Gereformeerden overzee (5) / 'In Canada kwamen we dichterbij de Here'

Met z'n tienduizenden vertrokken ze in de tweede helft van de vorige eeuw uit een sterk verzuild Nederland. Vooral de gereformeerden onder de emigranten trokken in hun nieuwe vaderland wederom een zuil op. Agnes Amelink zocht uit hoe het hen verging en wat hun nakomelingen met dit erfgoed doen. Aflevering 5: Toronto

Kleinzoon Kevin: ,,De kinderen kwamen voor mijn ouders altijd op de eerste plaats. Bijna alles wat we wilden, konden we krijgen. Je zou haast zeggen dat we verwend zijn. Hun betrokkenheid ging zo ver dat ze me, nog voor ik goed en wel bedacht had dat ik misschien op voetbal of hockey zou willen, al bij een club hadden aangemeld. Mijn vader kwam bij alle wedstrijden kijken. Zelfs mijn moeder stond regelmatig langs de lijn, terwijl ze er eigenlijk niet van houdt.''

Grootvader Thys: ,,We hebben al onze kinderen naar christelijke scholen kunnen sturen. Dat was wel duur en we vragen ons nog vaak af hoe we het allemaal hebben kunnen redden. Op ons eerste huis hadden we drie hypotheken en we hebben ook kostgangers gehad.

Grootmoeder Nelly: ,,We zijn hier in Canada dichterbij de Here gekomen.''

Grootvader Thys: ,,We waren afhankelijk. Toen we aankwamen hadden we helemaal niks. Alleen de 80 dollar die je kreeg als landingsgeld.''

Zoon Gary: ,,Op de dag van ons vertrek in 1955 ging ik 's morgens afscheid nemen bij mijn vriendjes. Bij een van hen zaten ze aan het ontbijt en kreeg ik een beschuit met kaas aangeboden. Dat was echt iets bijzonders toen. Een neef reed ons naar het vliegveld, waar we afscheid namen van opa en oma, ooms en tantes. Hoewel ik me goed herinner dat het erg emotioneel was en iedereen sprak van 'de laatste keer', had ik er geen moeite mee. De stewardessen in het vliegtuig waren fantastisch. Ook in Canada was die eerste tijd alles even fascinerend. We kwamen terecht in het emigranten-opvanghuis van de kerk in Toronto, samen met een stuk of wat andere families. Wat ik me goed herinner was het gigantische blik jam van misschien wel een halve gallon dat op tafel kwam. O, die luxe! Mijn vader stuurde ons naar de slager voor 'een pound of flesh'. Ik weet nog hoe die slager moest lachen."

Grootvader Thys: ,,In Nederland werkte ik in een tuinderij. Ik was naar allerlei bijscholingscursussen gegaan om meer te leren over fruit -perziken en druiven die je in de kas zou moeten kweken. Ik wilde graag voor mezelf beginnen, maar dat was niet te bekostigen.''

Grootmoeder Nelly: ,,Ik ben vooral degene geweest die achter onze emigratieplannen zat. Mijn man had een zuster in Canada. Ik hoorde die verhalen en dacht: dat is wel iets voor ons.''

Grootvader Thys: ,,Ik dacht dat ik hier tuinder kon worden, maar dat viel tegen. Ik heb nog een tijdje in de plantsoenen gewerkt, maar kon toen een vaste baan krijgen als conciërge. Eerst was dat wel even schrikken na de mooie baan die ik bij de NS had gehad, maar ik heb het altijd goed kunnen vinden met zowel de kinderen en de onderwijzers. Met het hoofd ging ik om als met een broer.

Het leven was hier eigenlijk net als in Nederland. We hadden een dominee die geweldig kon preken, mijn vrouw ging naar de vrouwenvereniging. Alleen moesten we alles nog opbouwen: de kerk, de school, de vakbond. Al ons geld ging naar de school en de kerk. Onze oudste kinderen zijn nog op de openbare highschool geweest, maar de jongeren konden naar de christelijke highschool in Woodbridge.''

Kleinzoon Kevin: ,,Toen ik naar college ging -ik heb een bachelor in business van York University in Toronto- kwam ik voor het eerst buiten het christelijke schoolsysteem. Het schokte me wel om te merken hoeveel mensen in hele rare dingen geloven, die de Bijbel bestudeerden alsof het Shakespeare was. Ik ging niet echt in discussie, maar bracht mijn zienswijze wel naar voren.

Het was wel goed voor me dat de beschutte omgeving waarin ik opgroeide eindelijk doorbroken werd. Op de John Knoxschool in Brampton en later de Toronto District Christian Highschool had tachtig tot negentig procent van de leerlingen dezelfde Nederlandse achtergrond. Het belang van een goede opleiding op christelijke grondslag werd erin gehamerd. Bijbellessen, niet vloeken, mensen niet belachelijk maken: dat waren belangrijke zaken. Wetenschap werd benaderd vanuit christelijk perspectief. Over zoiets als evolutie werd niet gepraat. We leefden in een beschermde wereld. Dat is zeker niet slecht, maar ook niet alleen maar goed. Op de voetbal vroegen ze wel eens 'wat doe je daar toch helemaal in Woodbridge, waarom ga je niet gewoon in Brampton naar school?' Maar hier in de omgeving van Toronto is iedereen gelukkig behoorlijk verdraagzaam. We werden echt niet als achterlijk beschouwd, zoals de mennonieten.''

Zoon Gary: ,,Bij ons thuis waren de regels belangrijker dan wat dan ook. Tweemaal per zondag naar de kerk, hoe laat je het op zaterdagavond ook gemaakt had, niet sporten op zondag. Mijn vader was erg gevoelig voor wat anderen zeiden, vooral predikanten -en die preekten hel en verdoemenis in die dagen. Er was zelfs een dominee die vanaf de kansel de zondaars met naam en toenaam aansprak.

Mijn vader hield van kaarten, zag er niets verkeerds in, en op zondagmiddag deden we vaak een spelletje. Toen kwam er op een dag visite uit de kerk en die zei verontwaardigd: 'Maas, laat jij je kinderen kaarten?' Toen was het afgelopen.''

Grootvader Thys: ,,Op zondag gaan we niet winkelen of naar een restaurant. Zo hebben we onze kinderen ook grootgebracht. Op een keer zat ik in een beroepingscommissie die ergens ver weg naar een dominee ging luisteren. We hadden brood en koffie mee, maar op de terugweg stelde een van die ouderlingen voor om ergens iets te gaan drinken. 'O, no', zei ik. Toen zei hij: 'Dan zal ik wel voor je betalen'.

's Zomers huurden we altijd een huisje in de buurt van de kerk. Op zondag gingen we niet naar het strand, maar speelden de kinderen bussietrap rond het huis. Tegenwoordig is het allemaal anders. Veel mensen hebben een cottage waar ze 's zondags heengaan. Dan gaan ze dus naar andere kerken. Het kan best dat de preken daar goed zijn, maar dan gaat het collectegeld dus ook elders heen.''

Zoon Gary: ,,Wij wilden tegenover onze kinderen redelijker zijn, met niet zulke gekke regels. De zondag was de dag van de kerkgang, maar als ze 's middags wilden voetballen of zwemmen was dat geen probleem. De zondag mocht geen straf zijn. Als we streng moesten zijn hebben we altijd geprobeerd toch barmhartig te zijn. Wij durfden ook tegenover de kinderen onze fouten toe te geven.''

Kleinzoon Kevin: ,,Als we naar een weekendhuisje gaan, kerken we bij de baptisten. Dat vind ik wel aardig, maar op zich zou ik niet zou gauw naar een andere kerk dan de CRC gaan. Ik voel me er thuis. Er is bij ons ook veel veranderd, met modernere muziek. Dat spreekt meer aan; die oude gezangen doen soms wat aan begrafenissen denken.

Veel van mijn leeftijdgenoten zijn afgehaakt, maar volgens mij om de verkeerde reden. Er werd in de CRC veel achter je rug om over je gepraat, ook oordelend. Daar knapten ze op af. Maar dat heeft volgens mij niets met het geloof te maken. Van dat gepraat trek ik me gewoon niets aan. Het gaat mij om de kern van de boodschap: Jezus die naar de aarde gezonden werd om ons te redden. M'n opa zou er misschien nog van alles bijhalen, want die weet heel veel, maar voor mij is dit het wel.

Je kunt wel merken dat mijn grootouders blij zijn dat het geloof wordt doorgegeven. Opa vond het ook prachtig toen ik diaken werd in de kerk.''

Zoon Gary: ,,Er is heel veel veranderd in de CRC, daar ben ik blij om. De diensten zijn tegenwoordig gevarieerder en de preken gaan meer over het echte leven. Er is een nieuwe generatie predikanten die daar gevoel voor heeft. Vroeger was geloven een kwestie van leven volgens de regels. Als je alles deed wat de kerk van je verwachtte, zat het wel snor. We dachten dat we alles onder controle hadden. Nu wordt er meer over het geloof zelf gepraat.''

Kleinzoon Kevin: ,,Mijn vader praat gemakkelijk over zijn geloof; mijn moeder veel minder. Ik heb wat dat betreft meer van mijn moeder.''

Zoon Gary: ,,Aan het begin van de jaren negentig ging het heel slecht met mijn zaak. Zo slecht dat we het huis moesten verkopen. Toen heb ik echt bewust mijn last aan de Heer gegeven. Ik hoefde de dingen niet onder controle te hebben.''

Grootvader Thys: ,,We zijn hier dichterbij de Here gekomen. Het is met ons eigenlijk hetzelfde als met de Israëlieten. Als het ze goed ging, dwaalden ze af. Wij waren totaal afhankelijk; je was enkel op de Here teruggeworpen. Het is met de CRC niet meer zoals het 50 jaar geleden was, doordat de mensen het te goed hebben.''

Grootmoeder Nelly: ,,Twee jaar geleden is onze zoon Bruce gestorven aan kanker. We missen hem allemaal verschrikkelijk. Maar we weten dat hij in de hemel is. Dat is onze grote troost.''

Grootvader Thys: ,,We weten wat er in Holland met de gereformeerde kerken gebeurd is. Al onze kinderen zijn in de CRC gebleven, maar ik geloof vast dat het anders gelopen was als we in Nederland waren gebleven. Ik denk wel eens: moesten we daarom hierheen komen? We hebbende beslissing om te gaan nooit betreurd.''

Kleinzoon Kevin: ,,Mijn vader mocht niet fietsen op zondag. Ik mocht op zondag niet sporten in competitieverband. Als mijn zonen zo goed zouden zijn dat ze voor de hoogste teams in aanmerking komen, denk ik dat ik dat wel goed zou vinden. Wij hebben onze kinderen wel opgegeven voor de christelijke school. Mijn vrouw en ik hebben het erover gehad en we waren het er snel over eens; die school heeft ons veel goed gedaan. Het is veel geld, maar het is het waard.''

De vorige afleveringen van de serie stonden in Trouw van: 30 september en 8, 17 en 22 oktober.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden