Gerrit Berkouwer 1903 - 1996

Dr. M. E. Brinkman is gereformeerd theoloog, verbonden aan o.m. het Instituut voor oecumenica (Iimo) te Utrecht.

Berkouwer is vooral degene geweest die de theologie in de gereformeerde kerken uit haar zelfgekozen isolement van de jaren dertig heeft bevrijd. Aanvankelijk leek het daar niet erg op. Zo schreef hij in 1936 een heel geharnast, kritisch boek over Karl Barth. Maar toen hij enige jaren later Barth persoonlijk in Amsterdam ontmoette, schijnt Barth na afloop tegen Miskotte gefluisterd te hebben: 'Ik heb die man van dat afschuwelijke boek gesproken. Wel, hij zou ook een heel mooi boek over me hebben kunnen schrijven!' In 1954 zou Berkouwer dat ook metterdaad doen. Dat boek over De triomf der genade in de theologie van Karl Barth zou hem wereldberoemd maken als sympathiek-kritische kenner van Barths theologie.

Een van de spannendste vragen die Berkouwer in dit boek aansnijdt is die van de verhouding tussen verkiezing en rechtvaardiging. In de calvinistische traditie is dat een oud geding. In wezen gaat het dan om de vraag in hoeverre de openbaring in Christus ons spreken over God door en door kleurt of dat er daarnaast of daarbovenuit ook nog altijd een ander spreken over God mogelijk is. Ook in de vanaf de jaren vijftig befaamd geworden delen van zijn Dogmatische Studiën gaat Berkouwer uitvoerig op deze vraag in. En zelfs toen hij, inmiddels eind tachtig(!), voor de tweede keer zijn eigen theologische ontwikkelingsgang aan het papier toevertrouwde (Zoeken en vinden), ging het voor een groot deel weer over deze zelfde vraag.

In zekere zin smeedde hij in deze discussie ook het sleutelwoord dat velen nadien als kenmerkend voor zijn theologie zijn gaan zien: correlatie. Daarmee zei Berkouwer met zoveel woorden: in het geloof gaat het nooit 'over u, zonder u'. En dat heeft alles met het feit te maken, dat we over God nooit anders kunnen spreken dan vanuit Christus en dat betekent: vanuit de aanvaarding in vergeving van de mens door God.

Sommigen hebben op grond van dit uitgangspunt in Berkouwers theologie gepoogd een zogenaamde 'correlatiemethode' te lezen, maar tegen zo'n denken over God vanuit een door ons bedachte 'methode' heeft Berkouwer zich altijd verzet. Tussen God en mens valt er nu eenmaal helemaal niets van een 'methode' te bespeuren. Er is alleen maar het geheim van de barmhartigheid Gods en het raadsel van het daarop reagerende mensenhart. In dit verband sprak hij inderdaad wel vaak van de 'correlatie' tussen God en mens, maar dat had voor hem niets te maken met speculatieve gedachten over de relatie van God tot de mens in het algemeen. Want bij 'speculatie' dacht Berkouwer altijd aan 'allerlei' niets met de inhoud van de bijbel te maken hebbende abstracties en daar moest hij als zeer bijbels denkend theoloog niets van hebben.

Hij gaf altijd colleges met zijn Griekse Nieuwe Testament in zijn colbertzak en citeerde daar tijdens zijn colleges veelvuldig uit. Daarnaast had hij meestal ook altijd wel een psalmboekje met daarin de belijdenisgeschriften bij de hand. Met die twee, Schrift en belijdenis, was hij voortdurend in gesprek. En dat gesprek voerde hij altijd samen met tijdgenoten. Hij ontliep het debat met binnen- en buitenlandse theologen allerminst en bleef ook zijn leerlingen, van Kuitert en Wiersinga tot en met Runia en Velema, kritisch volgen.

De laatste vijftien jaar van zijn leven zocht hij ook nadrukkelijk contact met een nog weer jongere generatie theologen. En in die contacten kreeg ik, als behorend tot die jongere generatie theologen, steeds vaker de indruk, dat hij de grote levensvragen van de mensen om hem heen in zijn woonplaats Voorhout veel meer dan voordien ook als een soort toetssteen voor het echte theologische gesprek ging zien. Als dogmaticus en als uitstekende schaker kende hij zo langzamerhand wel zo'n beetje alle zetten op het schaakbord van de theologie.

Maandenlang hield hem soms de vraag bezig wat hij moest zeggen tegen de hulp in de huishouding met ernstige ziekte in de familie of tegen de buurvrouw die plotseling een kleinkind verloor. Hoe hield dat verband met die of die passage in de dogmatiek?, wilde Berkouwer de laatste jaren van zijn leven dan al na een minuut of vijf van zijn gesprekspartners weten. Hij dan natuurlijk drommels goed dat die daar ook niet zomaar antwoord opwisten. Maar het was alsof hij daarmee tegen ons wilde zeggen: denk er goed om, dit zijn de echte vragen, hier gaat het in de theologie om.

Tegen deze achtergrond zal het duidelijk zijn, dat alwie in en buiten de huidige Gereformeerde kerken die Berkouwer als de kwade genius zien achter alle nieuwlichterij die hun inziens vooral via Berkouwer en zijn leerlingen de gereformeerde kerken vanaf de jaren vijftig is binnengeslopen, hem tot in het diepst van zijn ziel hebben gekwetst. Natuurlijk is ook Berkouwer niet heilig te verklaren. Als synodepraeses heeft hij midden in de oorlog een kerkscheuring rondom de Vrijmaking mede laten gebeuren. En hij had in zijn theologie natuurlijk ook zo zijn blinde vlekken. En het is ook duidelijk dat hij van het gesprek met Barth, Noordmans en Miskotte aanmerkelijk meer heeft opgestoken dan van zijn rooms-katholieke gesprekspartners tijdens het concilie. Maar dat alles laat toch onverlet dat ik geen enkele andere theoloog ken die zo intensief Paulus, Calvijn en Barth en de mensen om hem heen als volstrekt existentiële gesprekspartners tot zich door liet dringen. Daarin is hij een groot voorbeeld van echte, hartstochtelijke theologie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden