Gerichte scholing moet Wajongers helpen

Meer jonggehandicapten moeten aan het werk, vindt de Ser. Het is niet alleen economisch maar ook maatschappelijk van belang. De sleutel ligt bij het onderwijs en een andere kijk.

„Als je niet wordt opgemerkt, kan je net zo goed niet bestaan.” Jacqueline Kool haalde vorige week bij de presentatie van het Ser-advies over jonggehandicapten Mathilde Willink aan. Volgens Kool, zelf gehandicapt, beschrijft het citaat van de flamboyante vrouw van schilder Willink het gevoel van veel lotgenoten. „We zijn vaak onzichtbaar. Het is niet zo vanzelfsprekend dat we meedoen.”

Kool, die als ervaringsdeskundige bijdroeg aan het Ser-advies, legt de vinger op de zere plek. Want jonggehandicapten houden met speciaal onderwijs en – als ze ouder zijn – een Wajong-uitkering (op minimumniveau) een status aparte. Als ze al werken, dat is een kwart van de 156.000 Wajongers, is dat vaak in de sociale werkvoorziening. Slechts negen procent heeft een reguliere baan. Dat is te danken aan een sociaal betrokken werkgever en vooral inzet en doorzettingsvermogen van de jongere zelf, ouders en leerkrachten. Zo kreeg een autistische jongen die het in zijn eerste baantje niet lukte hout te verzagen een functie bij het magazijn van dezelfde fabriek, waar hij zijn talent in rekenen en inventariseren volop kan ontplooien. Tot tevredenheid van de werkgever.

Hij is eerder een uitzondering dan regel en daarom luidt de Ser de alarmbel, die inmiddels is gehoord door CDA-kamerlid Eddy van Hijum. Want terwijl de WAO en zijn opvolger WIA succesvol inzetten op het terugdringen van arbeidsongeschiktheid, loopt het aantal Wajongers snel op, naar 300.000 in 2040. En ondanks de strengere keuringseisen is 98 procent van hen volledig arbeidsongeschikt. Voor die toename zijn meerdere redenen. Zo is de gezondheidszorg zoveel beter dat gehandicapten langer leven. Daar komt bij dat gemeenten hun problemen over de schutting gooien door mensen uit de bijstand naar de Wajong te sturen. Het doet denken aan het WAO-drama, waarschuwt econoom Teulings. Mensen werden levenslang in een WAO-uitkering geparkeerd, terwijl ze nog graag wilden en konden werken.

De ’mentale kijkrichting’ is verkeerd, signaleerde eerder Anton Westerlaken van de Commissie Werkend Perspectief die zich inzet om mensen met een handicap aan het werk te krijgen. Volgens hem valt vaak al in de kleutertijd te voorspellen of een kind later niet of moeilijk aan het werk kan. „Vreemd genoeg wordt dat pas op hun achttiende formeel vastgesteld. Daartussen gaat kostbare tijd verloren.” Westerlaken pleit voor ’nul-tolerantie’: „We moeten niet meer accepteren dat er ook maar één Wajonger aan de zijlijn blijft staan.”

Maar hoe krijg je het roer om? De Ser geeft in zijn advies enkele voorzetten. ’Ontschotting’ tussen de ministeries om zorgleerlingen beter te kunnen opvangen is er een van. Scholen moeten ook meer dan nu gehandicapte kinderen zo voorbereiden dat ze later (vrijwilligers)werk kunnen doen. Nu zijn er ’perverse prikkels’ die dat ontmoedigen. Jongeren met psychische beperkingen kunnen vaak net niet voldoen aan de diploma-eisen voor mbo-3 of mbo-4. Maar zonder dat diploma krijgen scholen niet alle kosten voor de leerling vergoed, kortom ze worden niet gestimuleerd extra energie te steken in hen. Wajongers die studeren worden nogal eens gekort op hun studiefinanciering. Als ze gaan werken is er de dreiging van de armoedeval.

Gelukkig is de handschoen al hier en daar opgepakt, bij het speciaal onderwijs en ook bij het UWV. Die houdt een proef met een methode om vaardigheden die nodig zijn voor het werk al heel vroeg te toetsen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden