Gereformeerden en hervormden houden jongerenmanifestatie

Een uitslaapdienst, een leeftijdsdoolhof, de nacht van het verhaal, een interkerkelijke musical, geen zee gaat gemeenten te hoog bij het zoeken naar een 'jeugdvriendelijke' aanpak. Vandaag vindt in Utrecht de landelijke manifestatie Oprit '95 plaats, over 'kerk-zijn voor jongeren'. Tweeduizend deelnemers, merendeels jongeren, hebben zich aangemeld. Heeft de kerk een 'jongerenprobleem'? Los je iets op met speciale toeters en bellen? Of zijn jongeren net mensen? Marlies Kieft en Wera de Lange laten er drie aan het woord.

Mirjam van Zanten zit in een van de kamers in het grote landhuis van Youth for Christ in Driebergen. Lachend slaat ze op haar knieën en mompelt op het ritme van de klappen een gebed. Zo heeft ze het gebed dat ze tijdens de slotviering van Oprit '95 zal opzeggen, uit haar hoofd geleerd. In de trein heeft ze geoefend, maar niet te hard anders zouden de overige passagiers denken dat ze niet goed wijs was. Het gebed is door iemand anders geschreven, maar Mirjam die volgens de Oprit-jeugdnormen (14-23 jaar) nog net als jongere geldt, zal het namens Youth for Christ voordragen.

Het gebed gaat over jongeren die op reis zijn met hun doelen en hun dromen.

In Mirjams leven speelt het geloof een hele belangrijke rol. Ze probeert het soms uit te leggen aan niet-gelovigen, maar ontdekt dan vaak dat geloof niet te bewijzen is. “Dan komt het neer op laten zien wat geloof voor mij betekent. Ik draag een verantwoordelijkheid als ik mezelf christen noem. Hoe kun je nu laten zien dat God goed is als je zelf allemaal foute dingen doet?”

Mirjam gaat naar de hervormde kerk in Driebergen. Haar ideale kerk zou er eéé zijn waar je leert hoe je je geloof praktisch kunt maken. Zwervers helpen? Mirjam fel: “Ook je buurvrouw. Ik zou willen dat de talenten van de kerkgangers geïnventariseerd worden. Als er iemand is die goed kan timmeren en iemand anders heeft geen geld voor een bed, dan kan die ene mooi een bed timmeren.”

Waarom keren volgens haar zoveel jongeren de kerk de rug toe? Mirjam: “Als jongere heb je heel veel twijfels, dingen die je niet zo snapt. Die vragen van jongeren worden niet serieus genomen. De kerk durft niet kritisch te zijn: twijfelen, dat mag immers niet van God. Sommige jongeren balen ook van het woordgebruik in de kerk. Als je me drie jaar geleden had gevraagd wie God was dan had ik gezegd: de schepper. Wat ik nu zou antwoorden? Hm. God heeft de wereld gemaakt en alle mensen en leven op aarde. Hij heeft daar een plan voor bedacht. Iemand vergeleek God laatst met een project-ontwerper, daar kan ik me goed in vinden. Je moet het gewoon niet meer over 'schepper' hebben, dat is zo'n ouderwets woord.”

Mathijs Kalma, 22 jaar, woont in het Friese Berlikum, opleiding: HTS.

Mathijs heeft gehoord over de manifestatie Oprit '95, maar hij gaat er niet heen, hij moet voetballen. Sinds kort is hij wel “hevig” betrokken bij de kerk. Hij hielp mee met het organiseren van de inmiddels befaamde discokerkdienst van de gereformeerde kerk in het Friese Berlikum. De dienst werd op het laatste moment afgeblazen omdat het samenzijn overspoeld dreigde te raken door de media.

Mathijs was even teleurgesteld, maar zegt nu “wij houden het hoofd wel koel, we zijn alweer een nieuwe dienst aan het voorbereiden en dan doen we het zoals wij het willen”. Er is volgens hem veel jeugd bij de Berlikumse gereformeerde kerk betrokken. Een van de redenen daarvoor is, denkt hij, dat de dominee een “vlotte man” is, die “begaan is met de jeugd”. Laatst hadden ze een themadienst 'kerk op 7', variant van de televisiestations rtl-5 en sbs 6. Een kerkdienst met reclame en al. Mathijs denkt dat de kerk best meer mensen zou kunnen trekken. “Laat ik het zo zeggen. Momenteel zijn in Nederland de normen aan het vervagen. Dat zie je aan het steeds grotere aantal jongeren met een wapen op zak. Aan de andere kant zijn er jongeren die juist een sterke behoefte hebben aan normen en waarden. Als de kerk daar nou handig op inspeelt.”

“Veel jongeren denken: Ja, kijk, als ik in de kerk toch niet vind wat ik zoek, waarom zou ik er dan heengaan?”

Wat zoekt Mathijs zelf in de kerk? “Nou, neem de dood. Dat is wel een zwaar onderwerp. Maar, als je gelooft in de hemel dan geloof je dat je verder leeft, dat het niet ophoudt. Dat is een prachtige gedachte. Als je nergens in gelooft, dan houdt het leven zo abrupt op. Dan is alles voorbij.”

Hij vervolgt: “Ik denk dat buitenstaanders ook best vatbaar zijn voor de ideeën van de kerk. Jongeren die niet naar de kerk gaan, denken dat je zondags in de kerk een uur lang stil voor je uit zit te kijken en af en toe een liedje zingt. Kijk, je hebt de tien geboden, maar je hebt nog zoveel andere dingen. Zoals opkomen voor elkaar, elkaar helpen. Dat spreekt niet-kerkelijke mensen ook aan in een tijd waarin veel mensen op zichzelf zijn aangewezen. Ik denk dat er maar weinig mensen zijn die niks geloven.”

Noortje Smits, 17 jaar, Amsterdam, zit in 5 VWO op het Hervormd Lyceum, lid Westerkerk-gemeente.

“Ik heb het gewoon altijd leuk gevonden om naar de kerk te gaan. Leuk. En gewoon. Mijn opa is er altijd. En mijn oom en tante met een nichtje zijn er heel vaak. We drinken na de dienst met z'n allen koffie bij ons thuis. De preken blijven moeilijk, ook al begrijp ik er natuurlijk steeds meer van. Maar het is het soort sfeer. Het feit dat je met zijn allen daar zit. Dat geeft een goed gevoel.”

“Ik vind het positief dat de kerken hun best doen om jongeren aan te trekken. Voor mij hoeft een discodienst niet. Maar waarschijnlijk zijn er jongeren waar het wel bij werkt. Ik denk alleen wel dat als ze die jongeren de keer daarna een gewone dienst voorschotelen, het opeens weer tegenvalt. De kerken moeten toch een beetje zichzelf blijven, anders worden ze een soort attractie.”

“In de Wester ga ik regelmatig naar de jeugdkerk, dat vind ik heel prettig. Dan maken we wel het begin en het slot van de gewone dienst mee, het zingen en het gesprek met de kinderen, maar daar tussenin gaan we met de elf- tot achttienjarigen naar een aparte ruimte. Daar praten we over een onderwerp. Er wordt bijvoorbeeld een verhaal voorgelezen. Of iemand draagt een thema aan, maar dat komt vrij zelden voor. De laatste keer hadden we het over Rabin; het kan over van alles gaan.”

“Ik geloof de bijbel niet letterlijk, maar die verhalen zijn heel mooi en je hebt er in het dagelijkse leven ook wat aan. Je houdt meer rekening met je medemensen. Ik denk dat christenen wat meer om anderen denken dan anderen. Misschien ook niet. Maar bij mij werken die verhalen wel zo. En de geboden. 'Heb u naaste lief gelijk u zelf'. Als je daar in gelooft geef je toch eerder geld, als er een gironummer in beeld komt. Ik ben wel blij dat ik dit geloof heb.”

“Ik heb een vriendje, die komt uit een Pools dorpje, streng katholiek. Hij gelooft niet. Hij houdt heel erg van de dingen die aantoonbaar zijn, is erg geïnteresseerd in scheikunde en natuurkunde. We hebben het er wel over. Of god bestaat. En dat het scheppingsverhaal niet klopt. Maar ik vind dat niet zo belangrijk. Laatst hadden we het over die giro's. Hij gelooft niet dat dat soort dingen helpen, terwijl ík denk dat het allicht beter is om geld te even dan om helemaal niets te doen.”

“Ik bid iedere avond. Tot iets of iemand die overal aanwezig is. Misschien praat ik wel met mijn eigen geweten, ja.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden