Geschiedenis drijft een wig tussen Oekraïne en Polen

De poolse president Andrzej Duda legt bloemen bij een monument in Gdansk voor de Poolse slachtoffers van de massamoord in Wolynië.Beeld EPA

Vandaag bezoekt de Poolse president Duda zijn buurland Oekraïne. In de hoofdsteden Warschau en Kiev wordt gespannen toegekeken. De tot elkaar veroordeelde strategische partners hebben ruzie over de geschiedenis.

Hij had nog zo gewaarschuwd, de Oekraïens parlementariër en oud-minister van buitenlandse zaken Boris Tarasjoek. "Politici moeten de geschiedenis overlaten aan historici." Een kwarteeuw lang was de topdiplomaat betrokken bij verzoeningsprojecten tussen Polen en Oekraïne. Maar nu is het toch mis.

Onlangs kondigde de Poolse minister van buitenlandse zaken aan 'mensen met een extreem anti-Poolse houding' te weren. Het hoofd van een Oekraïense herdenkingscommissie kwam het land alvast niet in.

Gezamenlijke geschiedenis

De ruzie gaat over een bloedige periode in de gezamenlijke geschiedenis. Vóór de Tweede Wereldoorlog woonden in het huidige Oost-Polen en West-Oekraïne, Polen en Oekraïners door elkaar heen. In Wolynië, een regio die nu bij Oekraïne hoort maar destijds bij Polen, werden tijdens de oorlog tienduizenden, mogelijk 100.000 Poolse burgers vermoord door Oekraïense nationalisten ('partizanen') die vochten voor een eigen staat. Later namen de Polen wraak en doodden tienduizenden Oekraïners.

Tot nu toe werkten de landen samen bij historisch onderzoek naar de vele massagraven in West-Oekraïne. Politieke discussies over 'Wolynië' werden gemeden. Polen en Oekraïne zijn immers 'strategische partners', zoals politici aan beide kanten blijven benadrukken. Oekraïne vormt een buffer tussen Rusland en Polen, dus steunde Polen Oekraïne bij de toenadering tot Europa, zeker sinds het conflict in Oost-Oekraïne. "We hebben een gezamenlijke vijand (Rusland, red.). Een gezamenlijke toekomst is alleen mogelijk als we stoppen met focussen op de geschiedenis", vindt oud-minister Tarasjoek.

Maar nu is de diplomatie zoek, want in beide landen wordt de geschiedenis weer opgerakeld. Kiev verbood Poolse opgravingen in West-Oekraïne, Warschau weert Oekraïense onderzoekers. Vorig jaar al nam het Poolse parlement een verklaring aan waarmee de massamoorden van de partizanen in Wolynië als genocide worden bestempeld - tot ergernis van Oekraïne.

Oekraïne zet de partizanen tegenwoordig juist op een voetstuk. In 2015 stemde het Oekraïense parlement voor een wet die de partizanen moet eren in hun rol als onafhankelijkheidsstrijders. Zo worden straten genoemd naar hun leider, Stepan Bandera, de leider van de nationalisten die de massaslachting uitvoerden. Het eerbetoon betreft vooral het gewapende verzet tegen de Sovjet-Unie, waarin de nationalisten ook na de oorlog nog volhardden.

Achterban

Het is de vraag of de presidenten Duda (Polen) en Porosjenko (Oekraïne) er vandaag in slagen een oplossing te vinden die hun beider achterban tevreden stelt. De Poolse regering van de conservatief-nationalistische partij Recht en Rechtvaardigheid (PiS) gebruikt de geschiedenis graag om de nationale identiteit te vormen. En Kiev houdt nationalistische organisaties graag te vriend, omdat die vandaag de dag de ruggengraat vormen van de strijd tegen pro-Russische milities in Oost-Oekraïne.

Bovendien is het lastig de geest weer in de fles te krijgen. De Poolse anti-discriminatie-club 'Nooit weer' waarschuwt dat het onderlinge verbale geweld op sociale media zich verplaatst naar de straat. De organisatie rapporteerde dit jaar een tiental ernstige geweldsincidenten tegen Oekraïners, terwijl die voorheen amper voorkwamen. In Polen zijn meer dan een miljoen Oekraïners aan het werk.

"Vroeger werden er leuzen geroepen tegen joden, nu tegen Oekraïners", zegt Loekasj Kriejak, een advocaat van begin dertig, die aan de bar zit in het Zuid-Poolse Krakau. Hij bezoekt regelmatig stadions, waar spandoeken hangen met teksten als 'Dood aan Oekraïne'. "Na de wedstrijd zoeken hooligans Oekraïners om in elkaar te meppen."

Lukasz' vriend Pavel Wisj, architect, vindt Oekraïners tragisch. "Oekraïners hebben alleen grijze helden. Ze vochten voor onafhankelijkheid maar waren ook massamoordenaars."

De Oekraïense ondernemer Roman Tsjaban, woonachtig in de West-Oekraïense stad Lviv, maakt zich zorgen. "Laatst reisde ik per bus door Polen. Toen ik vertelde waar ik vandaan kom zeiden ze 'ah Lviv, dat is een Poolse stad'. Het is voor het eerst dat me dat op die toon wordt gezegd." Tsjaban is verontwaardigd over de kritiek dat de Oekraïense partizanen moordden. Dat is hem nooit verteld. "Het zou kunnen dat dit gebeurde, maar Polen vermoordden ook Oekraïners. Mijn grootmoeder zei me dat Polen ons altijd uitbuitten."

Water bij de wijn

Vorig jaar juli nog knielde de Oekraïense president Porosjenko in de Poolse hoofdstad Warschau bij het monument voor de Poolse slachtoffers van de massamoord in Wolynië. "Ik hoop dat de presidenten een oplossing vinden", zegt parlementariër Boris Tarasjoek. "Maar dan moeten beide landen toegeven, niet alleen Oekraïne."

Ook de Poolse EU-voorzitter Donald Tusk bemoeide zich via Twitter met het conflict. Hij vreest dat vooral Rusland profiteert van de onenigheid tussen Polen en Oekraïne. "Een intens conflict met Oekraïne, is dat PiS-strategie of een Kremlin-plan? We kunnen niet rustig slapen", schreef hij.

Beeld Louman & Friso

De massamoord in Wolynië laat zich niet doodzwijgen

De trauma's van de massale slachtpartijen in Polen zitten diep. Pas sinds kort kunnen de slachtoffers van toen er over praten.

Miroslaw Hermaszewski (76) kan er nog altijd moeilijk over praten. Hij bleef als anderhalf-jarig kind achter in de vrieskou, nadat zijn moeder gewond raakte door een kogel, toen Oekraïners hun dorp kwamen 'zuiveren' van Polen. "De dag daarna kwam mijn vader de doden zoeken. Hij vond opa en hij zag een bebloede deken in de sneeuw met mij erin. Hij dacht dat ik dood was." Toen vader later nog een keer terugging, liep hij in een hinderlaag en werd vermoord.

Dat Oekraïense nationalisten in 1943 en 1944 massaal hun Poolse buren afslachtten was na de Tweede Wereldoorlog een taboe-onderwerp - Oekraïners en Polen werden geacht communistische broedervolken te zijn. Dat de Sovjet-Unie het oosten van Polen annexeerde, en vier miljoen Polen deporteerde was ook taboe. Deze Polen konden met hun traumatische ervaringen decennialang nergens terecht.

Dat gold ook voor Hermaszewski, in Polen een beroemdheid omdat hij de eerste Pool in de ruimte was (in 1978). Hij was nooit kosmonaut geworden, vertelt hij, als hij niet gelogen had over zijn verleden. Als voorbeeld noemt hij het moment waarop hij formulieren invulde voor zijn officiersopleiding. Hij wilde opschrijven dat Oekraïense nationalisten zijn vader vermoordden, maar hun nationaliteit noemen was niet de bedoeling: de daders waren 'fascisten', verbeterde iemand hem.

Miroslaw HermaszewskiBeeld xx

Tijdens zijn carrière in de Sovjet-ruimtevaart hield Hermaszewski vervolgens zijn mond. "Ik bleef zo ver mogelijk uit de buurt van Oekraïense kosmonauten. Als ze hun liedjes zongen, ging ik de kamer uit." Het duurde jaren voordat hij in staat was te vergeven. "Je mag niet alle Oekraïners op een hoop gooien."

Na de val van het communisme leek even het zwijgen doorbroken: er werden tientallen organisaties opgericht om de herinnering aan het vroegere Oost-Polen levend te houden. Maar tot voor kort kregen ze weinig gehoor, vertelt Ewa Siemaszko op een bijeenkomst van de Vereniging van Liefhebbers van Wolynië en Polesië, net zo'n overlappingsregio als Wolynië. Siemaszko begon na 1989 als amateur-historica verhalen te verzamelen van overlevenden.

Jarenlang was er nauwelijks belangstelling voor haar werk. Warschau zag een onafhankelijk Oekraïne als buffer tegen Rusland, de goede relatie met Kiev mocht niet in gevaar komen. "We kregen te horen dat we het verleden moesten laten rusten, omwille van de toekomst", zegt Siemaszko. "Wij werden genegeerd en zelfs uitgelachen." Het kantelpunt was de film Wolyn (Wolynië) die vorig jaar in première ging. De Poolse regisseur Wojciech Szmarzowski toonde de moordpartijen in al hun gruwelijkheid. Daarmee was het onderwerp ontsnapt uit achterafzaaltjes met nostalgische senioren.

Krzesimir Debski ziet die belangstelling nu iedere week. De musicus-componist is zoon van een overlevende en schreef het boek 'Niets is in orde'. "Ik heb in een half jaar tijd veertig lezersbijeenkomsten gehad. Telkens honderden mensen." Hij treedt ook regelmatig op in Oekraïne en ziet het nationalisme groeien. "Tien jaar geleden vond 2 procent van de Oekraïners dat Bandera (de leider van de Oekraïense nationalisten in de Tweede Wereldoorlog, red.) een held was. Nu al 35 procent."

Ook Debski koestert geen wrok. "Mijn ouders werden gered door Oekraïners." Deze Oekraïners hebben er volgens hem alle belang bij de waarheid over de moordpartijen niet te verhullen. "Het percentage nationalisten was niet zo heel groot, maar als ze nu Bandera op grote schaal gaan vereren, belandt de verantwoordelijkheid voor die moorden op de schouders van alle Oekraïners."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden