Gerrit Zalm heeft een selectief geheugen

In de verkiezingsdebatten beweert VVD-lijsttrekker Zalm dat zijn partij nooit kansen heeft gehad om een streng integratiebeleid door te voeren. Maar de liberalen hebben het jarenlang voor het zeggen gehad, en juist op het gebied van minderheden.

Gerrit Zalm kreeg zondag een ovatie toen hij zijn gehoor bij de start van de VVD-verkiezingscampagne in Rotterdam voorhield dat 'dertig jaar integratiebeleid is mislukt'. Los van de nuancering waar zo'n stelling om schreeuwt, loopt Zalm wel erg makkelijk weg van de medeverantwoordelijkheid van de VVD voor het integratiebeleid.

De afgelopen dertig jaar is Nederland bestuurd door twaalf regeringen. Twee kabinetten-Biesheuvel, een kabinet-den Uyl, drie kabinetten-Van Agt, drie kabinetten-Lubbers, twee kabinetten-Kok en een kabinet-Balkenende. In het kabinet-Den Uyl, twee van de drie kabinetten-Van Agt en het derde kabinet-Lubbers was de VVD er niet bij. Bij elkaar opgeteld zat de VVD sinds 1972 bijna tien jaar in de oppositie. De VVD was dus ruim twintig jaar medeverantwoordelijk voor het regeringsbeleid.

En de VVD is in die periode inhoudelijk nauw betrokken geweest bij de ontwikkeling van het integratiebeleid. De aanzet tot wat tegenwoordig integratiebeleid heet, dateert van 1979. Toen publiceerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) het rapport Etnische Minderheden.

In maart 1980 kwam de regering Van Agt-Wiegel met haar reactie op het rapport waarin het kabinet de adviezen van de WRR in grote lijnen overnam. De minister van binnenlandse zaken kreeg de taak het minderhedenbeleid te coördineren. In april 1981 verscheen de ontwerp-Minderhedennota. Eerst verantwoordelijke voor dat stuk was minister van binnenlandse zaken en vice-premier, tevens VVD-leider, Hans Wiegel.

Wiegel nam het minderhedenbeleid enthousiast ter hand. Hij vormde op zijn ministerie een Directie Minderheden. Dat was, in de woorden van Meindert Fennema, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam in de politieke theorie van de etnische verhoudingen, 'de machinekamer van de multiculturele samenleving'. De definitieve vaststelling van de Minderhedennota liet door een uitvoerige inspraakronde tot september 1983 op zich wachten. Het eerste kabinet-Lubbers was aan het bewind. Andermaal leverde de VVD de minister van binnenlandse zaken. Wijlen Koos Rietkerk loodste als eerst verantwoordelijk minister de minderhedennota door het parlement.

De kern van het minderhedenbeleid werd destijds aldus verwoord: 'Het minderhedenbeleid is gericht op de totstandkoming van een samenleving waarin de in Nederland verblijvende leden van minderheidsgroepen ieder afzonderlijk en als groep een gelijkwaardige plaats en volwaardige ontplooiingskansen hebben.' De belangrijkste middelen daarvoor waren volgens de nota het achterstandsbeleid, het achterstellingsbeleid (zeg maar antidiscriminatiebeleid) en beleid met betrekking tot participatie, emancipatie en cultuurbeleving. Behoud van eigen taal en cultuur was belangrijk onderdeel van het beleid.

In het tweede kabinet-Lubbers nam het CDA Binnenlandse Zaken over van de VVD en ten tijde van het derde kabinet-Lubbers zaten de liberalen in de oppositie. Maar in 1994 kreeg de VVD in het eerste paarse kabinet weer de post Binnenlandse Zaken, inclusief de coördinatie van het minderhedenbeleid. Hans Dijkstal, eerder al jaren voorzitter van de vaste kamercommissie voor het minderhedenbeleid, werd een op dit terrein zeer gewaardeerd minister. In 1997 benadrukte Dijkstal in een overleg met de Kamer over het minderhedenbeleid dat hij integratie niet vanuit cultuur wilde benaderen maar vanuit de Grondwet en de burgerrechten. 'Vanuit die gedachte -Grondwet, burgerrechten- ontstaat voor mij ook de gelijkwaardigheid. Dan is per definitie de ene godsdienst of datgene wat je als de ene cultuur kan beschouwen, gelijkwaardig aan de andere godsdienst en de andere cultuur. Daar gaat de overheid niet over, dat bepalen de mensen zelf.'

In zijn speech van afgelopen zondag rekende Zalm af met het beleid van zijn partijgenoten Wiegel, Rietkerk en Dijkstal. 'Het idee van integreren met behoud van eigen identiteit, heeft niet gewerkt. Niet voor ons en niet voor de nieuwkomers. (...) Wie hier wil blijven moet zich aanpassen.'

In het tweede paarse kabinet loste de PvdA de VVD af op het ministerie van binnenlandse zaken. In het kabinet Balkenende kwam er een heuse minister voor het minderhedenbeleid, LPF'er Hilbrand Nawijn. Maar al met al zijn VVD-ministers twaalf van de 21 jaar dat het minderheden- en integratiebeleid bestaat, belast geweest met de uitvoering ervan.

Tegen deze historische achtergrond klinkt de bewering dat de respectievelijke regeringspartners CDA en PvdA steeds weer dwars lagen als de VVD het integratiebeleid op de schop wilde nemen, niet erg overtuigend. Al die verhalen die Frits Bolkestein afstak over de mislukte multiculturele samenleving, eerst als oppositieleider tegen het derde kabinet-Lubbers en daarna als dualistisch opererend fractievoorzitter van de VVD ten tijde van het eerste paarse kabinet, waren toch vooral bedoeld voor de bühne. Daar kon je gewoon lekker kiezers mee winnen en en passant hield je die weg bij extreem-rechts. Na Bolkesteins vertrek naar Europa kreeg kamerlid Henk Kamp die rol toebedeeld tot hij in het kabinet-Balkenende minister van Volkshuisvesting mocht worden. Daarop was het de beurt aan Stef Blok en intussen loopt ook Ayaan Hirsi Ali zich warm.

Het staat de VVD vrij om te vinden dat 'dertig jaar integratiebeleid mislukt is'. Maar het zou de liberalen sieren als ze de kiezers niet voor de gek hielden en hun eigen verantwoordelijkheid in deze -toch bij uitstek een liberaal stokpaardje- niet onder het tapijt moffelden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden