Gerrit Hoogendijk 1944-2008

(Trouw) Beeld
(Trouw)

Voor zijn 65ste verjaardag zou hij een nieuwe fiets krijgen - handig, voor de man die in Driebruggen en omstreken het oude papier ophaalde.

Esther Hageman

Op woensdagavond ging Gerrit Hoogendijk altijd naar de repetitie van de Jostiband. Kon niet schelen of er iemand jarig was. Kon niet schelen of hij zelf jarig was. Van die woensdagse repetitie kon niet afgeweken worden.

Hij begon er 29 jaar geleden op de melodica, het blaasinstrument met de pianotoetsen. Later stapte hij over op orgel. Hij las het Josti-notenschrift, dat met kleuren werkt – de C geel, de D blauw, enzovoort – zonder problemen.

Hij wist wel dat hij niet goed genoeg was om tot de ’kerngroep’ door te dringen, de bandleden die het luidst versterkt werden als ze op televisie komen, en die mee mogen als er een buitenlandse toernee is. Maar daar was zijn plezier niet minder om. Al vond hij het allerleukste van spelen in de Jostiband niet het spelen, maar het opruimen na afloop.

Gerrit Hoogendijk was de tweede van de vier kinderen in het gezin Hoogendijk uit Driebruggen. Tijdens de geboorte, thuis op de boerderij aan het Hoogeind, liep hij zuurstofgebrek op. Dat kwam in die oorlogsjaren in het dorp vaker voor. Of misschien dat het feit dat zijn moeder kort voor de bevalling bij het boenhok was uitgegleden en in de sloot terechtgekomen, ook een rol speelde.

Je zag niks aan Gerrit, maar hij liep er een verstandelijke beperking door op. Daarom ging hij niet naar de lagere school in Driebruggen, maar naar de Prinses Beatrixschool in Woerden, een school voor buitengewoon lager onderwijs (blo). Hij had geen hekel aan school, maar taal en rekenen vond hij veel minder leuk dan boodschappen doen voor de onderwijzers. Hij had er eerst weinig mee op om te leren fietsen, maar later was hij blij dat hij het kon.

Na zijn schooljaren kwam hij thuis, op de boerderij. Daar was altijd wat te doen. Ook voor Gerrit, want het werk was in die jaren nog niet zo gemechaniseerd. Hooien deed je toen nog niet in je eentje met een trekker, maar met drie, vier mensen en maaien deed je met een zeis en het gebeurde in een tempo dat Gerrit prima bijhield.

Woorden als ’zorgboerderij’, als ’integratie van gehandicapten in de samenleving’ of als ’generatiewoningen’ bestonden nog lang niet, maar Gerrit Hoogendijk hoorde er helemaal bij. Thuis, en ook in het dorp. Achter zijn fiets had hij een karretje, waarmee hij overal in de buurt het oud papier ophaalde. In de loop der jaren heeft hij tonnen papier ingezameld – waarvan de opbrengst naar de kerk ging.

Op veel van zijn adressen mocht hij zonder vragen de schuur in lopen om het papier weg te halen. Al moest je wel een beetje opletten hoe je het oude papier neerlegde, want als er een stapel oude boeken naast lag die je nou juist had willen bewaren, dan kon het gebeuren dat hij ook die in z’n kar gooide.

Zijn verstandelijke vermogens waren dan misschien beperkt, hij voelde scherp aan of iemand hèm aanvoelde of niet. Hij kwam op zijn papier-ronde graag aan voor een kop koffie en een sigaartje, maar je moest wel de juiste toon treffen. Wie kinderachtig tegen hem ging praten, of een snoepje gaf alsof hij een kind was, of lelijk tegen hem deed, die meed hij. Voor anderen met een verstandelijke handicap had hij trouwens ook nooit veel belangstelling. Bij de Jostiband was Gerrit dol op de leiding, maar andere bandleden vond hij niet zo interessant. Die vond hij eerlijk gezegd een beetje gek.

Als je hem begroette met ’Hoi Gerrit’ zei hij ’Hoi Gerrit’ terug: hij vond het moeilijk om de ander met diens naam te begroeten. Vroeg je hoe laat het was, dan antwoordde hij altijd dat het acht uur was.

„Je hebt een man die ziek is, een broer die blind is en een zoon die niet goed is”, zei een bezoeker ooit tegen zijn moeder waar Gerrit bij was. Ook die zin zegde Gerrit Hoogendijk toen na. Hij wist wel dat het laatste deel van de zin op hem sloeg, maar hij had niet het gevoel dat hij niet voldeed, dat hij niet aan de maat was, dat er iets met hem was. Gerrit Hoogendijk had zijn eigen taken en die deed hij.

Naarmate machines meer van het werk op de boerderij begonnen over te nemen, werd het tijd om voor Gerrit ook nog een andere dagbesteding te vinden. De laatste jaren ging hij op maandag naar een zorgboerderij, waar hij meehielp hout te zagen en te kloven. Aan het einde van de dag was hij daar altijd degene die de grootste stapel gekloofd hout af had. Toen zijn moeder zorg nodig begon te krijgen, nam hij die de eerste tijd voor een groot deel voor z’n rekening – tot het voor hem te lastig werd. Hij kon een ontbijt maken: koffie zetten, boterhammen smeren, een ei bakken, want hij was nooit verwend.

Zijn moeder was inmiddels hoogbejaard. Van haar was het wel duidelijk: zij was nu ’een mens van een dag’. Over Gerrit Hoogendijk dacht niemand nog in zulke termen. Nu zijn 65ste verjaardag naderde was er het plan om hem een nieuwe fiets te geven. Maar een paar dagen na Kerst hield zijn hart er mee op. Zijn broers en zuster waren er bij toen hij, zomaar ineens, de laatste adem uitblies.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden