Geschiedenis als dampende schoolplaat

'In naam der koningin', eerste aflevering dinsdag 19 november om 21.05 uur op Nederland 1. In de expositieruimte Kumpulan Bronbeek, Velperweg 147 in Anrhem, is tot 19 januari een gelijknamige tentoonstelling te zien die een indruk geeft van de totstandkoming van de tv-serie. De toegang is gratis.

'In naam der koningin', vanaf 19 november te zien, is de duurste productie ooit van de Nederlandse omroep. Hoeveel de serie precies heeft gekost is om onduidelijke redenen een geheim van Hilversum. Absoluut irrelevant, noemt een voorlichtster de vragen naar de financiële druk van 'In naam der koningin' op het verenigingsbudget van de NCRV. “Dat bedrag zegt niets. Geld is in dit geval geen maatstaf om de waarde van de serie te bepalen.”

Het laat zich niet moeilijk raden dat 'In naam der koningin' de omroep en het Stimuleringsfonds Culturele Omroepprodukties miljoenen heeft gekost. Met dat gegeven in het achterhoofd kan de NCRV het zich niet veroorloven dat 'het grote publiek', voor wie de serie is bedoeld, 'In naam der koningin' over het hoofd ziet. De massa moet vanaf aflevering 1 aan de serie gekluisterd zijn; het zwartste scenario is dat de kijkers pas ter hoogte van deel 3 ontdekken dat ze iets missen. Dan is het al te laat, en is er boven alles erg veel geld weggegooid. “Deze serie moet gelijk scoren”, zegt regisseur Bram van Erkel.

Reden genoeg voor de NCRV om eerder dit jaar journalisten van kranten en tijdschriften over te vliegen en een week onder te brengen op de Filippijnen, waar de opnamen toen hun voltooiing naderden.

Het is een vergeten koloniale geschiedenis, die er verfilmd werd. Op het grootste Filippijnse eiland Luzon werd het Nederlands-Indische Sumatra, zoals het er rond de eeuwwisseling moet hebben uitgezien, nagebootst. Nadrukkelijk is gekozen de koloniale geschiedenis hier te verfilmen, en niet in Indonesië zelf, waar de ploeg die er de (geflopte) speelfilm 'Oeroeg' kwam opnemen tegen een muur van bureaucratie aanliep. De andere optie, om het verhaal geheel in studio's in Nederland op te nemen, viel eveneens weg, omdat de vrees voor de kunstmatige sfeer die de 'Stille kracht' van Couperus destijds opriep, net iets te groot was.

'In naam der koningin' is het verhaal van Atjeh, waar de bevolking zich roert tegen de Hollanders, een opstand die uiteindelijk in 1903 door Van Heutz zal worden neergeslagen. Uitgerekend op dat moment besluit de Koninklijke Maatschappij tot Exploitatie van Petroleumbronnen in Nederlands-Indië een jonge voortvarende geoloog, gespeeld door Thom Hoffman, op een naar later blijkt rampzalige expeditie het oerwoud in te zenden. Hij wordt vergezeld door de eveneens ambitieuze legerofficier Vierkens, een rol van Rik Launspach. Andere hoofdrollen zijn er onder anderen voor André van den Heuvel, Frédérique Huydts, Carine Crutzen en voor twee actrices die tijdens de opnamen het vaakst om een handtekening werden gevraagd: de Filippijnse sterren Rina Reyes en Susan Africa.

De vijfdelige serie verhaalt over de uitbuiting van menskracht en natuurlijke hulpbronnen, uitgevoerd 'in naam der koningin', en boven alles bedoeld om Haagse zakenmensen verder te verrijken en het imago van Nederland als koloniale macht te versterken. “Daarmee lopen we het risico tegen de schenen van Indië-veteranen aan de schoppen”, zegt regisseur Bram van Erkel, die voor de omroep sinds 1960 succesvolle en minder gelauwerde dramaproducties als 'De zomer van '45', 'Het wassende water' en 'Coverstory' draaide.

Van Erkel: “Het gaat misschien te ver te zeggen dat wij boeven waren, maar als er één constatering te maken valt, is het wel dat in de naam der natie veel verkeerde dingen zijn gedaan, en uit de serie al de verwachting spreekt dat Nederland zijn kolonisatiepolitiek zal moeten opgeven. Het is zoals een van de oudere KNIL-militairen zegt: 'Er gaat hier veel veranderen. Ik wil dat niet meemaken'.”

Een statement, noemt Van Erkel even later zijn serie. “Ook al is het niet vijf afleveringen kommer en kwel, onze koloniale geschiedenis is niet veel anders dan die van Bosnië of Vietnam. De impact lijkt alleen minder groot, wanneer we hier verfilmen hoe Nederlandse militairen kampongs platbrandden. Wat we hier laten zien is geschiedenis. Nederlandse historie als een dampende schoolplaat.”

“Het is een verhaal van alle tijden; wanneer die diepere bedoeling overkomt ben ik ontzettend blij. Atjeh was noch Srebrenica noch een burgeroorlog. Atjeh is het verhaal van een bezetter, gedreven door economische belangen: waar mensen als pionnen werden ingezet en dingen deden die ze normaal niet zouden doen. Feitelijk is het ook niet belangrijk over welke oorlog 'In naam der koningin' gaat, maar die geschiedenis moet wel overeenkomsten hebben met tijden waarin we ons nu bevinden. De parallel met de Golfoorlog is niet moeilijk te trekken.”

'In naam der koningin' is een gigantische productie geweest, ook zonder de tegenslag van december vorig jaar, toen de orkaan Angela met bijbehorende vloedgolf een deel van de filmset in een modderstroom verzwolg. Van Erkel filmde op vijftig verschillende locaties. Afgezien van de Filippijnen werd de televisieserie in Den Haag en in Weesp opgenomen. Een paar honderd Filippijnse figuranten werden ingezet, waarvan een groot aantal voor de gelegenheid Maleis en soms Nederlands moest leren. “De rillingen liepen mij over de rug op de ochtend dat ik een groep Filippijnse kinderen met schrille stemmen Nederlandse volksliedjes hoorde zingen”, zegt producent André Sjouerman ernstig. “Een soortgelijk gevoel had ik toen ik boven het hier nagebouwde kampement Lengkoedjoe ineens rood-wit-blauwe vlaggen zag wapperen. Misschien zit je straks met het schaamrood op de kaken te kijken, wanneer je die vlaggen in beeld krijgt. Mijn hemel, denk je dan, dat waren wij.”

Op de locatie waar in de Vietnamfilm 'Apocalypse now' de helicopter met bunnies landde voor het avondje stappen van de Amerikaanse troepen, wordt gebouwd aan het Nederlandse Fort De Cock. Twee houten toegangspoorten zijn opgetrokken, niet ver van de plaats waar de landingscirkels uit 'Apocalypse now' nog te zien zijn. KEEP OFF, staat er, alsof de pretmeisjes ieder moment weer uit de lucht kunnen vallen.

André Sjouerman kijkt er peinzend rond, nadat hij verteld heeft dat behalve Francis Coppola's film op de Filippijnen ook de Vietnamdrama's 'Platoon' en 'Born on the 4th of July' werden gedraaid. “Aan het eind van de twintigste eeuw laten we zien hoe het aan het eind van de negentiende eeuw in Indonesië was. Wellicht is dat wat laat. De kijker moet maar bepalen wat hij er van vindt, maar tien jaar geleden was 'In naam der koningin' in Nederland niet geaccepteerd.” Sjouerman haalt zijn schouders op: “De Filippijnen zijn nu een merkwaardige vergaarbak van oud zeer. Amerikanen filmden hier hun Vietnamverleden, wij onze koloniale tijd, en Filippijnse acteurs spelen net zo makkelijk voor Vietnamezen als voor Indonesiërs.”

Het is half zeven in de morgen. Net buiten Pagsanjan, bijna honderd kilometer ten zuidoosten van de Filippijnse hoofdstad, is in een bos van palmbomen de kampong nagebouwd. Gapende Filippijnse kinderen in lendedoeken, mannen in KNIL-uniformen, vrouwen in traditionele sarongs lopen er rond en voor de twintigste-eeuwse bezoeker is het alsof hij de geschiedenis binnenwandelt. Lege chipszakken, plastic bekertjes en wattenstaafjes onder de hutten verraden de werkelijke tijd, net als het toilet met het bordje FOR DUTCH STAFF AND CREW ONLY.

Ochtendnevel stijgt op uit de kampong, tussen de vochtige palmbomen door. Een vuurtje smeult, koffie gaat rond. Regisseur Van Erkel geeft instructies aan Rik Launspach. Een droom van de legerofficier Dirk Vierkens wordt opgenomen, scènes waarin de kampong wordt platgebrand. Veel tekst heeft Launspach niet, op de schelle woorden 'Alles platbranden! Afmaken!' na. Filippijnse jongetjes en meisjes lopen verlegen grijnzend blootsvoets door de modder rond, krijgen van de make-up zwarte vegen op hun gezichten en lijven. De gezichten van de filmploeg staan ernstiger, wanneer ze tussen de uit hout en stro opgetrokken huisjes lopen, die straks in vlammen moeten opgaan. “Als dit mis gaat, gaat het goed mis”, mompelt een van hen.

Om half negen is de scène al uitputtend gerepeteerd, hetgeen voornamelijk gebeurt om film uit te sparen. Een half uur later wordt de eerste opname een blooper. Launspach zwaait woest met zijn sabel, roept 'Alles platbranden!', maar zijn wapen klapt om onverklaarbare reden dubbel. Uren later wordt het eerste kamponghuisje aangestoken. Delen ervan zijn geprepareerd met lappen, doordrenkt met benzine. Het vuur vreet de voorkant en het dak van het huis in seconden op. Op afstand kijkt Bram van Erkel vanaf een klapstoeltje peinzend toe, de handen gevouwen, het gezicht erop steunend.

's Avonds verlichten vrolijke lampjes het resort buiten Pagsanjan, waar de Nederlandse filmploeg deze maanden woont; een satellietfax is er de voornaamste ader naar Europa. Thom Hoffman zit vermoeid voor een van de appartementen, terwijl krekels tsjirpen en hanen kraaien.

Hij vertelt over zijn opa, die ook in olie op Nederlands-Indië handelde, en de eerste versies van het script van 'In naam der koningin', die hij vijf jaar geleden las, en over de aanvankelijke rolbezetting, waarin hij niet de geoloog Moree maar legerofficier Vierkens zou spelen.

En Hoffman herinnert zich Kerstmis, toen het Filippijnse deel van de filmcrew bad dat hen een nieuwe tyfoon bespaard zou blijven. Hoffman: “De Filippijnen hebben geen groot koloniaal verleden. Ze zijn niet werkelijk geïnteresseerd in het verhaal dat wij verfilmen. Tegelijkertijd vormen ze een enorm afhankelijk volk; afhankelijk van de hogere klasse, en van hun geloof.”

“Ze zijn ontzettend blij met deze productie. Ze verdienen meer dan bij welke andere film ook. Kinderen die voor ons figureren verdienen net zo veel als hun vaders, die elders werken. Ze zijn niet gewend aan een regisseur die tijdens de lunch een kaartje mee legt, aan acteurs die zonder privé-chauffeur naar het werk komen, die geen eigen caravan hebben met airconditioning, die hen niet afbekken. Misschien komt dat wel doordat we Indonesië gehad hebben.” Hoffman zwijgt even: “Dat we daardoor niet meer onbeleefd durven te zijn.”

“Deze serie gaat niet over politionele acties, niet over Poncke Princen. Het gaat over een tijd waarin kolonialisme nog heel gewoon was. 'In naam der koningin' is uit een tijd dat Nederland dacht: wij horen hier, dit is ons land. Het hoofdonderwerp bestaat uit relaties tussen mensen in een vreemd land die hun dromen nastreven en ontdekken dat dat niet werkt, omdat ze in dat vreemde land niets te zoeken hebben. Die context is heel helder en van alle tijden. Je hebt de militair, de zakenman, de politicus. Het leegroven van de aarde geeft dezelfde impact - zie de reden waarom de Amerikanen wel in Koeweit en niet in Joegoslavië ingrepen.”

Thom Hoffman preciseert ineens: “Het is een serie voor een brééd publiek, niet een jong publiek. Ik denk niet dat jongeren geïnteresseerd zijn in dit verhaal. Wat kun je daar aan doen? Moeten we KNIL-militairen in spijkerbroeken laten rappen in de rijstvelden? Toch zal 'In naam der koningin' een populaire serie worden. Ik geloof ook dat het goed is dat kijkers in Nederland, die zo gewend raken aan hun dagelijkse soap, ontdekken dat er beter geacteerd kan worden, dat er een beter verhaal verteld kan worden.”

Op de kritiek dat de televisie opnieuw teruggrijpt naar het verleden van Nederlands-Indië of de Tweede Wereldoorlog om er drama van te maken, haalt regisseur Van Erkel de volgende dag zijn schouders op. “Onvermijdelijk zal de vergelijking met 'Oeroeg' van Hella Haasse gemaakt worden. Ik wéét dat dat zal komen, hoewel dit een andere tijd, een ander verhaal is. Een dooddoener dus. Hoeveel Vietnamfilms zijn er inmiddels gemaakt, in vergelijking met de films over Nederlands-Indië?” Berustender: “Uiteindelijk zijn er hooguit tien thema's denkbaar waarover je een geschikt televisiedrama kunt maken. Niets is origineel. Alle arena's zijn inmiddels aangedaan.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden