Geschiedenis als leerschool in compassie

KOLDERVEEN - Op de studeerkamer van Auke Jelsma staat een bonsai-boompje. “Gekregen van een student die ik een jaar lang intensief met zijn scriptie heb geholpen. 'Het heeft veel zorg nodig en 't blijft toch altijd klein', zei hij erbij. Dat is toch prachtig, zo'n manier van naar jezelf kijken.”

Vergenoegd vertelt Jelsma over de grote en kleine voorwerpen die hem omringen: een houten zebraatje-met-voerbak, een kapitale vrijmetselaars-zetel, het bonsai-boompje. Alle dingen hebben hun verhaal, en Jelsma is een verteller. Het was zijn passie voor verhalen die hem tot de kerkhistorie leidde, het vak dat hij sinds 1970 heeft gedoceerd aan de Theologische universiteit van de gereformeerde kerken in Kampen. Morgen neemt hij afscheid als hoogleraar, omdat hij onlangs 65 is geworden.

“Nog steeds vind ik het het leukste als mijn wetenschappelijke werk ook uitmondt in een roman of novelle. Zoals bijvoorbeeld over Franciscus van Assisi en Birgitta van Zweden. Als wetenschapper ben je altijd gebonden aan je bronnen. Maar je leert de figuur die je bestudeert steeds beter kennen - en dan gaat je intuïtie verder. Daar wil ik dan graag iets mee doen. Je begint met een paar opstellen over de kruistochten, dan volgt er een wetenschappelijk congres met een boek en vervolgens heb ik een kort verhaal geschreven over iemand die aan een kinderkruistocht meedeed.”

Als jongen op het gereformeerd gymnasium in Amsterdam schreef Auke Jelsma al verhalen, die werden gepubliceerd in voorbije bladen als 'Ontmoeting' en 'De Spiegel'. Later kwamen daar romans, novellen en hoorspelen bij. Toch ging hij theologie studeren en geen letteren, omdat hij vreesde dat een loopbaan als schrijver ertoe zou leiden dat hij voortdurend in eigen leven zou blijven ronddraaien. Bovendien kon hij als dominee zijn verhaal ook wel kwijt - hetzij vanaf de kansel, hetzij via zijn hobby.

Eenmaal predikant ontdekte hij spoedig dat zijn kennis tekortschoot om goede historische boeken te kunnen schrijven. Zo belandde hij als doctoraalstudent bij prof. D. Nauta aan de VU en kon hij uiteindelijk van zijn liefhebberij zijn broodwinning maken.

Als wetenschappelijk hoofddocent en later als hoogleraar heeft Jelsma zich veel met de Middeleeuwen beziggehouden. Dat heeft geresulteerd in een oeuvre dat niet erg gereformeerd aandoet. Behalve door genoemde heiligen werd hij gefascineerd door de mysticus Johannes van 't Kruis, door doperse voormannen als Melchior Hoffman en Jan van Leiden en door de quaker John Woolman.

In zijn vorig jaar gebundelde studies over de aanstormende Reformatie ('Zonder een dak boven het hoofd'; Kok) klinkt weemoed over wat er door de breuk met Rome allemaal verloren ging.

Toch wil Jelsma niet horen van de suggestie dat hij een vreemde eend in de gereformeerde bijt is: “De gereformeerde traditie heeft juist altijd mensen voortgebracht die eigenzinnig tegen de werkelijkheid aankeken. Neem S.J. Popma, of Klaas Schilder en zelfs Abraham Kuyper. De gereformeerde kerken zijn door de rationalistische inslag van de Doleantie en het bevindelijke van de Afscheiding altijd een rariteitenkabinet geweest. Ik vind dat ik daarin pas.”

“Het was door de werkverdeling in Kampen dat ik de middeleeuwse geschiedenis kreeg toebedeeld. Als je je daarmee bezighoudt, zei Noordmans al, raak je wat je protestantse overtuiging betreft wel een beetje van slag. Dat is ook zo. Je komt zoveel spiritualiteiten op het spoor; dan kun je moeilijk zo eenzijdig blijven dat de Reformatie je begin en je einde is.”

Oog krijgen voor de gevarieerdheid, de ruimte die er is in de omgang met God, betekent bijvoorbeeld dat je niet meer zo gemakkelijk probeert om anderen te bekeren, heeft Jelsma ervaren.

Hij weet zich bijzonder aangesproken door de quakers die in hun manier van leven laten zien wat het betekent om het kwaad te mijden. “Wie mij nog steeds enorm fascineert is de achttiende-eeuwer John Woolman. Zijn dagboek, dat is een vijfde evangelie dat iedereen zou moeten kennen. ('In een bloedrode mist', Meinema 1993) De waarde van religie is dat die je helpt ontdekken dat wij verstrengeld zijn in de machten van het kwaad. Woolman was zó bedacht op de bronnen van het heil dat hij steeds beter ging zien waarin het kwaad school. Hij wilde zich niet meer laten bedienen door slaven, weigerde gebruik te maken van spullen die dankzij slavernij een bepaalde prijs hadden. In zijn dagboek lees je hoe hij geleidelijk zijn levensstijl saneert. Zo werd hij een groot bestrijder van slavernij en andere misstanden.

Als je Woolman leest zie je hoe mystiek tot engagement kan leiden. Als mystiek daar niet toe leidt, is het zelfbevrediging en daar is godsdienst niet voor.''

De mystiek beschouwt Jelsma als dé brug tussen de religies. Met collega's in Nijmegen en Leuven werkt hij aan een handboek over mystiek, waarvan het eerste deel volgend jaar moet verschijnen. Het wordt interreligieus van opzet, ook al is de redactie in gereformeerde en katholieke handen: “Mystiek is altijd de stroming geweest die open minded was. Het is leuk om dat zichtbaar te kunnen maken.”

“Aanvankelijk zouden we alleen over christelijke mystiek schrijven, maar dan moet je dogmatisch te veel binnen een bepaalde stroming blijven. De waarheid kan niet door één stroming geannexeerd worden - daarvoor is 'ie te groot.”

Als beoefenaar van de kerkgeschiedenis heeft Jelsma niet gekozen voor een verdedigende invalshoek, vanuit het gezichtspunt dat er één vaststaande waarheid is. Aan de andere kant heeft hij zich evenzeer afzijdig gehouden van de polemiek. Wat iets anders is dan dat Jelsma onomstreden was. Zijn benoeming als hoofddocent in Kampen had destijds nogal wat voeten in de aarde, omdat hij al enkele malen in aanvaring was gekomen met gereformeerden die hem te lichtzinnig vonden.

Jelsma typeert zijn eigen weg als een leerschool in compassie. Dat zette hij ook als opschrift boven de biografische schets die hij maakte voor de afscheidsbundel die hem morgen wordt aangeboden. Want hoe voorkom je nu dat de bestudering van de kerkgeschiedenis, met al z'n breuken en falen, mismoedig maakt.

“Compassie leidt niet tot relativering of ontmoediging. Je ziet door de hele geschiedenis heen toch telkens weer mensen die door ware humaniteit bewogen worden. Het lijkt vaak dat hebzucht de overhand heeft en dat de hardste schreeuwers de grote jongens zijn, maar dat is niet waar. De echte dragers van de geschiedenis zijn mensen die door humaniteit bewogen worden. De stormen van de barbaren in de eerste eeuwen zijn echt verschrikkelijk geweest. Maar in de kloosters en door individuen werden telkens plekken van menselijkheid gecreëerd.

Zelfs in de concentratiekampen waren mensen de de humaniteit wisten te bewaren. Humaniteit beloont zich ten slotte altijd. En dan nog: je kunt beter ten onder gaan door het betonen van humaniteit dan omdat je je ten koste van anderen hebt uitgeleefd.''

Compassie is ook het trefwoord in Jelsma's benadering van Calvijn. Over de 'ziel van Calvijn' gaat morgen zijn afscheidsreferaat. Bij veel van zijn verre nazaten is de Geneefse reformator uit de gratie vanwege zijn politiek van onverzettelijkheid, die voortkwam uit zijn eenduidige visie op de uitverkiezingsleer. “Toch was hij zo intelligent, zo gevoelig”, zegt Jelsma.

“Theologie is vaak een compensatie van gemis. Wat Calvijn schrijft over de barmhartigheid - dat is hemels en aandoenlijk menselijk tegelijkertijd. De tragiek van Calvijn is dat hij geen politieke ambities had, maar toch de grote leider van Genève werd. Er was in de eerste helft van de zestiende eeuw sprake van morele ontworteling.”

“Onze tijd lijkt er wel op. Calvijn wilde een stad maken van mensen die God dienden. En Genève werd een stad van recht en orde zoals ze elders maar zelden werden aangetroffen. Maar dat betekende ook dat ouderlingen huizen binenvielen om te kijken of er niet gekaart werd. En dat de ketterse Servet op de brandstapel belandde. Maar toch, Calvijn probeerde in een wereld die voortdurend in verandering was een beweging tegen de ontaarding te kanaliseren, waar wij nog van kunnen leren.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden