Geschaak met meesterwerken

Diefstal | Vijf gestolen schilderijen keren vrijdag terug vanuit Oekraïne naar het Westfries Museum in Hoorn. Een reconstructie van de kunstroof tot nu toe.

Kiev, Maart 2015

In de Oekraïense hoofdstad Kiev heeft kunstcurator en galeriehouder Joeri Kroelikovski een ontmoeting met een van zijn "honderden, misschien wel duizenden kennissen uit de kunstwereld", Boris Goemenjoek - een grote man met baard en leren jas. Achteraf is de ontmoeting: "het begin van een verschrikkelijke zaak".

Goemenjoek is een kleurrijk persoon. De kleine kunsthandelaar in het West-Oekraïense Ternopil trekt rond als oorlogsdichter om geld in te zamelen voor Oekraïense strijdersbataljons die vechten tegen de pro-Russische milities in het oosten van het land. Hij is aan het front geweest en is in staat het gevoel van de gewone soldaat in woorden te vatten.

Goemenjoek komt met spectaculair nieuws. Hij toont Kroelikovski een internetlink over een schilderijencollectie die tien jaar geleden is gestolen uit een museum in het West-Friese Hoorn en zegt te weten waar de werken zich bevinden: in Oekraïne. "Hendrick Bogaert hebben ze ook", zegt hij, en hij wijst op 'Boerenbruiloft' (1671). Op het doek wordt een feestelijk drinkgelag in een boerenschuur verbeeldt: sierlijk geklede boerinnen zwieren rond het gelukkige echtpaar, tegen een achtergrond van verschillende tinten bruin.

De oorlogsdichter vraagt Kroelikovski hem in contact te brengen met de Nederlandse autoriteiten ,want de Oekraïense vertrouwt hij niet. De galerie van Kroelikovski bevindt zich pal naast de Nederlandse ambassade en vanwege zijn activiteiten in de kunstwereld heeft de curator goede contacten in Nederland.

Hoorn, 10 januari 2005

Tien jaar eerder, op een vroege januari-ochtend, krijgen de medewerkers van het Westfries Museum in Hoorn de schrik van hun leven. De deur is van binnenuit opengebroken en overal ligt glas. Een bezoeker blijkt zich na sluitingstijd onder een praalgraf van een zeeheld verborgen te hebben gehouden en het alarm te hebben uitgeschakeld.

Vierentwintig meesterwerken uit de Gouden Eeuw zijn ruw uit de lijsten gesneden en verdwenen. Naast Boerenbruiloft van Bogaert gaat het om schilderijen van onder meer Jacob Waben, Floris van Schooten, Jan van Goyen en Matthias Withoos - "het hart van de collectie uit de Gouden Eeuw", aldus het museum. Ook zijn zeventig stukken zilverwerk ontvreemd.

Het onderzoek naar zowel daders als buit loopt op niets uit.

Kiev, begin juli 2015

Vier maanden na het eerste gesprek tussen Joeri Kroelikovski en Boris Goemenjoek is het zover. Op de Nederlandse ambassade in Kiev ontmoeten de heren een Nederlandse politiefunctionaris en een medewerkster van de economische afdeling.

Een eerdere afspraak was niet doorgegaan, vertelt Kroelikovski; Boris Goemenjoek was niet komen opdagen "omdat hij niet in Kiev was en hij het druk had". Nu is hij er wél.

Als bewijs dat de collectie werkelijk in Oekraïne is overhandigt Goemenjoek de ambassade een foto van Boerenbruiloft met een recente Oekraïense krant erop geplakt.

Kiev, begin augustus 2015

Het Westfries Museum is inmiddels op de hoogte van het grote nieuws over hun collectie. Zouden de meesterwerken echt binnen bereik zijn? Directeur Ad Geerdink schakelt kunstonderzoeker Arthur Brand uit Deventer in om namens het museum met Goemenjoek te spreken. Brand heeft een indrukwekkende staat van dienst als het gaat om terugvinden van gestolen kunst. Zo spoorde hij eerder in 2015 in Duitsland twee reusachtige bronzen paarden op, die ooit eigendom waren van Adolf Hitler.

Volgens onderzoeker Arthur Brand biedt Goemenjoek tijdens het gesprek naast de hele collectie schilderijen ook het zilver aan, in ruil voor een beloning van vijf miljoen euro. Het gezicht van de oorlogsdichter betrekt als hij hoort dat de waarde van de schilderijen ver onder zijn schatting ligt. Meer dan vijftigduizend euro vindersloon kan Brand hem niet bieden.

Vervolgens beweert Goemenjoek dat het een flinke klus wordt de kunstwerken terug te bezorgen. De schilderijen zouden door een verkenningseenheid van een van de Oekraïense strijdersbataljons zijn ontdekt in een villa nabij de Oost-Oekraïense frontstad Donetsk, ooit bewoond door rijkelui die banden hadden met de Oekraïense oud-president Janoekovitsj. Het is tijdrovend en gevaarlijk ze op te halen. Het gesprek eindigt in onmin. Het contact met Boris Goemenjoek loopt stuk.

Hoorn, 7 december 2015

Als gesprekken op het allerhoogste politieke niveau op niets uitlopen, besluit het museum naar buiten te treden. Directeur Ad Geerdink belegt een persconferentie en geeft een interview aan De Telegraaf. "We zitten op een dood spoor", zegt hij. "Potentiële kopers moeten weten dat zij met roofkunst van doen hebben." Er zouden aanwijzingen zijn dat de schilderijen aan partijen in het buitenland worden aangeboden. Ook is de directeur bezorgd over de staat waarin de werken verkeren.

"Een schreeuw van het museum", zo karakteriseert curator Joeri Kroelikovski de persconferentie. "Als schilderijen ergens opgerold in een kelder worden bewaard, is elke maand vertraging heel slecht."

Op de persconferentie presenteert kunstonderzoeker Arthur Brand zijn conclusies. De sporen zouden leiden naar de hoogste kringen in Oekraïne; zo noemt hij Oleg Tjachnibok, de leider van de extreem-rechtse politieke partij Svoboda, en Valentin Nalivajtsjenko, die tot juni 2015 hoofd was van de Oekraïense veiligheidsdienst SBOe. De banden van oorlogsdichter Boris Goemenjoek met de partij Svoboda - hij stond op de lokale kieslijst voor Kiev - en zijn connectie met vrijwilligersbataljons maken het verhaal smeuïg. "Met hakenkruizen en SS-tekens getooide strijders van de gevreesde, ultranationalistische vrijwilligerslegioenen hebben de historische schatten in hun klauwen", schrijft De Telegraaf.

Voor Oekraïne komt het schandaal op een beroerd moment. Over een paar maanden, in april, wordt in Nederland het referendum over het associatieverdrag gehouden. Politici zijn in paniek en de gerechtelijke instanties weten niet waar ze het zoeken moeten. "Ik heb niets officieels van Nederland gehoord", zegt vice-procureur-generaal Vitali Kasko verontwaardigd. "Waarom bellen ze ons niet eerst even?"

"Het leek op een informatiecampagne die ontwikkeld werd rond het referendum", zegt SBOe-medewerker Oleksandr Tkatsjoek, die nog steeds gepikeerd is over de negatieve publiciteit. Namens zijn chef Vasil Gritsak praat hij uitgebreid met Trouw over het onderzoek. "Het beeld werd neergezet dat Oekraïne geen Europees land is, dat het land schilderijen had gestolen en niet wilde teruggeven", klaagt hij.

Een aantal dagen na de persconferentie van het museum spreekt Trouw met Boris Goemenjoek. De oorlogsdichter toont zich verontwaardigd over de publiciteit. Hij ontkent dat er een geschil was over geld. Volgens hem is er een schandaal gecreëerd waardoor de teruggave van de schilderijen juist in gevaar is gebracht. Toch laat hij doorschemeren meer te weten. "Als we samenwerken vinden we de schilderijen", zegt hij.

Volgens kunstonderzoeker Arthur Brand had zijn media-aanpak niets met het referendum van doen. "Je kunt zeggen dat we het verhaal wat dik hebben aangezet. Maar polderen, wat wij Nederlanders graag doen, helpt soms niet. Na een half jaar waren de verdachten nog niet eens verhoord."

Hij zegt inmiddels bevriend te zijn met het voormalige hoofd van de SBOe, Vitali Nalivajtsjenko. "Hij was misschien betrokken, maar hij is een machtig man en werkt mee aan een oplossing".

Februari 2016

In de aanloop naar het referendum neemt de politieke druk op Oekraïne toe. Minister Koenders van Buitenlandse Zaken herhaalt ervan overtuigd te zijn dat Oekraïne er alles aan doet. Maar de Oekraïense onderzoeksjournalist Ljoebomir Ferens toont in een tv-documentaire over de kunstroof aan dat veel partijen in Oekraïne juist weinig belang hebben bij onderzoek. Hoge politiefunctionarissen en zakenlieden zouden meer weten over de collectie. Boris Goemenjoek geeft toe dat hij contact had met hooggeplaatsten bij veiligheidsdienst SBOe.

De veiligheidsdienst heeft "honderdvijftig mensen ondervraagd die mogelijk informatie hadden", zegt SBOe-medewerker Tkatsjoek. De resultaten: "Er zijn geruchten, maar er is geen harde informatie."

Ook kunstmanager Joeri Kroelikovski wordt ondervraagd. "Zoiets wens ik mijn ergste vijanden niet toe", zegt hij geëmotioneerd. Sinds het verhoor kampt hij met gezondheidsproblemen.

Intussen blijven er tussenpersonen opduiken die werken uit de Hoornse collectie proberen te verkopen. Kunstonderzoeker Arthur Brand toont een foto van het schilderij 'Keukenstuk' van Floris van Schoten, dat in januari - dus na alle commotie - zou zijn aangeboden aan Duitse criminelen.

14 april 2016

Een week na het referendum over het associatieverdrag van de EU met Oekraïne, waarbij de meerderheid van de Nederlandse kiezers 'tegen' stemt, komt veiligheidsdienst SBOe plotseling met het grote nieuws: vier schilderijen zijn teruggevonden, waaronder de Boerenbruiloft van Hendrick Boogaert.

"Dolgelukkig was ik toen ik dat nieuws hoorde", vertelt Joeri Kroelikovski. "Eindelijk wist ik zeker dat ik niet meegesleept was in een of ander nepverhaal, opgezet door Rusland."

Hoewel er niemand is gearresteerd, bewijst de aanpak van SBOe volgens medewerker Oleksandr Tkatsjoek dat de dienst de zaak bloedserieus neemt. Twee van de vier schilderijen zouden zijn geconfisqueerd bij een inval in de week voor het referendum. "We hadden op dat moment een persconferentie kunnen geven om een goed imago te creëren, maar om het onderzoek naar de andere twee niet in gevaar te brengen, hielden we het stil."

Op 30 mei wordt een vijfde schilderij bij de Nederlandse ambassade bezorgd. Het gaat om 'Nieuwstraat in Hoorn' van Izaak Ouwater. De eigenaar stelt niet geweten te hebben dat het schilderij gestolen was en geeft het werk zonder verdere voorwaarden terug aan het museum.

16 september 2016

Op een plechtige bijeenkomst op de ambassade in Kiev worden de vijf gevonden schilderijen overhandigd aan directeur Ad Geerdink van het Westfries Museum. Galeriehouder Joeri Kroelikovski is niet uitgenodigd. Hij is teleurgesteld dat hij geen bedankje heeft gekregen van het museum, zegt hij.

Hoe staat het met de andere negentien schilderijen?

De situatie in Oekraïne stemt niet optimistisch. Politie en justitie in Oekraïne wijzen onmiddellijk door naar de veiligheidsdienst SBOe, die een dubieuze rol speelt in het onderzoek. De veiligheidsdienst zegt op haar beurt weinig hoop te hebben. "We brachten in april het nieuws over de gevonden schilderijen naar buiten omdat we de kans klein achten dat we er meer vinden", zegt medewerker Tkatsjoek. Volgens hem leiden de sporen naar Russische maffia.

Kunstonderzoeker Arthur Brand, die nog steeds intensief bezig is met de zaak, is er juist van overtuigd dat de andere werken in Oekraïne zijn. "We zullen ze allemaal vinden", zegt hij.

Oorlogsdichter Boris Goemenjoek trekt nog steeds onbekommerd rond om zijn gedichten te declameren. Hij weigert nog te spreken over de zaak. "Ik heb geen interesse meer in de collectie", zegt hij, waarna hij de hoorn op de haak legt. Zowel Arthur Brand als de SBOe beschouwen hem als tussenpersoon die geld wilde verdienen.

Voor kunstcurator Joeri Kroelikovski was het de eerste en ook de laatste keer dat hij spreekt over de zaak. "Aan de ene kant heb ik er spijt van dat ik betrokken ben geraakt". zegt hij. "Aan de andere kant ben ik blij deel van het succes te zijn."

Michiel Driebergen, Kiev

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden