeleeuwse centrum een stuk mooier. Maar in de jaren dat ik het toerisme op de Balkan heb zien toenemen, heb ik geleerd nieuwe woonhuizen als een teken van leefbaarheid te zien, als tastbare bewijzen dat bewoners het nog kunnen betalen om tussen de ‘museumstukken’ te leven, in plaats van dat buitenlandse vakantievierders die opkopen.

Ik moet denken aan een kennis op Brač, die zo’n pittoresk oud natuurstenen huis bezit. Zij kreeg daadwerkelijk de spreekwoordelijke rijke Rus aan de deur. Hij wees naar haar en sprak in gebrekkig Kroatisch: “Huis! Hoeveel?”, voor hij vriendelijk maar beslist de tuin uit werd gezet.

Spaarzame bewoning

Voor de ruimte om rond te wandelen en de omgeving rustig op je te laten inwerken, daarvoor moet je naar Mljet. Al werken veel bewoners ook hier in het toerisme, het eiland voelt niet als een attractiepark. Niet dat Mljet de ‘onontdekte parel van de Adriatische kust’ zou zijn: al is de naam moeilijk uit te spreken, het is wijd en zijd bekend als een prachtig eiland. Maar Mljet heeft simpelweg niet genoeg accommodatie om overspoeld te raken met toeristen. Eeuwenlang bewaakten de benedictijner monniken die het eiland bezaten hier hun eigen isolement, en dat heeft zijn sporen nagelaten in een zeer spaarzame bewoning.

Tegenwoordig is een groot deel van het eiland een nationaal park, daar mag helemaal niet gebouwd worden. Mljet heeft één hotel, twee campings en dan nog een ris aan privékamers, dan ben je er wel.

De Adriatische parels hebben gelukkig een onderlinge rolverdeling. Mljet is voor de kampeerders, de fietsers, de wandelaars, en dat in kleine aantallen. Met zijn duizend inwoners en een paar duizend bezoekers erbij is Mljet vol, en degenen die wel een plekje hebben bemachtigd zijn daar dankbaar om. Het gevoel het eiland echt voor jezelf te hebben, dat lukt alleen op de promotiefoto’s, maar rustig is het er zeker. Het grillige beboste terrein helpt daarbij. Picknickend aan de kust kun je omringd zijn door andere toeristen, maar je ziet ze niet.

Als Mljet een bijnaam nodig heeft, zouden Nederlanders het wellicht het Schiermonnikoog van de Adriatische Zee noemen, maar dan twee keer zo groot. En je kunt er naast wandelen en fietsen ook klimmen en grotten bezoeken.

De voorzieningen zijn beperkt, maar adequaat. Wie een tent bij zich heeft, hoeft zich door het beperkte aantal overnachtingsplaatsen niet te laten afschrikken, al blijft reserveren aan te raden. Je kunt twee keer per dag een ferry nemen uit of naar Dubrovnik. De tocht duurt nog geen twee uur, waardoor je ook tussendoor een dag in Dubrovnik kunt doorbrengen als de rust te veel wordt. Een autoferry is er wel, maar bezoekers worden aangemoedigd hun blik op het vasteland achter te laten. Een auto is ook vrij nutteloos: het eiland kent één weg, waarop een bus af en toe heen en weer pendelt.

Paradijselijke omstandigheden

Als exotisch tintje vind je er een grote populatie wilde mangoesten. Die zijn ooit naar het eiland gebracht als oplossing voor een slangenplaag. Mljet, tekent de schrij­- ver Aleksandar Hemon op in zijn warm aanbevolen verhalenbundel ‘Wat is er toch met Bruno?’, was een eeuw geleden vergeven van de adders. “Mensen liepen altijd in hoge rubberlaarzen, zelfs binnenshuis. Iedereen wist hoe hij in een mum van tijd zijn vlees rond een slangenbeet moest wegsnijden, voordat het gif zich kon verspreiden.”

Tot een slimmerik bedacht dat mangoesten slangen eten, en een aantal exemplaren naar Mljet haalde. De beesten deden zich dermate tegoed dat gifslangen geen probleem meer zijn. Hemons oom Julius verhaalt wel van reusachtige monstermangoesten, die het evolutionaire resultaat zouden zijn van generaties inteelt onder paradijselijke omstandigheden. Maar die zijn in ieder geval de laatste jaren niet meer aangetroffen.

Lees meer artikelen uit de Trouw-bijlage Zomertijd in Kroatië in dit dossier.

Lees ook:

Trouw nooit met een Kroatische 

Zij vluchtte naar Nederland. Hij viel op haar, en kreeg er - nu ruim twintig jaar geleden - een Kroatische schoonfamilie bij. Voor dit nummer ging hij na wat er bijzonder aan hen is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden