Gerlach Cerfontaine

Gerlach Cerfontaine (Houthem-St.Gerlach, 1946) is president-directeur van Schiphol. Na zijn artsexamen werkte hij onder andere als assistent-verloskundige en scheepsarts. Vanaf 1976 bekleedde hij verschillende topfuncties binnen de gezondheidszorg. Voor zijn overstap naar Schiphol, in 1998, was hij voorzitter van de raad van het Universitair Medisch Centrum in Utrecht en hoogleraar strategisch management in de ziekenhuiszorg. Cerfontaine is getrouwd met programmamaker Pia Dijkstra.

1. Gij zult de here uw god aanbidden en hem liefhebben met geheel uw hart, geheel uw ziel en met al uw krachten

,,God is voor mij een vat van tegenstrijdigheden, een bron van misvattingen. Als je mij naar God vraagt, zie ik de Sixtijnse kapel voor me, Onze lieve Vrouwe Sterre der Zee in Maastricht of ons kapelletje in de bergen. Dan denk ik aan mijn jongens die ik nu eindelijk zo ver heb dat ze zelf een kaarsje opsteken - zonder dat de boel in de fik gaat. Ik vraag ook altijd of ze willen bidden. 'Bidden? Wat moeten we dan zeggen pap?' 'Nou, God bescherm ons gezin, bijvoorbeeld.' Dan kijken ze me aan alsof ik niet goed bij mijn hoofd ben, maar goed, ik doe het toch: ik wil het doorgeven. Ik neem ze mee naar Limburg, naar het graf van mijn ouders, opdat ze even stilstaan en zich bedenken: ik ben hier niet voor niets, er is meer in het leven dan Idols en Nintendo, ik krijg dit allemaal. Van wie? Weet ik niet. Van het leven. Ik ken een dankbaarheid naar het metafysische, naar iets wat ik niet kan benoemen; een groot, oneindig geheel waarbinnen praktische religie -naastenliefde, immaterieel, niet alles is koopbaar- een belangrijke plaats inneemt.''

,,Pia zegt dat ik een natuurlijke theologie aanhang. Misschien is dat wel zo. Ik kan buitengewoon jaloers zijn op mensen die een helder beeld van God hebben. Voor mij is het allemaal heel diffuus. Ik kan maar niet geloven dat deze gekke, simpele aardbol zonder enig doel rondzweeft in het heelal. Maar het lukt mij ook niet om het totalitaire, autocratische regime van de paus te gehoorzamen, in Lourdes te geloven, of in de woorden van meneer pastoor. De figuren binnen de kerk die mij het meest aanspreken zijn de missionarissen. Die kletsen niet zo, die doen tenminste iets.''

2. Gij zult de naam van de heer uw god niet zonder eerbied gebruiken

,,Ik word één, hooguit twee keer per jaar boos, maar àls het gebeurt, dan ga ik ook voluit. Laatst nog, hier in het bedrijf. Dan loop ik met veel te veel geweld een kamer binnen, schuif iemand ontslagpapieren onder de neus en roep: Hier tekenen! Ik weet dat ik onredelijk ben -en geniet er stiekem ook een beetje van- maar er zijn van die momenten waarop ik even wil laten weten dat ik de baas ben.''

3. Gij zult de dag des heren heiligen

,,Het was misschien geen obligo, maar in ieder geval vanzelfsprekend dat iedere jongen bij ons in het dorp misdienaar werd. Ik heb het lang gedaan en er ook echt iets van gemaakt. Het werd vooral leuk als ik, met Kerstmis, een stukje regie in handen kreeg en voor de andere elf misdienaars uit mocht lopen met een Mariabeeldje-op-een-stok. Dan tikte ik een keer met mijn stok en bewierookten we het publiek. Ja, mooie herinneringen ... Weet je wat ik vaak doe, voor ik in slaap val? Dan neem ik zo'n herinnering -een dekherinnering- en probeer daarbij zoveel mogelijk beelden, associaties, geuren en kleuren op te roepen. Nu zie ik weer voor me hoe ik op de fiets van mijn moeder naar de kerk reed en werd aangehouden door de twee politieagenten van het dorp omdat mijn licht niet brandde. Toen ik zei dat ik de klok moest luiden, mocht ik doorrijden. Ik rijd door. Ga de kerk binnen. De toren, de touwen, de klokken. Kijk, daar ga ik, klein mannetje, meters omhoog, ding, dong, ding, dong ...''

4. Eer uw vader en uw moeder

,,Mijn moeder: onvoorwaardelijke liefde. Nooit complex. Nooit neurotisch. Niet ingewikkeld. Hop, er zijn, punt. Een gepassioneerde, romantische vrouw. Mijn vader was een doorzetter. Consistente structuur, krachtig, vastberaden. Ik heb een geweldige herinnering aan die twee. Het enige, voortdurende, conflict dat ik met mijn vader had, ging over de lengte van mijn haar. Zat ik bij de kapper, belde mijn vader op om te zeggen dat het korter moest. Ging ik naar een andere kapper, had-ie die vent óók al gebeld!''

,,Mijn jeugd was haast paradijselijk. Een solidair, betrokken gezin. Geen pretenties. Vanzelfsprekend. We lachten veel, we speelden kaart en dansten in de keuken op de muziek van Radio Luxembourg.''

,,Ik hield zoveel van mijn moeder. Ik ben een tijdlang haar huisarts geweest -ze was een hartpatiente- en hield er altijd rekening mee dat ze, zomaar ineens, dood zou kunnen gaan. Mijn moeder was van de afdeling Ontkenning. Die was in staat om zelfs na een infarct nog te zeggen dat er niets aan de hand was. Ik heb een geweldige relatie met dat mens gehad, deed van alles met haar - ook al was het natuurlijk te weinig. Bij ieder afscheid realiseerden we ons dat het misschien wel de laatste keer was dat we elkaar zagen. Als ik bij haar in de keuken zat, zei ik altijd: Kom nog een keer met me dansen. Ze is uiteindelijk 85 geworden en in haar slaap overleden. Ik ben bij haar gaan zitten om te zeggen hoeveel ik van haar hield. En ik heb haar verteld wat we zelf nog niet lang wisten; dat Pia zwanger was van de jongste. Daarna heb ik het verhaal van onze relatie opgeschreven; welke betekenis ze heeft gehad in mijn leven. Bij de begrafenis, in de kerk, moest ik huilen. Mijn jongens schrokken ervan. Maar na een week viel alles op zijn plaats, had ik er vrede mee.''

,,Bij de dood van mijn vader werkte dat net zo. Hij had er, na mijn moeders dood, niet veel zin meer in. Hij kreeg een prachtige kamer in het bejaardenhuis, op de hoek, met uitzicht op het Geuldal. 'O pa, moet je eens kijken!' Maar pa vond er geen bal aan. Hij ging steeds minder doen, deed zelfs zijn mond niet meer open. Mijn jongste zoon noemde hem 'opa-die-niet-kan-praten'. Als ik hem opzocht, bleef ik een tijdje naast hem zitten, aaide hem over zijn bol en vertrok weer.''

,,Op een dag ging ik voor het laatst - dat wíst ik. Vanuit het chateau van St Gerlach liep ik over de weilanden, net zoals ik vroeger deed, naar de plek waar ooit de kleuterschool stond. Ik ken die streek zo goed, ieder bankje, iedere boom. Hoe lang was het geleden dat ik diezelfde weilanden was overgestoken, als ik naar de dancing ging? Jongens aan de bar, meisjes aan de overkant, niet te snel -maar zeker ook niet te langzaam- de dansvloer oversteken en dan, aan het eind van de avond, als alles goed was gegaan, fantaserend over dat ene leuke meisje, over diezelfde weilanden weer terug naar huis. Te laat, altijd te laat. Die ronde trap opsluipen, zachtjes, zachtjes! Om bovenaan de trap -pets!- opgewacht te worden door mijn moeder ...''

,,Verleden en heden liepen in elkaar over. Ik ging het bejaardenhuis binnen, liep naar zijn kamer op de hoek, bleef even bij hem zitten en vertrok. Toen ik buiten stond, keek ik om en zwaaide. Na een paar stappen bleef ik staan en dacht: zal ik nog één keer teruggaan? Nee, niet doen. Ik ging op een bankje in de tuin zitten en liet het tot mij doordringen: dit was de laatste keer.''

,,Mijn vader stierf en, net zoals ik bij mijn moeder had gedaan, schreef ik het verhaal op van ons leven samen. Woorden zoeken, inprenten, herhalen, steeds weer herhalen en nooit meer vergeten.''

5. Gij zult niet doden

,,Het is alsof steeds meer conflicten in de wereld met oorlogen moeten worden beslecht. Oorlog voeren met Irak is waanzinnig -duizenden onschuldige mensen zullen het leven laten- maar ik weet eerlijk gezegd ook niet hoe het anders opgelost had kunnen worden. Het is vreselijk. Mijn eigen, micro-visie op moord- en doodslag ten beste geven is op dit moment haast belachelijk, maar goed, verbleekt niet alles in het licht van zo'n afschuwelijke crisis? Ik zal het je toch vertellen. De dood is in mijn leven, op een of andere manier, steeds heel dichtbij geweest. Ik ben twee jaar directeur geweest van een psychiatrisch ziekenhuis en heb veel suïcidale mensen meegemaakt. Ik heb gezien hoe jonge mensen zichzelf in brand staken. Soms wilde ik eraan ontsnappen, weg met die ellende, deny it, maar er zijn momenten waarop je verlies en verdriet een natuurlijke plek moet geven.''

,,Angst voor de dood kan gekke dingen met je doen. Ik heb geleerd het te benoemen, ging zelden met een zwaar gemoed naar huis. Misschien heeft die houding ook te maken met wat docenten vroeger mijn gebrek aan 'lijdensdruk' noemden. Iedere student ging in analyse, maar ik had te weinig problemen om te bespreken. Zelfs de geruststelling 'Die komen vast nog wel!' mocht niet baten. Ik ben geen goede therapeut geworden. Ik kan uitstekend structureren, maar om te kunnen invoelen wat depressieve mensen tot wanhoop drijft, heb ik zelf beslist te weinig geleden.''

6. Gij zult geen onkuisheid doen

,,Ik vind niet snel iets abnormaal. Ik heb, als arts, de mens in al zijn gedaantes, in al zijn naaktheid gezien. Mijn grens ligt bij de seksuele delinquenten: brute verkrachters, pedofielen. Ik kon, toen ik lesgaf aan groepsleiders in het gevangeniswezen, heel goed uitleggen dat het ook pathologie was, dat het allemaal verklaarbaar was, maar had er tegelijkertijd moeite mee begrip op te brengen voor deze mensen. Je mag, wat mij betreft, van alles uitvreten, maar geweld tegen weerlozen ... nee. Als ik aan mensen zoals Dutroux denk, kom ik niet verder dan het woord 'beesten'. Ik weiger daar langer over na te denken.''

7. Gij zult niet stelen

,,Als je kwam biechten, vroeg de kapelaan steevast: Hoe vaak? Dat bepaalde de strafmaat. Diefstal was overigens heel, heel erg en ik heb me daar, op het jatten van een paar snoepjes na, niet aan bezondigd. Wat ik heb opgebiecht? Nou ... dat ik mijn moeder vier keer had beledigd -ik zeg maar wat- of dat ik gemasturbeerd had, want dat mocht natuurlijk ook niet. Maar het mooie was: je deed een paar Weesgegroetjes of een Oefening van Berouw en je kon weer opnieuw beginnen. Een primitief systeem, maar voor een jongen als ik buitengewoon geschikt. Ik geloof nog steeds in de waarde van een zekere loutering. Het liefst zou ik drie maanden in een hutje in de bergen gaan zitten, maar ik denk dat ik, met mijn baan en mijn verantwoordelijkheid voor de kinderen, moeilijk kan zeggen: Laat mij nou even, ik heb het zo nodig. Een reiniging in de stille bergen zou natuurlijk grondiger zijn, maar gelukkig kan ik tevreden zijn met een half uur reflectie.''

8. Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen

,,Er zijn mensen die vinden dat ik jok. Ze zeggen: De baas van Schiphol beweert dat zijn bedrijf minder geluidsoverlast bezorgt, maar dat is gewoon niet zo! Ik kan elke week met nieuwe cijfers komen, maar ze blijven roepen dat ik lieg. Dat vind ik beledigend. Ik jok namelijk nooit. Nee, echt niet. Mijn raad van commissarissen is altijd open en eerlijk geweest. Ik ben ook erg geschrokken van die toestand bij Ahold. De dag waarop bekend werd dat er met de boekhouding was gerommeld heb ik de directie bijeen geroepen en gezegd: Jongens, hoe staan wij ervoor? Ik weet wel dat het bij ons goed zit, maar ik wilde het toch even checken. Alert blijven.''

,,En relativeren, laten we in godsnaam blijven relativeren! Zodra je gaat denken dat je het allemaal alleen kan, zul je struikelen. Dan is er geen correctie meer. Ik heb steeds gezegd dat sommige topmanagers exorbitant veel verdienen. Niet conform de prestatie. Het heeft geleid tot hebzucht en machtswellust. Wat moet je nou met nóg een miljoen? Ik zal het nooit begrijpen.''

9. Gij zult geen onkuisheid begeren

,,Voordat ik Pia ontmoette -en mij tot het huwelijk bekeerde- heb ik een tamelijk onrustig leven geleid. Ik had een relatie die, al met al, zo'n twintig jaar heeft geduurd. Het was een plezierig leven, we dineerden, bespraken boeken, maakten reizen - maar de vraag of we met elkaar door moesten gaan, werd, gelet op de oppervlakkigheid van onze relatie, eigenlijk nooit gesteld.''

,,Ik weet nog dat ik op een dag -in alle vroegte, dan is het licht zo mooi- in Rome op Piazza Navona een cappuccino dronk en mij ineens bedacht: ik heb het goed voor elkaar, maar ik mis iets existentieels. Ik zag gezinnen om mij heen en wist: dat wil ik ook, zonder mij te realiseren wat ik daarmee zei.''

,,Ik kwam Pia tegen. Eerst was er natuurlijk de verliefdheid, maar snel daarna kwam dat andere perspectief in beeld: met haar zou ik kinderen willen krijgen. Het was volslagen nieuw, ik had nooit van te voren kunnen bedenken hoe intens zoiets is, hoe fenomenaal het is om er verschillende relaties bij te krijgen, hoe mooi het is. Ik heb iedere minuut van de zwangerschap, met de nodige neurotische bezorgheid, gevolgd. En het gekke is: ik heb een plank vol leerboeken, ken de materie van haver tot gort, en heb toch maandenlang met de Libelle naast mijn bed gelegen om de ontwikkeling van week tot week te volgen. Ik kon er geen genoeg van krijgen!''

,,En toen kwam de dag waarop de oudste zoon, Justus, werd geboren. Ik weet nog dat ik hem in mijn armen hield. Een schemerlicht viel over zijn gezichtje. Het was een wonder, echt een wonder. Ik belde mijn moeder en zei: Ik heb een zoon! Het was twintig voor twee en het regende. Ik zal het nooit vergeten. Ik heb een leuk leven gehad hoor, niets te klagen, maar dankzij de relatie met Pia en kinderen is mijn bestaan nu compleet.''

,,Mijn grootste zorg is nu: komen de kinderen goed terecht? Ik ben wat dat betreft een controlerend man. Iedere ochtend hetzelfde liedje: Pas op met oversteken! Ik kan razend worden als ze niet uitkijken. Ik wil mijn kinderen behoeden voor de gevaren in de samenleving en weet tegelijkertijd dat ik ze los moet laten. Soms, als ze met een kop vol gel naar die vreselijke videoclips liggen te kijken, kan ik radeloos worden. Het is een dwangmatigheid die waarschijnlijk contra-productief werkt, maar af en toe móet ik ingrijpen. Zitten we in de auto, willen ze naar een cd-tje luisteren. 'Rap!' Goed, rap. Maar na tien minuten kan ik me niet langer inhouden, haal die cd eruit -'Pa-hap!'- en laat iets klassieks horen: Wat is dit jongens? Een gitaar of een piano?''

10. Gij zult niet begeren wat uw naaste toebehoort

,,Geld heeft mij nooit ene sodemieter geïnteresseerd. Maar het verlangen om geestelijk rijker te worden lijkt alsmaar groter te worden. Tijdens dit gesprek drong deze gedachte zich weer aan mij op: ik heb al heel wat ideeën verzameld, maar er is nog steeds geen synthese. Ik heb de dingen nog niet met elkaar verbonden. Ik gebruik grote woorden als ik het heb over een gebrek aan gemeenschapszin, maar wat doe ik zelf? Ik bezie, met stijgende ergernis, het politieke getreuzel -hallo, jongens, het huis staat in brand!- en bedenk dat ik, als minister van Volkgezondheid, binnen vier jaar alle problemen zal hebben opgelost. Maar ik kies er tegelijkertijd voor me er buiten te houden.''

,,Ik ben laf. Ik koop, zoals het een katholiek betaamt, mijn zorgen voor de vervlakking van onze maatschappij, voor het leed in de wereld, af met een paar acties voor goede doelen. Consequent doorpakken, zoals mijn beschermheilige St. Gerlachus deed, die zijn geld aan de armen schonk, is er niet bij.''

,,We zijn thuis aan het schilderen en we wonen nu zo'n beetje in de studeerkamer. Laatst zaten we met z'n allen met een boterhammetje op schoot en ik zei: 'Kijk, zo wonen de Russen nou allemaal! Waarom geven we de rest van het huis niet weg?' Dat zou consequent geweest zijn. Nee, het blijft bij babbels. En toch ... Ik wil niet dat we down gaan en ik ontmoet opvallend veel mensen die er ook zo over denken. Als we 4,8 miljoen mensen zo gek kunnen krijgen dat ze met de finalisten van Idols willen meeleven, dan moeten er voor een beter onderwijs, voor een goede gezondheidszorg, voor meer veiligheid op straat toch ook een paar te porren zijn? Ik wil graag bij de club horen die zegt: Kom op, aanpakken! Voor het te laat is.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden