Gerard Dou-sjoel trekt mensen, maar gebouw brokkelt af

AMSTERDAM (ANP) - Rabbijn J.S. Jacobs begint zondag de toespraak in de huwelijksdienst van Rob Berendsen en Bettine Denneboom met een grap. Toen de bruidegom ging solliciteren bij de bank waar de bruid werkt, had zij gezegd: Dan zijn we straks een bankstel.

De Choepa, trouwhemel waaronder de bruid en bruidegom plaatsnemen, symboliseert het huis van het jonge paar. Verwijzend naar het bankstel waarop altijd plaats voor anderen is, spreekt rabbijn Jacobs de hoop uit dat hun huis sjaloom zal uitstralen.

Het huwelijk vindt plaats kort na 15 Av. Er is geen dag op de joodse kalender die zoveel vreugde geeft als deze jomtof (feestdag). Dan wordt de herbouw van de Tempel na de verwoesting herdacht. Over herbouw gesproken, de 105 jaar oude synagoge aan de Gerard Doustraat moge vandaag een stralende bruid en bruidegom binnen de poorten hebben, maar als de actie 'Behou de Gerard Dou' niet de benodigde 800 000 gulden opbrengt, valt te vrezen dat het gebouw het eind van deze eeuw niet haalt. De muren brokkelen af, het regenwater lekt door het dak en de voorzanger heeft al een andere plek gezocht uit vrees dat hij door vallende stenen wordt getroffen.

Aan het eind van de vorige eeuw groeide de (joodse) bevolking van de Amsterdamse Pijp sterk. Dat had vooral met de ongekende bloei in de diamantindustrie te maken. Omdat er behoefte ontstond aan een eigen bidlokaal in de Pijp, richtten diamantairs en commissionairs in effecten de vereniging Hulpe Israëls op. Er werd begonnen met een synagoge in de Quellijnstraat, maar die bleek spoedig te klein. In 1891 gaf de vereniging opdracht tot de bouw van de synagoge in de Gerard Doustraat die in het erop volgend jaar werd geopend.

De synagoge is achter een gewone gevel verscholen. Daarom werd ze in de oorlog niet door de bezetter ontdekt. Mede dankzij het toeziend oog van buurtgenoten kwam het gebouw de oorlogsjaren ongeschonden door. De laatste dienst in 1943 werd gehouden op de eerste avond van het joodse nieuwjaar (Rosj Hasjana). Tijdens een razzia heeft rabbijn Prins zich er nog met anderen onder de Heilige Arke schuilgehouden.

Doordat de synagoge als enige in Amsterdam niet was verwoest, werden de eerste diensten na de oorlog in de Gerard Dou-sjoel gehouden. Vanaf de tweede sabbat, wel te verstaan, want op de eerste sabbat was er geen sleutel te vinden. Niemand van het oude bestuur was teruggekeerd.

De synagoge kende in de jaren zeventig een tijdelijke inzinking. Vaak was het moeilijk het minjan, het vereiste aantal van tien mannen aan het begin van de dienst, te realiseren. Dan werd een joodse koopman vanachter zijn marktkraam in de Albert Cuypstraat gehaald, die het met vreugde deed. Het is immers een hele eer deel van het minjan uit te maken. Nu kost het in deze orthodoxe maar milde synagoge geen moeite meer het minjan te halen. Gemiddeld zitten er 35 tot 40 mensen in de sabbatsdienst.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden