Geschonden schoonheid

Overleefden ze de beeldenstorm, dan wachtte nog het loogbad. Maar de Laat-Middeleeuwse Utrechtse beelden, nu in het Catharijneconvent, getuigen van het meesterschap van hun makers.

Gehavende hoofden, afgehakte neuzen, afgebroken armen, handen die vingers missen, vraat van houtwormen. Drie beeldenstormen en ook nog een tornado hebben ze doorstaan. Grof gezegd staat er een zootje gemankeerde beelden op de tentoonstelling 'Ontsnapt aan de beeldenstorm' in Museum Catharijneconvent in Utrecht. Er zijn er maar weinig die ongeschonden de beeldenstormen tussen 1566 en 1580 hebben doorstaan.

Ruim negentig beelden van hout, steen en witte klei uit de periode 1430 tot 1530 zijn te zien op deze tentoonstelling over de bloeiperiode van de Utrechtse beeldhouwkunst. Een aantal topstukken - de meest gave exemplaren - komen uit buitenlandse musea. Zo'n twintig beelden behoren tot de collectie van het Catharijneconvent; sommige stonden al decennialang in het depot.

Nooit eerder werd zo'n grote tentoonstelling gewijd aan de Utrechtse beeldhouwkunst van de late Middeleeuwen. En dan te bedenken dat dit maar een fractie is van wat er was voor de beeldenstormen over het land raasden.

Utrecht kon destijds uitgroeien tot zo'n belangrijk centrum voor de beeldhouwkunst door de bouw van een nieuwe kathedraal, de gotische Dom. Dat trok veel beeldhouwers en vaklieden aan die wilden profiteren van dit gigantische bouwproject. Ook maakten ze sculpturen voor kerken en kloosters en voor de huizen van rijke inwoners.

Minstens zestig beeldhouwers werkten er in die tijd in Utrecht, maar wie welke beelden heeft gemaakt, valt niet meer te traceren. Veel beeldhouwers hebben daarom een noodnaam gekregen. Zo wordt wat oneerbiedig gesproken van de Meester van de Utrechtse Stenen Vrouwenkop; hij is vernoemd naar een stenen vrouwenkop in de collectie van het Catharijneconvent. Deze anonieme meester leidde een groot atelier met leerlingen en assistenten. Golvende, wijduitstaande krullen en halvemaanvormige ogen met wallen zijn karakteristiek voor de stijl van dit atelier. Die krullen en typische ogen duiken bij tal van beelden op. Je mag volgens conservator Micha Leeflang dan ook gerust spreken van een Utrechtse beeldhouwstijl.

Bezoekers worden aan het begin van de tentoonstelling 'begroet' door de zwaar gehavende, onthoofde Catharina van Alexandrië. Om het er meteen maar goed in wrijven wat de beeldenstormen hebben aangericht. Catharina is de naamheilige van het voormalige johannieterklooster waarin Museum Catharijneconvent is gevestigd. Het beeld (1420) werd in 1883 opgegraven op het Domplein.

Maar hoe weet je nu bij een onthoofd beeld van een anonieme beeldhouwer dat het om Catharina gaat? De conservator wijst naar het rad waarmee ze is afgebeeld. Met dit martelwerktuig werd ze vanwege haar christelijke geloof terechtgesteld door keizer Maxentius. Ook het mannenhoofd, vertrapt onder haar voeten, bewijst dat het om Catharina gaat. Het is het hoofd van de keizer die haar terechtstelde.

De expositie maakt niet alleen duidelijk hoe belangrijk religieuze beelden destijds waren in de geloofsbeleving. Je snapt nu ook waarom oude beelden uit Nederland maar zelden beschilderd zijn, terwijl het in het buitenland wemelt van kleurrijke beelden. Ooit waren 'onze' heiligenbeelden ook beschilderd, maar op een gegeven moment raakte dat uit de mode. Vooral begin vorige eeuw zijn veel beelden kaal geschuurd tot hout of steen weer zichtbaar waren of zelfs in een loogbad gegooid om beschilderingen te verwijderen. Je kijkt ineens met heel andere ogen naar de blinkend witte God de Vader uit het depot van het Catharijneconvent. Die was dus ooit net zo bont gekleurd als de Utrechtse beelden die destijds voor de export werden gemaakt en daardoor niet alleen aan de beeldenstormen maar ook aan het loogbad zijn ontsnapt. "Maar om ze nu weer over te schilderen is natuurlijk geen optie", constateert de conservator.

Een paar beeldhouwers uit Utrecht zijn niet anoniem gebleven. De beroemdste is Adriaen van Wesel die rond 1475 een altaarstuk maakte voor de St. Janskerk in Den Bosch. Jeroen Bosch beschilderde de luiken, maar die zijn verloren gegaan. Dat dit altaarstuk de beeldenstorm heeft doorstaan, is vooral te danken aan zes soldaten die het werk in 1566 dagenlang beschermden. Later werd het gedemonteerd en in stukken opgeslagen. Pas in 1896 doken twee onderdelen weer op: het Visioen van keizer Augustus en het Visioen van Johannes.

Naast dit altaarstuk heeft ook het retabel van Soest de beeldenstorm overleefd. In 1905 werd het in een dichtgemetseld uitbouwtje in de toren van de Nederlands Hervormde kerk van Soest ontdekt. Waarschijnlijk lag het daar eeuwenlang verstopt. Zo bleef het gespaard, zij het dat de beeldengroep wel aangevreten is door houtwormen.

Het meest gave altaarstuk op deze expositie komt uit Noorwegen. Waarschijnlijk werd het ooit gemaakt voor de export en is het daardoor ontsnapt aan beeldenstormen en schuurpapier. Dat geldt ook voor het kostbare altaarstuk dat geëxporteerd werd naar de kapel van Saint-Lambert in Normandië. Stuk voor stuk laten ze zien hoe hoog het niveau was van de Utrechtse beeldhouwers.

Het hoogtepunt van de tentoonstelling is de laatste zaal, waar bezoekers door een woud van beelden kunnen dwalen. Van heel dichtbij ontdek je de kleinste rimpeltjes in het gezicht van Maria, die baby Jezus knuffelt en speels in zijn voetjes knijpt. De Utrechtse beeldhouwers bleven dichtbij de alledaagse werkelijkheid. Daarom waren hun beelden waarschijnlijk ook zo belangrijk in de geloofsbeleving. De gelovigen konden zich ermee identificeren.

En zo kantelt het beeld van dat ogenschijnlijk gemankeerde zootje beelden. Het is mooi dat Museum Catharijneconvent na al die eeuwen de Utrechtse beeldhouwers weer op het voetstuk plaatst waar ze horen.

¿¿¿¿

Ontsnapt aan de beeldenstorm, t/m 24 februari in Museum Catharijneconvent in Utrecht. Daarna reist de tentoonstelling door naar het Suermondt-Ludwig-Museum in Aken. Er is een wandelroute uitgezet in Utrecht langs de plekken waar beelden uit de tentoonstelling ooit hebben gestaan. De route is verkrijgbaar in het museum, www.catharijneconvent.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden