Gerijpte sporters van Seoul trekken gordijnen dicht

Opvallend of niet, maar sporters die in Seoul 1988 redelijk uit de voeten kwamen, trekken nu in razende vaart de gordijnen dicht. Gek is het niet, want Vader Tijd is de baas, ook in de levens van die sporters, maar ineens zag ik zo'n klein pelotonnetje sportmensen bijeen. In een eetcafé, aan een ronde tafel en ieder vertelde een verhaal. Nu, een kleine tien jaar na hun zalige zomer in Seoul.

Wie zoal?

Neem nu Regilio Tuur. Hij nam op Turiaanse manier afscheid; alleen dat overhemd al dat hij droeg bij zijn Farewell to Arms was van een oogverblindende klasse. Tuur in Seoul: een klein gozertje, een Rotterdams boefje, een onbekende in de grote boze bokswereld en ook een jongen die, min of meer toevallig, dat kan toch niet anders, zijn vuist op de kin van tegenstander Banks deed belanden. Tuur werd Tuur. In Seoul wist hij van niets en deed hij stoer, negen jaar later heeft hij een heleboel geleerd en doet hij nog steeds stoer. Tuur is Tuur, een klein briljantje in de Nederlandse sportkroon; een sporter die beschaafd wilde overkomen vanuit een halve penose-wereld. Dat lukte hem aardig.

Dan Stefan Edberg. Hoe mooi zat hij niet daar in Seoul op die late middag; korte kaki broek, één met de sporters die het dorp in- en uitgingen. Hij zat op zijn gemak en genoot. Niemand die op hem lette, niemand die een handtekening vroeg, niemand die een limousine voor hem regelde. Hij sprak met Ierse kanoërs en Chileense discuswerpers en toonde aan in de sportmassa verloren te kunnen gaan. Die attitude heeft hij sinds die tijd behouden; grootse bescheidenheid, afstand, bijna koele tevredenheid met het o zo gecompliceerde sportleven. Zoals hij ook afscheid nam; de rust die daar in Zweden getoond werd: superbe klasse.

En wat te zeggen van knolletje, de spitsmuis met lange staart die het vrouwenfietsen op de kop zette. Een bolletje agressiviteit, een licht ontplofbaar kruitvat, maar wel eentje die wat kon. Ze zegt, de afgelopen week, dat ze 'winnen' zo verschrikkelijk in haar systeem heeft/had zitten. Zoals iedereen in Seoul, waar ziëëwon en de basis legde voor een felbesproken loopbaan waarin ze haar mond (kwebbel?) nooit hield en een sterke voorvechtster van het vrouwenfietsen werd. Monique Knol schuwde de confrontatie niet en dat vooral heeft haar loopbaan meer glans gegeven. Ze knokte tegen roddel en achterklap, gewoon omdat zulks in haar aard zat. In Seoul was ze een onverwachte winnares, bij haar afscheid een bekende Nederlandse sportvrouw. In negen jaar bouwde ze een naam op en won ze onderwijl nog zo'n honderd koersen. Dat kunnen er niet veel nazeggen, tenminste niet op de manier waarop Knol het deed.

Neem Olav Ludwig. Toen in Seoul de misschien wel machtigste wielrenner van het door drugs en wantrouwen gestutte Oostblok-sportbastion. Ook hij nam, nog niet zo lang geleden, afscheid. Hij was toen, in Korea, een verlegen lachende man die al vreselijk veel had moeten meemaken. Praten met vreemden deed hij niet graag. In negen jaar leerde hij veel. Hij ontworstelde zich aan het verstikkende klimaat van de door- en doorslechte DDR-mentaliteit, maar nooit klapte hij uit de shool. Ludwig werd een graag geziene gast bij wielerkoersen in ons land; bescheiden, dat wel, maar met humor en soms uitgelaten en veulenachtig. Van nietszeggende spaak in het DDR-wiel ontpopte hij zich als een wellevende Duitse sportman. Nooit knoeide hij in het openbaar met zijn besmette verleden, hetgeen even verbazingwekkend als knap te noemen is.

En neem Bettine Vriesekoop. In Seoul maakte ik haar mee als een opgejaagd, angstig, nerveus, overspannen sportkind dat tegen zulke hoge golven moest opzwemmen dat verzuipen onvermijdelijk was. Ik zie nog haar huilbui, haar intens trieste hoofd nadat ze uitgeschakeld was en wat zet ik daar nu tegenover? Het beeld van de volwassen, zelfverzekerde vrouw die twee dagen geleden de loting van de Top Twaalf deed. Ja, zij was nog steeds Vriesekoop, maar toch weer niet. Negen jaar later was ze rijp en verstandig, bedachtzaam en leuk. Toen was ze een door zenuwen opgevreten, frêle poppetje.

Aardig om te zien hoe die sportmensen van toen, in 1988, van dat lekkere feest in Seoul gerijpt zijn. Ieder op zijn of haar manier. Aardig tevens om te zien dat ze nu afscheid nemen van de bezigheid die hun roem, problemen en een heleboel meer opleverden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden