Naschrift

Gerard Koopman (1943-2017) was een onvermoeibare wereldverbeteraar

Beeld TR BEELD

1 mei, Dag van de Arbeid. Dan zorgde de onvermoeibare werker voor de rode rozen die in de gemeente Aa en Hunze onder zijn partijleden werden verspreid. Het symbolische van deze geste zou omgekeerd mogelijk nog krachtiger zijn geweest: alle PvdA'ers die hém een roos bezorgden.

Die eer zou hem te ver zijn gegaan. Zo weigerde Gerard Koopman het lintje waarop hij na twaalf jaar raadslid recht had. Hij had gewoon zijn werk gedaan. Bovendien was helpen van anderen zijn lust en zijn leven. Dat hij niet alleen met woorden maar vooral met daden midden in de samenleving stond, was vanzelfsprekend. Dat zouden alle mensen moeten doen.

Met lede ogen zag hij echter dat zowel op zijn oude vakgebied, sociaal-cultureel werk, als binnen de politiek en zijn partij het accent steeds meer verschoof naar management. Terwijl hij niets had met procedures en formeel gedoe. Dat schiep slechts afstand en stond efficiënt handelden in de weg. Hij was benaderbaar voor iedereen, en in zijn ongeduld moesten ideeën onmiddellijk worden uitgevoerd.

Gerard werd wel een socialist in optima forma genoemd. Zijn lijfspreuk luidde: "Geluk bestaat niet in wat je bezit, maar in wat je doet voor elkaar". Hij had periodes dat hij met zijn principes kon doordraven. Dat hij zijn gehoor eerst moest uitleggen wat er verkeerd was in de wereld, voordat hij overging tot de orde van de dag. Of hij wilde niet vliegen vanwege de hoge uitstoot, of weigerde in Spanje een kathedraal binnen te gaan omdat hij er voor moest betalen.

Bluf

Het sociale zat er van kinds af aan in. Als oudste in een katholiek gezin voelde hij zich als tiener verantwoordelijk voor zijn vijf broers en drie zussen. Zij konden een opleiding volgen omdat Gerard accepteerde dat vader hem vroegtijdig van de mulo haalde om mee te helpen in de kruidenierszaak.

Met zijn vlotte babbel bouwde hij in Hattemerbroek ondanks grote concurrentie de klantenkring uit. Met zijn bluf, zo mocht hij graag vertellen, overtuigde hij de politie dat hij als zestienjarige legaal in een grote, tot kruidenierszaak omgebouwde bus reed. Op de vraag of hij zijn rijbewijs had, antwoordde hij vol overtuiging 'ja', en mocht hij met de 'Eerste Veluwse Rijdende Zelfbediening' doorrijden.

Vanwege zijn zesdaagse werkweek kon hij niet meer terecht bij zaterdagvoetbalclub WHC. Samen met zijn vader en anderen werd zondagvereniging Noord Veluwe Boys opgericht, al mocht zij de velden van WHC niet ontheiligen. Wedstrijden werden gespeeld op een weiland waar daags tevoren koeien moesten plaatsmaken en stront werd opgeruimd. Naast twee trainingen vulde Gerard zijn avonduren met het afmaken van de mulo.

Pionier

Gerard legde makkelijk contacten, maar wilde meer dan oppervlakkige praatjes en ja knikken om klanten tevreden te houden. Temeer omdat zijn gevoel voor rechtvaardigheid groeide naarmate hij op zijn rondes meer armoede zag. Niet zelden verleende hij klanten respijt voor het betalen van schulden tot de kinderbijslag kwam.

Dus werd hij profvoetballer. Althans, zo noemde Gerard zichzelf gekscherend omdat hij als groepsleider tijdens werktijd meespeelde met de 'boefjes' van Internaat Papenvoort. Daar had hij het aanvankelijk zwaar, hij moest wennen aan zijn ingeperkte vrijheid. Dat kwam zes jaar later goed toen hij als sociaal-cultureel werker aan de slag ging in Rolde.

Daar kon hij zich uitleven in zijn drang om voor de gemeenschap veel te betekenen. Aanvankelijk voor de jeugd, daarna voor ouderen en mensen in de verdrukking. Er was niets op zijn werkgebied, hij was de pionier die zich met zijn lobbycapaciteiten omringde met een uitdijende schare vrijwilligers. Zelfs als hij zijn kinderen van school haalde, wierf hij onder wachtende moeders actieve handen.

Zo manoeuvreerde hij zich ook min of meer in een positie van eigen baas door zijn eigen bestuur samen te stellen. Het was voor zijn directe omgeving niet makkelijk om zijn gedrevenheid en hoge tempo bij te benen, er kwam wel een enorme activiteitenstoom op gang. Daarbij trok de welzijnswerker zich van niets en niemand iets aan. Tot hij weer eens op het gemeentehuis werd ontboden omdat hij te eigenzinnig had gehandeld. Niet omdat hij met gemeenschapsgeld smeet, alles gebeurde zo sober mogelijk. Zoals hij ook voor zichzelf geen materiële eisen stelde.

Tekst loopt door na afbeelding

Gerard Koopman (zittend) tussen zijn broers en zusters. Beeld TR BEELD

De jeugd eerst

Gelijke kansen voor iedereen, daar ging het om. De jeugd stond op de eerste plaats, die moest zich sportief en cultureel kunnen ontwikkelen. Hij was de aanjager van het Jeugdsportfonds en het Jeugdcultuurfonds in zijn gemeente en zette jeugdsozen op in Rolde, Grolloo, Enkehaar en Schoonloo. Geen goedkope kroegen, maar centra waar jongeren iets konden doen. En waar stickies roken buiten werd gedoogd.

Gerard stond aan de basis van de Knapzakroutes, destijds een project voor werklozen. Binnen en buiten Drenthe zijn die wandelroutes een begrip geworden. Op de meest uiteenlopende gebieden liepen veertig cursussen. De Wereldwinkel werd in stand gehouden, kerstmarkten georganiseerd, er was een actiegroep tegen dumping van atoomafval, politieke cafés (De Witte Kip als tegenhanger van De Rode Haan) en busreizen naar demonstraties tegen plaatsing van kruisraketten.

Tijdens raadsvergaderingen kon hij op de publieke tribune soms moeilijk zijn mond houden en dreigde uitzetting. Dus ging hij zelf de politiek in. Met voorkeursstemmen werd hij in 2002 als raadslid gekozen. Ook in die hoedanigheid opereerde hij tussen de vergadertijgers liefst buiten de formele procedures om.

Geïnspireerd door het geloof

Zelfs de fietstocht die hij met broer Jan maakte naar Santiago de Compostela stond in het teken van anderen: de sponsoropbrengst ging naar muziekonderwijs voor kinderen in oorlogsgebieden. Het dagboek dat hij over de tocht schreef voor streekblad De Schakel was zo'n succes, dat hij er columns voor bleef schrijven. "Met een warm hart, er ongevraagd zijn voor je medemens, daar wordt de wereld mooier van", luidt een citaat uit een van zijn laatste columns. Hij wilde geen 'azijnpisser of vrolijke Frans' zijn, maar wilde ermee het beste in de mensen naar boven halen, en schreef zoals hij handelde.

Zo schreef hij (als gemeenteraadslid) over de flauwekul dat mensen die hij goed kende zich bij het stemmen tijdens verkiezingen bij hem moesten identificeren. Zijn vrouw Hilly pleegde waar nodig censuur om te hoog oplopende discussies te voorkomen. Ze vulde hem op alle gebieden aan, ook met ideeën toen hij als gepensioneerde in rustiger vaarwater was gekomen maar actief bleef in de dorpsgemeenschap.

Eind vorig jaar nog plaatste Gerard een oproep voor fietsen voor arme kinderen. Hij haalde er met zijn fietsmaatjes uit de dorpen van AA en Hunze 49 op. De 50ste kwam de burgemeester brengen.

Het geloof inspireerde hem. Ofschoon hij kritisch was op de wijze waarop de katholieke kerk werd bestuurd, bleef hij er actief. Bisschop De Korte kwam in 2008 op zijn verzoek uitleggen wat hij met het bisdom voorhad. Toen kardinaal Eijk aankondigde talloze kerken te sluiten, nodigde Gerard hem via een ingezonden brief in deze krant (tevergeefs) uit om in Rolde te komen kijken. Daar had de protestantse gemeenschap het gebouw uit 1457 kunnen behouden door het open te stellen voor activiteiten op uiteenlopend gebied. Ook voor katholieke diensten.

Ontmoetingen

Voor Hilly en Gerard was dat met hun oecumenische huwelijk praktisch. Gerard leverde tijdens de oecumenische Startzondag zijn bijdrage en was aanwezig bij de protestantse vieringen als Hilly in de cantorij zong. Hij zocht in de kerk niet de voordeligste weg naar het hiernamaals, maar ontmoetingen met gelijkgezinden ongeacht hun geloof. Op zijn verzoek leidde de dominee zijn uitvaartdienst, met hem had hij een klik.

Gerard was geen galant romanticus die bloemen voor zijn vrouw meebracht. Wel was er waar hij verscheen altijd wat te beleven en stond hij als warme, humoristische man altijd klaar voor haar en dochter Carolien en zoon Christiaan. Ook met hen ging het hem liefst om het inhoudelijke. Hij duwde en trok en stimuleerde om dingen te doen, om de plaatsen te zoeken waar ze willen staan. Zoals hij zelf ook altijd had gedaan.

Gerardus Johannes Jozef Koopman werd op 20 maart 1943 geboren in Hattemerbroek en overleed op 15 maart 2017 in Nijlande.

In Naschrift beschrijft Trouw het leven van onlangs overleden bekende of heel gewone mensen. Een tip voor Naschrift? Mail naar naschrift@trouw.nl Of per post naar Trouw/Naschrift, postbus 859, 1000 AW Amsterdam

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden