Gerard Walschap, een foute schrijver

'Vlaamse literatuur moet wortelen in Vlaamse grond!'

os Borré het te vaak aan de lezer over om verbanden te leggen

Jaap Goedegebuure

De Vlaamse succesauteur Gerard Walschap (1898-1989) is de zestig gepasseerd en al tientallen jaren in eer en deugd getrouwd, wanneer zich per brief een vrijgezelle bewonderaarster aandient. Al gauw laat ze hem weten 'smikkes-smoorverliefd' te zijn. Of hij maar uit zijn sleurhuwelijk wil stappen en van haar 'eerste Hooglied' een 'zeer bewust feest' wil maken. Walschap laat zich verleiden tot geheime afspraken en een kusje om de hoek, maar schrikt ten slotte terug voor de ultieme stap. Dan confronteert ze hem met zijn rebellie tegen de katholieke kerk die hem beroemd en berucht heeft gemaakt, en laat hem fijntjes weten dat hij in de zaken van het hart helemaal niet zo'n held is. "Zo ben je nu nóg slachtoffer van hun moraal - die je niet erkent als deugdelijk - en je levert een bewijs voor haar deugdelijkheid door er naar te leven. Het is in een klooster blijven van een god waarvan je het bestaan loochent maar er willen blijven omdat je wilt bewijzen dat, ook al bestaat god niet, je het kan houden tussen vier muren."

Met deze Jeanne Laurent liep het treurig af. Ze overleed op nieuwjaarsochtend 1975, negenenvijftig jaar oud, mogelijk omdat ze niet verder wilde leven. We zouden nooit van haar hebben gehoord als Jos Borré niet de moeite had genomen haar pikante rol in Walschaps biografie te belichten. Door ruim uit haar gepassioneerde brieven te citeren en van daaruit terug te keren naar de grote thema's in Walschaps leven en werk plaatst hij een markant accent. Want er wringt bij deze schrijver nogal wat.

Aan het einde van de jaren twintig kwam Walschap, toen nog diepgelovig, in opstand tegen het verstikkende regime waaraan het roomse volk tot diep in de vorige eeuw was onderworpen. Hij mikte daarbij vooral op de seksuele moraal van de Moederkerk. Zijn roman 'Adelaide' (1929), over een vrouw die in gewetensnood komt omdat ze het graag bij één kind wil houden, maar die door meneer pastoor onder druk wordt gezet om toch maar niets aan geboortebeperking te doen, werd door katholiek Vlaanderen als pornografie beschouwd. Maar toen de auteur ten gevolge van zijn kritiek slachtoffer werd van een beroepsverbod, begon hij haast kruiperig om baantjes en bezigheden te bedelen. Eenmaal in goeden doen liet hij zich graag voorstaan op zijn non-conformisme, maar deed er achter de schermen alles aan om zich te handhaven als de cultuurpaus die hij stilaan geworden was. Meer dan eens riep hij op tot liefde en medemenselijkheid, maar van zijn vijf kinderen waren er drie die zich bitter beklaagden over het vaderlijk gebrek aan aandacht, en met zijn echtgenote was het aanhoudend bonje.

Het meest wringt de houding die Walschap gedurende de Tweede Wereldoorlog innam. Hij bleef op zijn post als inspecteur van het bibliotheekwezen, ook toen dat onder nazistisch toezicht was gesteld, en liet zich gewillig uitnodigen om in Duitsland lezingen te komen geven. Volgens een onbetrouwbare bron (namelijk van horen zeggen door een verslaggever met Duitse sympathieën) sprak hij zich in het openbaar zelfs uit voor steun aan het Germaanse broedervolk. Toen er na de bevrijding van België in 1944 met de collaborateurs werd afgerekend, begon Walschap obsessief zijn straatje schoon te vegen. Hij meende zelfs dat hij een lintje had verdiend voor betoonde burgermoed. Toch moet de conclusie zijn dat hij zich als een kameleon had bewogen tussen goed en fout.

In 1948 haalde Walschap zijn gram in de roman 'Zwart en wit', gebaseerd op feitelijke voorvallen. Daarin kiest hij de kant van de hoofdpersoon, een jonge Vlaming die zich uit idealisme aanmeldt voor krijgsdienst aan het Oostfront, tot inkeer komt en deserteert, maar uiteindelijk toch voor landverraad wordt veroordeeld en de doodstraf krijgt. Het boek kwam hem op felle verwijten te staan, vooral uit Nederland, en bemoeilijkte zijn verdere contacten met Nederlandse uitgevers.

De diepere grond voor Walschaps geschipper en zijn rotsvaste overtuiging dat hij tijdens de Duitse bezetting niets verkeerds had gedaan, ligt in zijn verbondenheid met de strijd voor de Vlaamse identiteit. Als jonge hemelbestormer schaarde hij zich achter de nationalistische leus 'Alles Voor Vlaanderen, Vlaanderen Voor Kristus'. Als gearriveerd auteur sprak hij zich keer op keer uit voor een literatuur die wortelde in de Vlaamse grond en zich dienstbaar maakte aan het Vlaamse volk. Collega-schrijvers riep hij op "in onszelven temperament en ras en bloed te beluisteren. Meer natuur!" Terecht signaleert Borré in dit standpunt een tendens die Walschap gevaarlijk dicht in de buurt van de nationaal-socialistische ideologie van Blut und Boden bracht.

Het dwepen met aardse driften en neigingen culmineert in de roman 'Houtekiet' (1939), algemeen beschouwd als de top van Walschaps oeuvre. De titelheld van het verhaal is een wildeman, krachtpatser en verstokte heiden die zich stoort aan god noch gebod, vrouwen bespringt en bezwangert, en het flink aan de stok krijgt met de wereldlijke en kerkelijke autoriteiten. Eenvoudige landlieden uit de omgeving zien in hem een leider en sluiten zich bij hem aan. Zo ontstaat een alternatieve gemeenschap waarin men leeft volgens het adagium 'terug naar de natuur'. Maar de ironie wil dat er langzamerhand weer zoveel cultuur binnensijpelt dat Houtekiet zich verbitterd van zijn schepping afkeert.

De tragiek van Walschap is dat hij als rebel links werd ingehaald door de revolutionairen van de jaren zestig, die hem opzijzetten als een behoudzuchtige bourgeois. Hij was blind voor de vernieuwingen die ze brachten, gaf af op hun bohémienachtige levensstijl en schoffelde tegelijk met hen ook avant-gardeschilders als Picasso en Dali onder de zoden.

Jos Borré is als biograaf onafhankelijk genoeg om die neergang en alle feilen dat ermee verbonden is, afstandelijk te registreren. Wel is het jammer dat zijn relaas dikwijls niet meer is dan een droge chronologie van feiten en gebeurtenissen, en dat de thematische verbanden in dit levensverhaal door de lezer zelf moeten worden gelegd.

Hoewel het boek aan de lijvige kant is, was verdere uitdieping hier en daar op zijn plaats geweest. Zo vernemen we in het begin dat aspirant-priester Walschap van het seminarie werd verwijderd omdat hij seksueel contact zou hebben gezocht bij een medestudent die hem bij de leiding verklikte. Hij moet toch minstens biseksueel zijn geweest, denk je dan. Borré, die zich consequent verre houdt van speculaties, zwijgt erover.

Jos Borré: Gerard Walschap. Een biografie. De Bezige Bij, Antwerpen; 751 blz. euro 49,95

Gerard Walschap: Een mens van goede wil en andere romans. De Bezige Bij, Antwerpen; 535 blz. euro 24,95

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden