Geroepen tot ongeloof

JEAN-JACQUES SUURMOND

Luister naar twee uitspraken over God, van twee heel verschillende mensen: 'Zijn grootste en finale wapenfeit: / Hij is er niet. / Hij is alomtegenwoordige / afwezigheid'.

Vergelijk dit met de tweede uitspraak: 'De duisternis is zo duister en de pijn zo pijnlijk. Ik heb niets - want ik mis Hem die mijn hart en ziel verlangt te bezitten. De eenzaamheid is zo groot. Binnen in mij en buiten mij vind ik niemand tot wie ik mij kan wenden... geen gebed, geen geloof, geen liefde.'

De eerste opmerking is uit een pas gepubliceerd gedicht (getiteld 'Bestaan') van de schrijver Joost Zwagerman. De tweede is een aantekening van Moeder Teresa; non, heilige en Nobelprijswinnares die zich in de sloppen van Calcutta ontfermde over de allerarmsten.

Beiden verlangen naar de afwezige God. Maar Zwagerman noemde zichzelf een 'ongelovige' terwijl Moeder Teresa een 'gelovige' wilde zijn. Hun uitspraken, die pas na hun dood breed bekend werden, brachten dan ook een schok teweeg. Van de afvallige katholiek Zwagerman werd niet vermoed dat hij zo met God bezig was, en van de opvallend katholieke Moeder Teresa niet dat zij zich zo ver van God voelde. Sommigen menen daarom dat zij helemaal niet zo heilig was. Maar de ervaring van Gods afwezigheid vind je bij alle heiligen, het is de schurende dissonant in een gerijpt geloof. Een echte gelovige weet dat je God niet bezitten kunt, en kan daaraan lijden. Je hebt hem niet in je zak, alsof hij een pil zou zijn tegen eenzaamheid, zinloosheid en angst voor de dood. Wel begint de geloofsweg vaak op die manier: 'Jezus is het antwoord op al mijn problemen'. Maar vroeg of laat komt er 'een roeping binnen de roeping', zoals Moeder Teresa het noemt. Na de eerste roeping tot geloof, komt er daarbinnen een roeping tot ongeloof. Ze schrijft: 'Vanaf mijn kindertijd was er een vurige ijver voor zielen, ik zei 'ja' tegen God en daarna was ik alles kwijt. Nu geloof ik niet meer.' Vanuit die innerlijke armoede kon ze meeleven met de armsten van de armen. Een vrouw vol passie met soms rigide denkbeelden, een scherpe humor en trouw in het gebed.

God is ten diepste onkenbaar, niet in een dogma te vangen en nooit ons eigendom. Een gelovige draagt daarom het ongeloof, het 'vacuüm' (Zwagerman) van de afwezige God met zich mee. Verlangen, twijfel, duisternis, de verlatenheid van het kruis zijn de 'roeping binnen de roeping'. Als een zwart gat waaromheen onze levens, liefdes, vreugdes en gebeden wentelen als lichtende sterrenstelsels.

Er zijn twee soorten van ongeloof. In ongelovig ongeloof wordt het verlangen naar God ontkend. Zulke mensen noemen zichzelf vaak atheïst. Gelovig ongeloof, daarentegen, is de diepte van een volwassen spiritualiteit. Het volgt op het naïeve geloof dat God als een pleister op de wond ervaart. Nu is God zelf de wond geworden. Heiligen als Moeder Teresa en kunstenaars als Joost Zwagerman weten daar alles van. In de kerk zijn de tocht door de woestijn in de Veertigdagentijd en het Passieverhaal er de liturgische uitdrukkingen van. Is er in al die afwezigheid nog iets van Gods aanwezigheid te bespeuren? Of maak je jezelf blij met een dooie mus? In 'Dier' beschrijft Zwagerman hoe zo'n ontzield vogeltje hem confronteert met de vergankelijkheid van alles, en besluit: 'De mus gebiedt. / Ik moet eten uit Zijn hand'.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden