Geschiedvervalsing van Oranje

Het Koninkrijk Nederland bestaat tweehonderd jaar. Moeten we daar blij om zijn? Een gesprek met historicus Joost Rosendaal over de oranjemythe en het belang van de tegen de Oranjes gerichte Nederlandse Revolutie.

Na dertig jaar onlusten en bloedige strijd tussen patriotten en orangisten zette Willem I in november 1813 weer voet op Nederlandse grond. Zijn terugkomst vormde het begin van de Nederlandse staat zoals we die nu kennen. De periode die daaraan vooraf gaat, blijft vaak onderbelicht. De meeste kennis van Nederlanders reikt niet verder dan de aanhouding van Wilhelmina van Pruisen bij Goejanverwellesluis.

Dat dit jaar de aandacht vooral zal uitgaan naar de terugkomst van Willem I op het strand van Scheveningen vindt historicus Joost Rosendaal niet het probleem. Hij schreef over de periode die aan dat moment vooraf ging - beter bekend als de Bataafse Revolutie - een reeks boeken. Dat bij dat jubileum de verdiensten van de burgeroorlog worden vergeten, vindt hij historisch gezien onverantwoord.

"Het Koninkrijk Nederland vormde de synthese van alle tegenstellingen die aan het eind van de achttiende eeuw bestonden. 1813 was niet mogelijk geweest zonder de Nederlandse Revolutie. Willem I borduurde voort op het fundament dat de patriotten in de jaren daarvoor hadden gelegd. Daarbij moeten we denken aan de vorming van de eenheidsstaat en de scheiding tussen kerk en staat. Eén aspect werd niet uit de Bataafse tijd overgenomen: democratie en in bredere zin de mensenrechten. Dat was een stap achteruit.

Impliciet erkende Willem I ook het belang van patriotten en hun gedachtengoed. Na 1813 bood hij revolutionairen als Daendels en Vreede posten aan. De zonen van een van mijn helden, J.C. de Kock, verhief hij zelfs in de adelstand. De Kock was radicaal, hij wilde ook dat rang en standen zouden verdwijnen: een marxist avant la lettre. Zelfs Robespierre vond zijn ideeën te ver gaan en liet hem guillotineren. Zijn zoon werd dus minister en gouverneur-generaal van Nederlands-Indië."

Hoe verliep in 1913 de viering van het Koninkrijk Nederland? Werden toen positieve betekenissen van de revolutie genegeerd?
"In 1913 kwam er een daverende bekroning van de honderdjarige natiestaat. Het was een gigantisch succes voor het koningshuis. Als je ansichtkaarten uit die tijd ziet: in elk dorp werd er voor Oranje en Nederland feest gevierd. Er was in de tijd van internationale spanningen een grote behoefte aan een gemeenschappelijk verhaal. Nederlanders waren ontzettend blij met het koninkrijk, want dat bood een identiteit en gaf een gevoel van veiligheid.

Je moet bedenken dat de Eerste Wereldoorlog niet ver meer weg was. Bovendien stond de negentiende eeuw in het teken van de natiestaten. Het koningshuis maakte heel erg slim gebruik van dat gevoel. Met koningin-regentes Emma als grandioze regisseuse profileerde dat huis zich als de belichaming van de Nederlandse geschiedenis. Nederland was onder leiding van de Oranjes onafhankelijk van Frankrijk geworden, zo stelde men het voor. Al voor 1913 werd een Oranjemythe gekweekt door de schijnwerper te richten op Willem van Oranje en zijn familie en hun rol in de Tachtigjarige Oorlog. Dát werd het fundament van het nieuwe Nederland. Het stadhouderschap in die tussenliggende eeuwen werd met terugwerkende kracht opgewaardeerd tot een soort koningschap. Dat was het uiteraard niet. De stadhouder was de dienaar van de Staten van de verschillende gewesten, meer niet. Ook al streefden hij en zijn aanhangers naar grotere macht.

In deze gecreëerde oranjemythe was totaal geen ruimte voor de prachtige kanten van de Nederlandse Revolutie. Hadden die patriotten zich immer niet tegen Oranje gekeerd? Dat waren dus foute mensen.

Na 1945 zag je regelmatig de vergelijking tussen NSB'ers en patriotten. In 1913 las je echter niets over de patriotten en ik ben erg benieuwd hoe dat volgend jaar zal zijn." Rosendaal trekt een bedenkelijk gezicht: "Ik heb niet echt een goed voorgevoel."

Hebben de Oranjes misbruik gemaakt van die cultus rond Willem de Zwijger?
"Het koketteren met hem had als doel de legitimatie van koning Willem I en zijn opvolgers en dat begrijp ik wel. Willem van Oranje is erg belangrijk voor het onstaan van Nederland geweest, punt uit.

Waar het fout gaat, is dat de Oranjes een directe lijn van hem naar zichzelf trekken. Die continuïteit is er nooit geweest.

Dat is een klassiek geval van invented tradition. De Oranjes waren voor 1813 geen koning of president, dienaars van de Staten. Nederland is langer republiek dan monarchie geweest."

Welke vervelende kanten kunnen er zitten aan de nadruk op het koninklijke jubileum?
"Dat hangt er dus van af hoe politici en opinieleiders dat oppakken. Als de nadruk komt op de bevestiging van de natiestaat, dan zou ik dat persoonlijk in hoge mate betreuren. Dan ga je met de rug naar de buren en de rest van Europa staan. Dan wordt het een nationale-op-de-borst-klopperij en afzetten tegen Europa.

De echte waarde van 1813 ligt voor mij in het integreren van de verworvenheden van de revolutie in een soort nationale verzoening, waarbij burgers uiteindelijk (1848) rechten herkregen en een serieuze stap zetten in de richting van onze huidige democratie.

Al voor 1813 namen we afscheid van onze regionale identiteit. In het begin van de achttiende eeuw voelde iemand zich Fries en geen Nederlander. Langzaam veranderde dat. Met de patriotten was er een algemeen gevoel van Nederlanderschap. In 1785 hielden zij in Utrecht een landelijke bijeenkomst ter bevestiging hiervan. Zij hadden het gevoel: we moeten naar iets gemeenschappelijks streven. De komst van de eerste Nederlandse eenheidsstaat was het logisch vervolg. Die eenheid groeide verder ondanks de bezetting en inlijving door Frankrijk begin 1800.

Wat zou er zonder de patriotten met hun Nederlands gevoel en drang naar onafhankelijkheid zijn gebeurd? Zou er dan voor Willem I wel plaats zijn geweest? Mijn stelling is dat de patriotten, paradoxaal genoeg, zorgden voor voldoende draagvlak om Willem I als soeverein vorst te accepteren."

Kongin Beatrix herdacht in 1997 het aanstaande 150-jarig bestaan van Thorbecke's Grondwet als was het de geboorteakte van de parlementaire democratie. U wijst er vaak op dat reeds in 1798 een Grondwet in werking trad waarin volkssoevereiniteit, mensenrechten en volksvertegenwoordiging als grondbeginselen van de staat was vastgelegd. Is dit een staaltje geschiedvervalsing van de koningin?
Lachend: "De majesteit heeft het natuurlijk nooit fout. Het zijn haar adviseurs die fout zaten. De mens Beatrix weet denk ik wel beter.

Maar ik was over die uitspraak van Beatrix voor de Staten-Generaal wel teleurgesteld, want het klopt niet. 1848 was een belangrijk moment: het bracht - eerder ondanks de Oranjes - de volksinvloed terug, het onderdeel uit de 'Staatsregeling voor het Bataafsche Volk' dat in 1814 niet was overgenomen. Die uitspraak is een kwestie van heel selectief shoppen in de Nederlandse geschiedenis.

Ik snap wel dat men het in 1998 niet opportuun vond om de staatsregeling van de patriotten uit 1798 te herdenken. Dat past niet in het mythische beeld dat de monarchie essentieel is voor onze staat.

Aan de andere kant dacht ik: waarom doe je zo krampachtig en omarm je de Nederlandse Revolutie niet? Het vormt een wezenlijk en cruciaal onderdeel van onze geschiedenis. Beatrix had beter een voorbeeld kunnen nemen aan Willem I die impliciet wel de verdiensten van patriotten erkende door, zoals al gezegd, hen op belangrijke posten neer te zetten. Er heeft in de jaren 1813-1815 een nationale verzoening plaats gehad. Dat zou Beatrix kunnen erkennen. Nee, ze stelt de Revolutie niet in een kwaad daglicht. Ze praatte er gewoon niet over, dat gebeurt wel vaker in deftige families."

In uw boeken schrijft u over de eigenheid van de Nederlandse Revolutie, terwijl in vele geschiedenisboeken wordt gesteld dat we die revolutie hebben geïmporteerd. Dat noemt u een 'grove miskenning'. Waar bestaat die eigenheid dan uit?
"Ten eerste is onze revolutie eerder begonnen dan die in Frankrijk. De situatie hier was ook fundamenteel anders. Frankrijk had een monarchistisch centralistische staat, wij een gedecentraliseerde republiek waar regenten en aristocraten de touwtjes in handen hadden. Onze revolutie leek op die in de Verenigde Staten, hoewel we die niet imiteerden.

De oorsprong van de patriotse opstand lag in de grootschalige corruptie die door regenten werd gepleegd. We zouden nu zeggen dat ze niet transparant waren. Burgers waren het zat dat zij belasting betaalden maar geen inzicht kregen in hoe het werd besteed. Zij eisten een eind aan de dwingelandij, willekeur en zelfverrijking. Als een schout iets declareerde wilde men weten hoeveel en waarom. Patriotten wilden kortom inspraak, controle en bestrijding van corruptie.

Regenten beschouwden hun ambt als een privébezit waar je aan kon verdienen. Functies waren overerfbaar. Het kwam voor dat zonen van vijf jaar hun overleden vader opvolgden.

Op een zeker moment werd prins Willem V het mikpunt van al het ongenoegen. Hij was de patroon en beschermheer van de regentenklasse, want die betaalden hem weer en kregen in ruil daarvoor ambten van deze opperambtenaar. Er was in het federale Nederland geen machtscentrum, zoals de Bastille in Parijs, dat bestormd kon worden. Het stadhouderschap was eigenlijk het enige focuspunt voor die onvrede. Het opvallende was dat de lagere klasse, die nauwelijks belasting betaalde en de klachten van burgers gezeur vond, de kant koos van Oranje.

Natuurlijk waren er overeenkomsten tussen Nederland en Frankrijk: de opkomst van de Verlichting. Zo was de grondwet van 1798 gebaseerd op 'Du contrat social' van Rousseau. Delen van de trias politica van Montesquieu zat erin. Ook waren de patriotten geïnspireerd door de Engelse Verlichting. Maar vergeet ook de Nederlandse verlichtingselementen niet - lees de boeken van Jonathan Israel. We mogen best trots zijn op de Nederlandse Revolutie."

U stelt dat de Nederlandse revolutie een christelijk fundament had dat dit een 'eigen fluwelen karakter' gaf. Waar blijkt dat uit?
"Een van de eerste dingen die me over deze periode opviel was het enorme aantal predikanten dat aan de kant van de patriotten stond. In 1788 werden meer dan vijftig predikanten wegens hun patriotse gezindheid uit hun ambt gezet en lagen er nog meer verzoeken daartoe. De kerk kon natuurlijk niet iedereen aan de kant zetten. Een verdere zuivering zou een predikantentekort hebben opgeleverd.

Predikanten kwamen in verzet omdat zij redeneerden vanuit de Bijbel: alle mensen zijn gelijk. Ik herinner me een pamflet van een dominee die schreef: Jezus is de ware christenpatriot. Het machtsmisbruik van regenten vond men niet in lijn met de Bijbelse boodschap."

Volgens u kennen Nederlanders zichzelf slecht. We beschouwen onszelf als een tolerant en beheerst volk, terwijl we heftige periodes in onze geschiedenis kennen, zoals de Tachtigjarige Oorlog, de Bataafse Revolutie en onlangs nog de Fortuynrevolutie. Hebben we hiervoor een blinde vlek?
"Ik heb altijd het gevoel dat we in Nederland op een vulkaan leven. Lange tijd is het rustig en plotseling komt er een uitbarsting. Dan is er ellende en onrust. Maar als de as eenmaal verdwenen is en het land vruchtbaar heeft gemaakt, dan herneemt het gewone leven zich en vergeet iedereen dat we op een vulkaan leven."

Hoe komt het dat we in Nederland ondanks onze vorige erupties toch weer zo schrokken van de revolte die Pim Fortuyn in 2002 veroorzaakte?
"Je ziet bij alle eerdere erupties sinds 1813 dat we in Nederland een corrigerend mechanisme hebben. We schrikken even en dan sluiten de rijen zich weer. Dat zagen we bij de sociale onrust in 1848 die leidde tot een majeure grondwetswijziging. Maar ook in 1918 met de oproep van Troelstra, in 1933 met de opkomst van de NSB, in 1966 met de oprichting van D66.

Zo is misschien de diepste essentie van de revolte van 2002 dat die ons wakkerschudde, waarop een noodzakelijke correctie van ons politiek systeem volgde. Het riep vragen op: wie zijn we, wat willen we? Het brengt voor even weer het fundamentele debat over vrijheid van meningsuiting terug in het publieke domein. Voor dat soort radicalisme moeten we daarom niet bang zijn, want als er iets fout zit dan moeten we dat veranderen."

Wij betaalden de Brandenburger Tor
Het symbool van de Duitse eenheid is gebouwd met 'van Nederlanders afgeperst geld', schrijft Joost Rosendaal in zijn boek 'De Nederlandse Revolutie'. De Brandenburger Tor in Berlijn werd in 1788 gebouwd om te gedenken dat Pruisen met succes was binnengevallen in Nederland om de Oranjes te steunen en de revolutie van de patriotten te onderdrukken. Symbool van die revolutie was de aanhouding door patriotten van Wilhelmina van Pruisen, de vrouw van de stadhouder, in 1787 bij de Goejanverwellesluis in Hekendorp. Wilhelmina's broer, de koning van Pruisen, stuurde daarop een invasiemacht die een einde maakte aan de opstand. Een belasting, de vijfentwintigste penning, werd ingevoerd om de kosten van de Pruisische inval én de Brandenburger Tor te betalen. Een 'Oranjeterreur van ongekende omvang' brak uit, schrijft Rosendaal, waarbij patriotten werden beroofd en vermoord.

Geschiedkundige
Joost Rosendaal (1963) doceert geschiedenis aan de Radboud Universi- teit Nijmegen. Onlangs verscheen van hem 'Tot nut van Nederland', over de patriottenstrijd in het Land van Heusden en Altena. Eerder schreef hij over de patriottenrevolte 'De Nederlandse revolutie' (2005) en zijn proefschrift 'Bataven!' (2003).

In 2009 kwam hij landelijk in het nieuws met zijn onderzoek naar het geallieerde bombardement op Nijmegen in 1944. Hij stelde vast dat het niet ging om een 'vergissingsbombardement', zoals iedereen tot dan toe dacht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden