Examenklas

Gerwin van der Werf nam zijn leerlingen mee naar een klassiek concert, één voorwaarde: de smartphone moest uit

Gerwin van der Werf zijn eindexamenklas, zonder Gerwin.Beeld Vivian Keulards

Schrijver en muziekdocent Gerwin van der Werf geeft les aan examenleerlingen en volgt ze voor Tijd. Dit keer gaan ze smartphoneloos naar een klassiek concert. 

Mijn zoon zit al acht jaar op voetbal, en het toeval wil dat hij dit jaar in het team zit bij Tijn. Tijn is die krullenkop rechts vooraan op de foto die zo mooi kan zingen. Op het veld staat hij meestal rechtshalf, hetgeen in theorie betekent dat mijn zoon (rechtsback) de bal bij hem moet inleveren. In de praktijk wordt de bal vooral ingeleverd bij de tegenstander, want het team heeft sinds augustus nog geen enkele wedstrijd gewonnen. Het is werkelijk dramatisch en wat de situatie er ook niet beter op maakt: ik ben de teammanager van het elftal. 

Dat ik nog niet ben ontslagen komt omdat de andere ouders drukke banen hebben en dus geen tijd voor zo’n klus. Ik ben nog nooit ergens manager van geweest, dus ik mag in mijn handjes knijpen met zo’n functie. Echter, de wind, de kou, de regen en het zware gevoel weer een nederlaag terug naar huis te torsen: het wordt wel een beproeving.

Iedere dinsdag als ik het lokaal in kom word ik getrakteerd op een sardonische grijns van Nico. En dan zit ik ook nog in een rare spagaat: als leraar moet ik Tijn op dinsdag aanmoedigen zijn huiswerk voor de volgende dag te maken. Als voetbalmanager wil ik dat hij dinsdagavond komt trainen. Als we niet trainen zullen we nooit een wedstrijd winnen! Als we geen huiswerk maken zullen we zakken! Op een ijskoude dinsdagavond verliezen we een desastreuze partij met dubbele cijfers. Tijn is erbij. En de volgende dag in de les ook. Nico zit van oor tot oor te glimlachen. ‘Was het nou elf-nul of twaalf-nul meneer?’

Ik neem mijn klas mee naar een klassiek concert. Dat doe ik wel vaker, want het is leuk en ze leren ongemerkt van alles, bijvoorbeeld over de instrumenten van het ­orkest. Die moeten ze kennen voor het ­examen. Het is werk. Het concert is in Utrecht, daarom moet er van tevoren aldaar samen gegeten worden. Om te voorkomen dat het weer uitdraait op pizza en een hele avond dorst, reserveerde ik een restaurant waar de Duitse keuken wordt geserveerd. Schnitzel, currywurst en andere dingen waar je prima maagtabletten voor hebt. Het plan werd met gejuich ontvangen. Ik heb wel een voorwaarde: het wordt een telefoonvrij etentje. “Dus ook niet onder tafel stiekem appjes checken”, zeg ik streng. Het wordt zonder morren geaccepteerd.

Klassiek met een biertje

Zijn de post-millennials al gewend geraakt aan smartphone-vrije zones en offline-momenten? Ik weet het niet, maar op de lange tafel voor twintig man ontstaat een stevige toren van dwars op elkaar gelegde telefoons – alsof ze het vaker gedaan hebben. Het eten laat lang op zich wachten, de telefoons blijven onaangeroerd. Inmiddels brandt mijn eigen telefoon in mijn zak, want ik wil weten hoe laat het is, of we wel op tijd komen en of de kaartjes nou bij de kassa liggen of dat ik ze had moeten printen. Mirjam is de enige die een horloge draagt, en een blik daarop vertelt me genoeg. De Apfelstrudel shovelen we naar binnen, daarna marcheren we naar Vredenburg. Althans, ik marcheer en lig na tien tellen vijftig meter op hen voor. Een uitje met de klas is leuk, maar je moet geen haast hebben.

Het is een concert in de serie ‘klassiek met een biertje’. Dat is om een jonger publiek te trekken, leg ik de klas uit. Er is ook een deejay als gastheer en een lichtshow. Deejays, biertjes en gekleurd licht, dat vinden jonge mensen fijn, lijken de organisatoren vrij gemakzuchtig aan te nemen. En ze hebben gelijk, want het werkt. Op het programma staat de monumentale Turangalîla-symfonie van Olivier Messiaen. Althans, een paar delen eruit, anders duurt het te lang. Mijn leerlingen kijken wat wantrouwig naar de dertigers in de zaal. “Waar zijn die jonge mensen dan?” vraagt Diede. Het orkest is begonnen, zware akkoorden als pilaren van een tempel. Dan maak ik de grootste fout van de avond: ik kijk gauw even op mijn telefoon.

Ik zie dat ik twee keer ben gebeld. Er is een bericht ingesproken en er is geappt. Door de jeugdcoördinator van de voetbalvereniging. Het is een noodgeval. De kantinedienst morgen! Daar had ik ouders voor moeten regelen. Ik loop de zaal uit met de telefoon aan mijn oor. Het is klassiek met een biertje, dus dat moet kunnen. In de foyer van Vredeburg sta ik te bellen met de jeugdcoördinator. Hij vraagt of ik al namen heb. Het is dringend. Helaas, ik heb geen namen. De dissonanten van Messiaen dringen door de deuren heen. Ik mail en ik app alle ouders. Ik stuur ook een berichtje naar de groepsapp van de voetballers en hoop dat Tijn het niet leest tijdens het concert. Al dit quasi-belangrijke en knullige gedoe voltrekt zich terwijl in de zaal de muziek van Messiaen een mystiek en etherisch hoogtepunt bereikt. De grote thema’s van het leven zitten in die muziek: liefde, dood, eeuwigheid.

Wereldwijze levensgenieters 

Als ik weer op mijn plek zit, beschaamd en kwaad op mezelf omdat ik mij door mijn telefoon uit het moment liet halen, zie ik een groepje leerlingen naar de uitgang wandelen. Het is het clubje wereldwijze levensgenieters met Liselotte, Iris, Emile, Steven. Ze gaan even wat te drinken halen. Ik vind dat niks, ook al doet iedereen het, ook al zijn ze achttien en heet het honderd keer ‘klassiek met een biertje’. Ik denk: man, je kunt je leven lang nog biertjes halen maar deze muziek hoor je één keer! Maar ja, ik ben zelf net een kwartier weggeweest. Liselotte vraagt poeslief of ik soms ook een biertje wil. Ik schud mijn hoofd. Het betekent van alles, dat schudden, maar voor Liselotte alleen dat ik geen biertje hoef.

We halen de trein naar Leiden op het nippertje, het laatste stuk door de stationshal moeten we rennen. Nikita houdt haar handen voor haar oren omdat haar oorringen heen en weer slingeren. Er zijn veel dingen waar ik als leraar niet aan denkt en dat je niet kunt rennen met oorhangers is er een van. Leraar zijn, dat lukt me wel, maar ik ben een waardeloze jeugdcoördinator. Het is bijna middernacht. “Mogen we morgen het eerste uur vrij meneer?” vraagt Diede. Ik vraag wat ze heeft het eerste uur. Wiskunde. Ik schiet in de lach. Zo aandoenlijk, dat die achttienjarigen denken dat ik ze vrij kan geven voor wiskunde. Misschien denken ze het helemaal niet, maar proberen ze het gewoon. Vragen om het eerste uur vrij is een instinct dat in de brugklas is ontwikkeld en nooit meer helemaal weggaat.

Die zaterdag verliezen Tijn, mijn zoon en ik een cruciaal kelderduel met 1-5. Ik maak het niet mee want ik draai de kantinedienst met mijn vrouw (de andere ouders hadden het te druk). Het is tegen vijven, tijd voor Hazes-met-een-biertje in de voetbalkan­tine. Een half uur later is onze degradatie naar de vierde klasse een feit. Ik verheug mij op de pesterige grijns op het gezicht van ­Nico.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden