Gesneefde rode kroonprins

André van der Louw is overleden. Hij speelde een grote rol in de Partij van de Arbeid en was burgemeester van Rotterdam. In de jaren zestig was hij een rebel die de PvdA verder naar links wilde duwen. Begin jaren tachtig mislukte een poging van hem om Joop den Uyl op te volgen. Wat bleef was zijn pleidooi voor hartstocht in de sociaal-democratie.

Met zijn donkere manen, klassieke hangsnor en pijp was André van der Louw hét gezicht van de radicalisering en verjonging die zich eind jaren zestig in de PvdA voltrok. Maar een ideologische scherpslijper was hij niet, eerder een gemeenschapsmens die zich in de periode-Kok in zijn partij meer en meer verweesd voelde.

Van der Louw is altijd blijven hunkeren naar de warmte van de 'rode familie', die hij ondervond in de AJC, de socialistische jeugdbeweging die in 1959 ter ziele is gegaan. Toen Rotterdammers in maart 2002 massaal overstapten naar Pim Fortuyn, zei hij tegen deze krant dat zijn partij de enorme verkiezingsnederlaag had te wijten aan een gebrek aan hartstocht en overtuiging. Hij ergerde zich aan de 'ideologische leegte en sfeerloze technocratie' in de paarse jaren. 'De mensen moeten niet alleen weten dat je een hart hebt, je moet het ook tonen in je politieke beleving, zodat ze je betrokkenheid kunnen ervaren', zei hij in zijn flat aan de boulevard in Scheveningen.

Over de kleur van het hart van Van der Louw, geboren als zoon van een melkboer in de Haagse Schilderswijk, kon geen twijfel bestaan. Het was de kleur van de halsdoek die hij als AJC'er op droeg: 'Rood als je hart, naar 't geluk op zoek'.

Een van zijn eerste beleidsdaden als burgemeester van Rotterdam (1974 -1981) was dat hij op 1 mei, de dag van de arbeid, de rode vlag vanaf het stadhuis liet wapperen. Voor de toenmalige vice-president van de Raad van State, de christen-democraat Ruppert, was dat reden Beatrix vlak voor haar troonsbestijging in 1980 in te fluisteren 30 april als Koninginnedag te handhaven. Dan zou het met die 1-meiviering nooit wat worden.

Van der Louw dankte zijn radicaal-linkse imago vooral aan de 'berendans' die hij op het PvdA-congres van 1969 uitvoerde uit vreugde over de verkiezing van veel Nieuw-Linksers in het partijbestuur. De huppelpasjes, die er nu onschuldig uitzien, joegen het gematigde deel van de bevolking destijds de stuipen op het lijf. De partij, die in de wederopbouw had laten zien dat ze kon meeregeren, leek in korte tijd overgenomen door jonge Turken, onder wie Han Lammers, Wim Meijer en Jan Nagel, die in 1966 onder de naam Nieuw Links naar buiten traden met 'Tien over rood'. Dit manifest bepleitte erkenning van de DDR (het communistische Oost-Duitsland) en de Vietcong (Zuid-Vietnamese communistische rebellen), verkiezing van het staatshoofd en vergaande democratisering.

In die dagen zagen sommigen Den Uyl en Van der Louw, die in 1971 samen op het verkiezingsaffiche van de PvdA stonden, voor Lenin en Stalin aan. In datzelfde jaar zegde Willem Drees sr zijn lidmaatschap van de partij op uit protest tegen de radicalisering, vooral het besluit om de katholieke KVP van samenwerking uit te sluiten.

Van der Louw was geen ideoloog, meer een inspirator met een typisch jaren-zestigprofiel als mede-oprichter van popbladen als Twen en Hitweek. Hij had een zeker charisma en gold lange tijd als de kroonprins van Joop den Uyl. Zijn tijd leek gekomen in 1981, kort na de val van het ongelukskabinet Van Agt-Den Uyl, waarin hij minister van cultuur, recreatie en maatschappelijk werk was. Tijdens een nachtelijk beraad zegden de kopstukken van de PvdA Den Uyl de wacht aan en schoven zij Van der Louw als diens opvolger naar voren. Maar Den Uyl weigerde op te stappen.

Dat betekende het einde van de politieke carrière van Van der Louw. Tragisch was dat wel. Negen maanden eerder had hij het geliefde burgemeesterschap van Rotterdam opgegeven om de landelijke politiek in te gaan. Korte tijd was hij in Den Haag minister en maakte zich impopulair met zijn plan voor een arbeidsplicht voor jongeren. Nu stond hij ineens met lege handen.

Begin jaren negentig deed hij nog pogingen de koers van de PvdA te beïnvloeden, maar Kok zag dat aan voor een coup en moest weinig van tegenspraak hebben. In 2002 constateerde Van der Louw grote leegte in zijn partij, geen ideeën, geen hartstocht. 'En ik kan me een sociaal-democratie zonder passie niet voorstellen.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden