Gesink kan ook met dit hart naar de top

Sportarts Ingrid Paul: Ritmestoornissen zijn te verhelpen, je kunt er honderd mee worden

Hartritmestoornissen komen in topsport niet vaker voor dan normaal, zegt sportarts Ingrid Paul. Ze hoeven de weg naar de top niet te blokkeren. Er zijn veel voorbeelden van sporters met hartritmestoornissen die, al dan niet na een operatie, op het hoogste niveau presteerden.

Paul is bondsarts van de nationale vrouwenvolleybalploeg, werkt in het wielrennen en op de afdeling Elite Sports Medicine in ziekenhuis Gelderse Vallei. Dat is de 'sportmedische praktijk voor de topsport', opgezet door topsportarts Peter Vergouwen.

Deze week werd bekend dat wielrenner Robert Gesink sinds zijn intrede in het profpeloton in 2007 kampt met hartritmestoornissen, hoogstwaarschijnlijk veroorzaakt door boezemfibrillatie. De ritmestoornissen gaan gepaard met aanvallen van hyperventilatie en angst, waardoor Gesink al enkele malen gedwongen was een wedstrijd te staken. De 27-jarige belofte laat zich binnenkort opereren. Waarschijnlijk worden met een laser cellen in de hartwand weggebrand om een afwijking in het prikkelgeleidingsysteem te corrigeren.

Gesink omschrijft zijn stoornis als een alledaagse kwaal, die ook bij collega-wielrenners voorkomt en niet gevaarlijk is.

Paul kan niet op de situatie van Gesink ingaan, omdat ze die niet kent. Maar ze onderschrijft zijn stelling dat hartritmestoornissen topsport niet in de weg hoeven staan. "Sporters die er last van hebben, sturen we door naar de cardioloog. Die bepaalt of het iets gevaarlijk is of niet."

Paul heeft ervaring van twee kanten, nu als sportarts en voorheen als schaatscoach. Ze kent uit haar coachpraktijk het voorbeeld van schaatster Barbara de Loor, die klaagde over hartritmestoornissen nadat ze lid was geworden van de kernploeg. "Door massage van de halsslagader zakten haar hartkloppingen weer. Dan was het weer oké. Maar een sporter die daarbij in paniek raakt, dat is niet lekker."

De Loor dacht haar probleem onder controle te hebben tot ze bij een WK in Hamar in een Nederlandse record derde was geworden op de drie kilometer. Toen ze op het bankje zat na te genieten, sloeg haar hart op hol en raakte ze in paniek.

De Loor liet zich opereren en vierde daarna haar grootste successen: in 2005 werd ze wereldkampioen op de 1000 meter.

"Over het algemeen gaat het om onschuldige aandoeningen waarmee je honderd jaar kunt worden", aldus Paul. "En als het je dwars gaat zitten, dan kan je er wat aan doen. De cardioloog kan bepalen of dat zinvol is."

In 2004 vond cardioloog dr. Hoogsteen bij onderzoek onder drie groepen goed getrainde duursportatleten dat het aanpassingsproces van het hart op duurinspanningen bij oudere sporters kan leiden tot hartritmestoornissen. Hoogsteen wilde hier gisteren geen commentaar op geven omdat Gesink zijn patiënt is.

Verschillende andere onderzoeken tonen ook een relatie aan tussen lange en intensieve trainingsperioden en boezemfibrilleren. Ook een hoge lichaamstemperatuur en het te weinig aanvullen van vocht en magnesium kan daartoe leiden.

Meer Nederlandse sporters konden hun topsportcarrière vervolgen na hartritmestoornissen. Zwemmer Joeri Verlinden werd aanvankelijk ontraden zijn carrière voort te zetten. Dat bleek op basis van een onjuiste diagnose. De vlinderslagspecialist maakte afgelopen weekeinde tijdens de Swim Cup zijn rentree en plaatste zich voor de EK.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden