Gereformeerde allochtoon Calvijn

Jan Willem Stam is predikant-in-opleiding. Tijdens zijn studie theologie gaf hij een openbaar college over de allochtoon Calvijn.

Dit openbaar college gaat over Johannes Calvijn geboren in 1509 en gestorven in 1564. Calvijn is niet echt een aansprekende naam natuurlijk. Ik wil dat illustreren met een voorval.

Een paar weken geleden gebeurde het volgende. Ik sprak professor Becking toen ik onlangs in de koffiekamer op dr. Van Asselt wachtte. We hadden een afspraak ter voorbereiding van dit college. Ik moest even in de koffiekamer wachten, want de kamer van dr. Van Asselt was bezet voor een tentamen. Prof. Becking keek mij wat verwijtend aan - wat doet deze student in onze koffiekamer? - en daarom vertelde ik hem over mijn openbaar college. Waar dat over gaat? Over Calvijn zei ik.

Toen kwam de reactie: ‘Ik weet eigenlijk níets van Calvijn‿ maar het is zeker niet mijn favoriete theoloog! Sterker nog: ik moet eigenlijk niets van hem hebben!’

Zo’n voorval staat niet op zichzelf. Als we de waardering voor Calvijn onderzoeken, zien we een negatief beeld. In zijn boekje Hoe Calvinistisch zijn wij Nederlanders? laat professor Nijenhuis daarvan talloze voorbeelden zien. Calvijn is zuur, streng, zuinig, hard en meedogenloos. Calvijn of calvinisme, dat maakt allemaal niet uit. In het spraakgebruik zijn ze onderling uitwisselbaar. Ze kunnen allebei rekenen op een flinke portie negativiteit. Misschien herkent u die aversie, bij anderen of bij uzelf?

Ik in ieder geval wel. Ik ben afkomstig uit een calvinistisch milieu. Maar ik stelde me bij Calvijn ook een wat té fanatieke en strenge reformator voor. Dat milieu was toch wel heel sterk gericht op wat er allemaal níet mocht. In theologisch opzicht was en is er een fixatie op de verkiezing. Maar was Calvijn eigenlijk wel zo’n soort calvinist?

Steeds vaker komt men tot de ontdekking dat het antwoord op die vraag nee moet zijn. En ook ik heb dat ontdekt. Daarom houd ik met plezier een openbaar college over Calvijn. Niet over Calvijn in het algemeen, maar over Calvijn de allochtoon.

Dat woordje allochtoon is natuurlijk gebruikt in een verwoede poging om Calvijn de actualiseren. Beetje modieus zou je kunnen zeggen. Daarom heb ik op de hand-out er van gemaakt ‘een gereformeerde allochtoon’. Dat maakt het al wat aanvaardbaarder natuurlijk.

Wat ik met allochtoon wil aangeven, is dat Calvijn het grootste deel van zijn leven in een lastige positie heeft gezeten. Verdreven uit zijn vaderland en niet echt geaccepteerd in zijn nieuwe woonplaats. Wat dat betreft is Calvijn een allochtoon.

Over de invloed van Calvijns allochtoon-zijn op zijn theologie gaat het in dit openbaar college. Mijn stelling is daarbij: je moet niet naar Calvijn kijken met een strikt theologische bril, maar met oog voor de tijd waarin hij leefde. Ik wil nu eerst op twee manieren laten zien dat Calvijn inderdaad een allochtoon was. Dat doe ik eerst vanuit het verloop van de reformatie. Daarna kijken we naar wat biografische gegevens van Calvijn zelf.

DE REFORMATIE VAN DE REFUGIüS

Allereerst dus het verloop van de reformatie. Wat is dat eigenlijk, dé reformatie?

Als we de reformatie als kerkhistorisch tijdvak bestuderen, moeten we scherp in het oog houden dat een indeling in tijdvakken altijd onrecht doet aan de loop van de geschiedenis zelf. Zo zijn de grenzen van een tijdvak altijd te betwisten. De reformatie laten we meestal lopen van 1517 tot 1564. In 1517 begint Luthers optreden en in 1564 is de afsluiting van het concilie van Trente waarmee de hoop op een ongedeelde kerk is vervlogen.

Maar natuurlijk was er ook voor Luther al reformatie. Die kwam heus niet uit de lucht vallen. En ook is het mogelijk de reformatie verder door te laten lopen dan Trente 1564. Naast de vragen bij de grenzen van een tijdvak, is ook altijd mogelijk om de vraag te stellen naar de coherentie van het tijdvak zelf. Was de reformatie wel een eenheid? Hoe kunnen we de reformatie indelen?

Er zijn meerder indelingen mogelijk en dat laat al meteen zien dat de indelingen ook relatief zijn, maar voor het inzicht in de reformatie zijn ze tegelijkertijd onmisbaar. Vaak is de reformatie gezien als een nogal theologisch gebeuren waarbij het vooral ging om ideeën, zoals de werkgerechtigheid van de Rooms-Katholieke kerk tegenover de rechtvaardiging van de goddeloze van de reformatie. Maar het moderne kerkhistorische onderzoek heeft meer en meer aangetoond dat de reformatie ook te beschrijven is in sociale en politieke termen.

De Nederlandse kerkhistoricus Oberman heeft een invloedrijke indeling van de reformatie voorgesteld. Deze indeling beschrijft de chronologie van de protestantse reformatie. Het is een indeling in drie fases. Deze indeling heeft een min of meer temporeel karakter.

Eerst was er de fase waarin een reformatie opkwam uit de kloosters en universiteiten in het rijk van de Duitse vorsten. Hierbij hoort natuurlijk Maarten Luther. Hij stak het lont in het reeds aanwezige kruitvat met zijn 95 stellingen.

Daarop volgde een fase die door Oberman wordt aangeduid met stadsreformatie. In de late Middeleeuwen was de stad steeds belangrijker geworden als centrum van handel en wetenschap en ook in de reformatie is deze dynamiek dus zichtbaar. We zouden kunnen stellen dat het succes van de reformatie zelfs voor een groot deel afhankelijk was van deze verandering. Steden als Zürich met als leider Zwingli en Straatsburg waar Bucer werkte, werden belangrijke reformatorische centra.

Oberman noemt in dit verband de stad het laboratorium. Hij bedoelt daarmee dat de steden door tot de reformatie over te gaan, zich konden losmaken van invloed van rooms-katholieke geestelijken en feodale overheid. De steden experimenteerde met onafhankelijkheid. De reformatie was een werkzame factor in de emancipatie van de steden aan het eind van de middeleeuwen. Ook hier zien we dat de reformatie niet alleen een theologisch, maar ook een sociaal-politiek gebeuren was.

Met de nederlaag van de protestantse vorsten in 1548 en 1549 en de gewelddadige rekatholisering van reformatorische steden kwamen er in Europa geweldige stromen protestantse vluchtelingen op gang. Deze derde fase heet dan ook de reformatie van de refugiés. Frans voor vluchtelingen. Calvijn is te plaatsen op de grens van de tweede en derde fase. Hij werkte in steden, en onder vluchtelingen. Hij was reformator in de stad Genève en toen de vervolgingen in Frankrijk losbarstten, stroomden de vluchtelingen naar Geneve.

Die vervolgingen waren het gevolg van de politiek van Frans de Eerste, koning van Frankrijk. Eerst was hij wel gematigd positief over de reformatie. Maar uit min of meer politieke overwegingen koos hij voor de rooms-katholieke zijde in het conflict. Dat resulteerde in enorm veel vluchtelingen. Omdat Calvijn zelf vluchteling was, is hij meer en meer tot leider van deze derde reformatie geworden.

Dit blijkt als je bijvoorbeeld de Institutie, Calvijns belangrijkste boek, bekijkt. Voorafgaand aan de behandeling van het christelijk geloof, schrijft Calvijn een brief aan Frans de Eerste waarin hij zijn vluchtelingen verdedigd en Frans de Eerste oproept zijn verstand te gebruiken.

Zo krijg je een wat ander beeld van de Institutie. Het is niet een droge en over gesystematiseerde weergave van het christelijk geloof, maar een poging van Calvijn om zijn vluchtelingen te helpen.

DE BIOGRAFIE VAN EEN ALLOCHTOON

Calvijn dus als vluchteling, allochtoon. En hij heeft wat gevlucht. Ik wil nu even wat verder inzoomen op het leven van Calvijn. We moeten daarbij vooral letten op de plaatsnamen die genoemd worden.

In de hand-out heb is een overzichtje opgenomen waar Calvijn allemaal verbleven heeft. Ik heb daarbij de plaatsen waar hij voor een korter verblijf is geweest, nog niet eens genoemd. Deze korte verblijven waren vaak in het kader van een godsdienstig dispuut, de zogenoemde godsdienstgesprekken. Het is een lijstje met plaatsnamen, beetje droog, maar het illustreert goed dat Calvijn een vluchteling was.

Calvijn werd dus geboren op 10 juli 1509 werd, in het noord-franse plaatje Noyon. Hij ging naar de universiteit van Parijs ter voorbereiding op een academische loopbaan. Calvijn ging rechten studeren in de steden Orléans en Bourges. Na de dood van zijn vader keerde Calvijn in 1531 terug naar Parijs om letteren te gaan studeren. Daar kwam hij in contact met Nicolaas Cop. Deze was in 1531 tot rector benoemd van de Parijsse universiteit. So far so good.

Maar dan gaat het mis. Cop houdt een toespraak over de Bergrede met scherpe kritiek op de roomskatholieke sacramentsleer. Deze valt totaal verkeerd bij de Parijse overheid. Omdat Calvijn wordt gezien als medeauteur moet hij vluchten. Of hij daadwerkelijk medeauteur was is tot op de dag van vandaag niet helemaal zeker. Maar goed, hij moest toch vluchten.

Van 1533 tot 1536 leidde Calvijn een zwervend bestaan. Zo vertoefde hij in Orléans, waar hij zijn eerste theologisch werk schreef. In 1534 verzorgde Calvijn te Bazel de eerste druk van zijn Institutie.

Ook nam hij enige tijd de toevlucht tot hertogin Renata van Ferrara. Na een kort bezoek aan Parijs wilde Calvijn in 1536 via Genève opnieuw zijn verblijf in Straatsburg zoeken, om daar rustig te kunnen studeren. Maar Guillaume Farel zocht hem tijdens zijn verblijf in Genève op en dwong hem om in de stad te blijven. Genève had zich van de Rooms-katholieke bisschop van Savoye weten te onttrekken en was dus overgegaan tot de reformatie.

In Genève leek het met de reformatie voorspoedig te gaan. Het stadsbestuur aanvaardde allerlei artikelen over de kerkelijke tucht, de orde in de eredienst, het catechetisch onderwijs en de ondertekening van de belijdenisgeschriften door de burgerij. Maar de bevolking was tegen de uitvoering. Vaak wordt gezegd dat dit het gevolg was van een zondige levenshouding van de Geneefse bevolking. Echter, modern onderzoek dwingt ons om in een andere richting te kijken.

Door de keuze van de Franse koning tegen de reformatie kwamen er geweldige vluchtelingenstromen op gang. Genève werd overspoeld door vluchtelingen uit Frankrijk. Dit wekte irritaties bij de autochtone bevolking. De burgers, de aristocratie van Genève, hadden grote moeite met deze immigratie. Woorden als intergratie en vreemdelingenbeleid zullen ook toen niet van de lucht zijn geweest. Calvijn, de Fransman, ontpopte zich als snel tot voorman van de vluchtelingen.

Dat bracht hem in een lastige positie. Genève keerde zich tegen hem. Toen in 1538 de tegenstanders van Calvijn de meerderheid haalde binnen het stadsbestuur, werden Calvijn en Farel uit de stad verbannen.

Farel ging naar Neuchatel en Calvijn gaf gehoor aan Martin Bucer, de hervormer van Straatsburg om zich daar te vestigen. De periode in Straatsburg kunnen we omschrijven als één van de gelukkigste periodes uit Calvijns leven. Ook daar verkeerde hij in een Franse vluchtelingengemeente, dus temidden van zijn landgenoten.

Slechts drie jaar heeft hij in Straatsburg gewoond. Want hij moest naar Genève terugkeren zo vond hij. Daar vatte hij op verzoek van de stadsraad zijn werk weer op. Veel protestantse vluchtelingen uit allerlei landen van Europa vestigden zich in Genève. Vanaf 1555 was de meerderheid van de raad van Genève calvinistisch. Dus een beetje steun voor Calvijn.

Na een aantal jaren van relatieve rust overleed Calvijn op 27 mei 1564 te Genève. Ik zeg relatieve rust, want de aanwezigheid van de Franse vluchtelingen is tijdens Calvijns leven nooit een vanzelfsprekende en aanvaarde zaak geweest in Genève.

Deze rondgang in Calvijns biografie levert ons dus op dat we zien hoe Calvijn vanaf zijn twintiger jaren tot zijn dood voortdurend heeft moeten vluchten of heeft gewerkt onder vluchtelingen. En de fransman Calvijn leefde het grootste deel van zijn leven buiten zijn Patrie. Wat het is om allochtoon te zijn, dat wist Calvijn dus heel goed.

DE THEOLOGIE VAN EEN ALLOCHTOON

Wat heeft Calvijns allochtoon-zijn tijdens grote delen van zijn leven voor invloed gehad op zijn theologie? Ik wil in dit college vooral kijken naar het leerstuk van de verkiezing bij Calvijn. Eerst even over wat deze leer inhoud. Ik zeg het nu even heel basaal en simpel. Er is veel meer over te zeggen. Maar we hebben voor het verdere verloop van dit college even een soort werkdefinitie nodig.

De verkiezingsleer is de overtuiging dat God voor dat hij de wereld geschapen heeft, mensen heeft uitgekozen die in Hem gaan geloven en dus gered worden. Er is heel veel gezegd over dit leerstuk. Velen hebben vanwege de leer van de verkiezing de kerk verlaten. Velen zijn nog altijd niet over het benauwde geloof van hun jeugd heen. Het succes van Knielen op een bed violen van Jan Siebelink laat zien hoeveel mensen toch nog iets herkennen van de rigide op verkiezing gerichte sfeer in gereformeerde kerken.

De negativiteit rondom Calvijn waar ik het in het begin over had, is veelal gebaseerd op het idee dat Calvijn daarvoor verantwoordelijk is. Ik vraag me af, wat is hier van waar? Welke rol speelt verkiezing eigenlijk bij de allochtonentheoloog Calvijn?

Als we oog hebben voor de sociale en politieke omstandigheden waaronder Calvijn zijn werk deed, zien we een ander beeld dan het gangbare ontstaan. De verkiezing heeft een heel bijzondere plek in de reformatie van de refugiés.

Stel je voor: je bent betrokken geraakt bij de reformatie. Aanvankelijk leek het wel te gaan. Maar dan draait koning Frans I van Frankrijk om. Eerst stond hij nog welwillende tegenover de reformatie, maar daar komt in Protestanten zijn bijna vogelvrij. Vluchten. Weg hier. Waarheen? Zwitserland, daar kun je nog bij de reformatie horen en dat ligt goed bereikbaar en op een handelsroute.

Zit je daar in Genève, wordt je daar ook weer met de nek aangekeken. De kerk waar je eerst bij hoorde staat je naar het leven. De mensen denken: hebben we het dan toch verkeerd gezien? Was de reformatie een illusie. We gaan het verliezen‿ Soms vielen zelfs vooraanstaande gemeenteleden ten prooi aan vervolgingen of gingen zij door de knieën en zworen ze de reformatie af.

En dan zegt Calvijn: nee! Hij zegt: ook al is de kerk en de wereld tegen ons, God is voor ons. Wij gaan aan de hand van God door een geschiedenis die ons vijandig is. Bij Calvijn speculeert de verkiezingsleer dus niet over miljarden aardbewoners, maar richt zich op de kinderen van God. Calvijn wijst hun een plaats in de kerk van alle eeuwen. De uitverkiezing is dus een troost. Voor hen die in de wereld staan en ontdekken hoe zwak zij staan tegenover verleidingen en vervolgingen.

Dan is het een geweldige geruststelling dat niet de aardse kerk, die vervolgt, maar de hemelse God garant staat voor het bewaren van zijn mensen. Dan, juist dan, kon de gemeente terugvallen op de trouw van God aan hen, uitgedrukt in de leer van de verkiezing. Gods trouw overwint alle angst.

Oberman zegt: voor hen die [‿] zonder geldig paspoort of verblijfsvergunning verder moesten trekken, werd de predestinatie tot persoonsbewijs.

De verkiezing functioneert dus bij Calvijn als identity marker. Calvijn geeft de opgejaagde vluchtelingen een identiteit. Zij horen ergens bij. Namelijk bij God, bij Zijn kerk. Dát is de sociale achtergrond van Calvijns verkiezingsleer.

Dat de leer van de verkiezing later zoveel angst heeft veroorzaakt is niet de schuld van Calvijn. Dat is het gevolg van een complete mistekening van de verkiezingsleer in een totaal veranderende context.

De vluchtelingen van Calvijn waren politiek en sociaal ontworteld. Later verandert de situatie. Oberman heeft daarop gewezen in een serie colleges onder de titel De erfenis van Calvijn. Hij staat ook op de hand-out. Het reformatorische christendom gaat behoren bij de mainstream. Niet langer zijn de protestanten vluchteling.

Tijdens de Nadere reformatie verdwijnt de sociale context van vervolging en vluchteling-zijn. Het gaat het protestantse christendom voor de wind. Zij behoren tot de maatschappelijke elite. Zij worden niet vervolgd, in tegendeel, zij zijn nu degene die in de positie zijn om aan te geven wat orthodox en wat ketters is.

Het wegvallen van de vluchtelingencontext zorgt ervoor dat de hele verkiezingsleer wordt veranderd. Men kan niets meer met de concrete betekenis die Calvijn wel kende. Er is geen door de moederkerk vervolgde gemeente meer. En ja, wat gebeurt er dan? Dan wordt de leer van de verkiezing verinnerlijkt. Een concrete context ontbreekt, dus dan gaan mensen bij zichzelf naar binnen kijken of zij al voldoen aan de eisen voor een uitgekozen mens.

Dan verwordt de verkiezingsleer tot een angstaanjagende leer en komen vragen als ‘is het wel voor mij?’ op. Bij Calvijn is dat helemaal niet aan de orde, want bij Calvijn gaat het in de verkiezing om Gods trouw aan de vervolgde kerk.

De uitverkiezing was in tijd van nood herontdekt. Maar in tijd van voorspoed ging het niet meer om Gods trouw en overmachtige genade, maar over de leer van de verwerping. Zo werd de verkiezing tot speelbal van theologen en steen des aanstoots voor velen. Buiten een context van bloed en tranen is een verkiezingsleer dan ook ongepast.

CONCLUSIES

Wat zijn de conclusies die we kunnen trekken? Calvijns theologie is niet te begrijpen is als we de sociaal-economische context ervan niet in het oog houden. Het beeld van de ‘verschrikkelijke Calvijn’verdwijnt als we serieus rekening houden met de tijd waarin hij leefde. In ons geval dus rekening houden met het feit dat Calvijns situatie vergelijkbaar is met een allochtoon nu. Soms ongewenst en bedreigd.

De conclusie dat de leer van de verkiezing zoals die ontwikkeld is door Calvijn een specifieke context veronderstelt en nodig heeft, is een kritiek op het calvinisme. Immers, zij heeft te weinig rekening gehouden met de contextuele bepaaldheid van Calvijns verkiezingsleer. Daarom is dit college een pleidooi voor een multidisciplinaire aanpak van de bestudering van de kerkhistorie. We kunnen de geschiedenis van de kerk niet opvatten als een louter theologisch debat. Er is veel meer dat speelde.

Dat is niet alleen wetenschappelijk-historisch belangrijk. Ook als we leerstukken in deze tijd bruikbaar willen maken, zullen we rekening moeten houden met situatie waarin de leerstukken zijn ontstaan en de situatie waarin wij leven. In onze postmoderne en welvarende samenleving is spreken over verkiezing denk ik erg lastig. Een context van vervolging ontbreekt.

EPILOOG

Wat is er aan het eind van dit college over van mijn fanatieke en strenge reformator? Was hij fanatiek? We kunnen beter zeggen: gedreven. Calvijn heeft zich letterlijk dood gewerkt voor de goede zaak. Voor zijn vluchtelingen. En streng? Calvijn leefde niet in een vacuüm, maar in een uiterst dynamische tijd in de geschiedenis van Europa. En hij leefde niet als koele observator, maar hij was zelf betrokken. Hij was de allochtoon, de vluchteling. Hij leefde niet onbedreigd en in zijn studeerkamer, maar hij was als pastor onvermoeibaar om zijn medevluchtelingen op de been te houden. Ik sluit af met woorden van Calvijn zelf. Hier horen we hoe een allochtoon zich biddend aan zijn God toevertrouwt:

‘Daar Gij ons nergens elders rust toezegt

dan in Uw hemels koninkrijk,

zo help ons, almachtige God,

dat wij op onze pelgrimstocht op aarde

er in bewilligen,

geen blijvende stad te hebben

en voortgejaagd te worden,

en u desondanks

met een stille geest aanroepen.

Gij hebt voor ons veel strijd weggelegd,

om ons te oefenen

en te beproeven.

Geef ons dan,

dat wij in deze strijd standhouden

en volharden,

totdat wij eindelijk

tot die rust komen,

die voor ons verworven is

door het bloed van Uw eniggeboren Zoon. Amen.’

Geciteerd bij Obermann, De erfenis‿, 11.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden