Gergjev krijgt orkest dit keer niet op scherp

De dertiende editie van het Gergjev Festival, dat afgelopen weekend tot en einde kwam, was de eerste waarin dirigent Valery Gergjev in meerdere opzichten van gastheer tot gast werd. Gergjev is dit seizoen immers chefdirigent-af van het Rotterdams Philharmonisch Orkest (RPhO) – en hij beperkte zijn optreden op het festival met zijn naam tot vier concerten aan het begin en het eind van de achtdaagse.

De openingstoespraak van scheidend RPhO-directeur Jan Raes impliceerde al dat de dirigent moeilijk te pakken was te krijgen om te overleggen over de programmering –en zo reduceerde Gergjev dit keer zijn rol tot portier die zijn bezoekers tijdens de opening naar binnen en aan het slot naar buiten liet. En hield hij ook dit keer de lange traditie van (bijna)-afwezigheid in ere.

Het slotweekend liet ook een ander aspect van de festivalnaamgever horen: Gergjev is een dirigent die zijn uitvoeringen en interpretaties erg van het moment laat afhangen. In combinatie met een minimum aan repetities leverde dat in het verleden fantastische en spannende concerten en al even grandioze mislukkingen op.

Maar het leek alsof het RPhO niet echt het vuur meer uit de schenen wil lopen voor de maestro. De gelukstreffers bleven zaterdag en zondag in de afgeladen Doelen beperkt tot een geile ‘Sacre du printemps’ en een gloeiende ‘Mathis der Mahler’ van Hindemith. In Stravinsky’s afstandelijk-zinderende ‘Orpheus’ hield Gergjev zich weliswaar in, maar kreeg hij de ritmes niet scherp; en hij had de warm-vloeiend spelende soloharpiste Charlotte Sprenkels in ‘Danse sacrée et danse profane’ van Debussy wat meer en uitgesprokener orkeststeun mogen geven.

Het onterecht niet zo vaak uitgevoerde orkestwerk ‘Mathis der Mahler’ van Paul Hindemith klonk zaterdag onder Gergjev helder en onopgesmukt, als een doek met dezelfde hallucinante kleuren als het zestiende-eeuwse ‘Isenheimer Altaar’ van Matthias Grünewald waarnaar het verwees. De frasering en de filmische montages hadden wat scherper gemogen, maar de zacht gloeiende strijkersklank in de opening, de stralend gekleurde unisono’s, het Mahler-achtige adagio in diezelfde strijkers en het glanzende koraal in de koperblazers maakten alles goed.

Met de ‘Sacre du printemps’ van Igor Stravinsky kreeg het dertiende Gergjev Festival een spetterende uitsmijter. Een paar weken geleden werd het schandaleuze werk uit 1913 nog authentiek uitgevoerd tijdens het Festival Oude Muziek in Utrecht. Minstens zo authentiek was de hysterische gekte waarmee Gergjev de ‘Sacre’ zaterdagavond voor de afgeladen volle Doelen over het voetlicht bracht. Je kon je in ieder geval levendig voorstellen dat dit barbarenwerk het publiek destijds moet hebben verontrust.

De intense strijkers leken zaterdag bij vlagen in de hens te staan; hoorns, trompetten en trombones (die de hele week al in topconditie klonken) toverden het RPhO samen met het potente slagwerk om tot een dampende prehistorische machine. Jammer dat er in het eerste deel een luide fluittoon dwars door de wat zachtere gedeeltes heen te horen was. Niet van de prachtige fluitsectie zelf overigens, maar waarschijnlijk van een gehoorapparaat dat op tilt was geslagen door het Rotterdamse geweld. Moderne tijden.

Volgens festivalvoorzitter Sylvia Toth haalde het festival dit jaar 20.696 bezoekers binnen. Volgend jaar is Rotterdam officieel Jongerenhoofdstad van Europa. Het thema van het veertiende Gergjev Festival, ‘Eeuwige jeugd’, sluit daarbij aan. Het RPhO brengt dan onder meer een multimediale productie van Beethovens opera ‘Fidelio’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden