Gerard Bouman heeft er genoeg van blikvanger te zijn

Profiel Gerard Bouman leidde de reorganisatie bij de politie. Hij houdt het voortijdig voor gezien. Het ging hem te veel over macht en te weinig over de inhoud.

Gerard Bouman (63) gaat de geschiedenis in als de eerste korpschef van de Nationale Politie. Dat is een feit. Maar wist hij ook succesvol leiding te geven aan de grootste reorganisatie van de politie in de vaderlandse historie?

Zeker niet. Hij stapte voortijdig op en diende zijn contract tot 2019 niet uit. De man die op 17-jarige leeftijd bij de Rotterdamse gemeentepolitie aan de slag ging en per 1 februari opstapt, probeerde de voorbije jaren van 26 politiekorpsen met 12.000 verschillende functies één organisatie te maken en die tegelijkertijd een menselijk gezicht te geven.

Dat laatste deed hij op een moment dat de politiebonden al hadden geklaagd over een veel te grote kloof tussen de politietop en de agent op straat. Bouman zit nu in zijn laatste werkdagen, interviews geeft hij niet meer en waarnemend korpschef Ruud Bik is even het uithangbord van de politie.

Een 'wijs en moedig besluit', zo noemde minister Ard van der Steur van veiligheid en justitie in oktober Boumans aankondiging zijn contract niet uit te dienen. Veel stof deed zijn vertrek niet opwaaien. Op het interne net van de politie liepen de reacties uiteen van 'het werd tijd' tot 'jammer en respect voor wat hij heeft bereikt'.

Aan het leiderschap van Bouman kleefden risico's. Hij wilde niet de baas zijn die zei hoe het moest. Nee, de baas was volgens Bouman iemand 'die de ideeën ophaalde bij zijn teams', zo verklaarde hij in zijn laatste interview in het Tijdschrift voor de Politie.

Leiderschap was volgens hem vooral zorgzaam zijn en vertrouwen op de loyaliteit van de gewone politieman die door hem steevast de 'waterdragers van de organisatie' werden genoemd. Die opvattingen ventileerde hij in een onrustige organisatie die juist behoefde had aan een duidelijke visie.

Uit veel uitspraken van Bouman blijkt dat hij grote moeite had met de wereld waarin hij moest opereren. Nee, hem zul je niet terugzien in de politiek. Zijn verhouding met het departement werd vooral gedicteerd door macht en te weinig door inhoud. Bouman wilde liever praten over gebrek aan geld, de werklast of het gebrek aan deskundigheid. Die thema's werden in zijn ogen verengd tot de vraag wie het voor het zeggen had. "De machtsvraag speelt op de achtergrond altijd mee."

Bouman heeft, getuige zijn uitspraken in zijn laatste interview, het idee dat iedereen over zijn schouder meekeek: "We liggen zo onder het vergrootglas dat alles wordt onderzocht. De Rekenkamer, de Inspectie Veiligheid en Justitie, het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum, de Commissie toezicht beheer... De duvel en zijn ouwe moer bemoeien zich met ons. We gaan van rapport naar rapport en de politiek gaat mee met de hypes. Er zit een hijgerigheid in het systeem en er is een vluchtigheid in de politiek gekomen die niet altijd goed is om te komen tot de beste oplossingen."

En als het op afrekenen aankomt, heeft Bouman het gevoel dat de hele Nationale Politie kop-van-jut is. Voorheen waren het 26 korpsen die de pijn konden verdelen, nu wordt een fout op het hele korps afgewenteld, denkt hij. "Wij zijn blikvanger bij elk incident. Wij doen veertienduizend aanhoudingen met geweld per jaar. Dat zijn er veertig per dag. Als er bij een aanhouding iemand om het leven komt, is dat ontzettend triest, maar bij ons wordt wel met een vergrootglas gekeken. Als een diender iets fout doet, wordt nu al in de media de vraag gesteld of Bouman wel kan blijven zitten."

De aandacht van de politiek geeft volgens Bouman het gevoel dat je ertoe doet. "Maar de keerzijde is wel dat we te pas en te onpas de aandacht van de politiek hebben. Er lopen 200 onderzoeken. Als we bij wijze van spreken nieuwe panty's aanschaffen wordt er al een onderzoekscommissie ingesteld om te oordelen of de aanbesteding wel goed is verlopen."

De politie is ondergeschikt aan het bevoegd gezag. Bouman wist dat. En tegelijkertijd probeerde hij zijn Nationale Politie een mate van zelfstandigheid te geven, die past bij het snel vervullen van haar taken. Hij had er grote moeite mee die twee te combineren.

Scheidend korpschef hoopt op hoger budget

Meer geld, dat wenst vertrekkend korpschef Gerard Bouman zijn opvolger toe. En als het aan hem ligt, gaat er een miljard euro extra naar Defensie, nog een miljard naar de Nationale Politie en het Openbaar Ministerie zou als het aan hem lag nog wel een half miljardje extra kunnen gebruiken. Zo laat hij in het meest recente nummer van het Tijdschrift voor de Politie weten.

Wie deze opvolger zal zijn, is nog niet duidelijk. Het ministerie van veiligheid en justitie moet nog iemand voordragen en daarna volgt een benoeming. Wanneer het kabinet-Rutte een besluit neemt, is niet bekend - insiders rekenen op vrijdag over een week.

Er zijn twee namen die steeds opduiken. Erik Akerboom (54) is de meest genoemde kandidaat. Hij is sinds drie jaar secretaris-generaal bij Defensie, werkte bij veiligheidsdienst AIVD en was drie jaar nationaal coördinator terrorismebestrijding. Wat vooral voor hem pleit, is dat hij niet alleen de 'Haagse wegen' kent, maar ook de weg weet binnen de politieorganisatie: hij was ook zes jaar korpschef in Brabant.

De Amsterdamse korpschef Pieter-Jaap Aalbersberg is de tweede naam. Hij heeft veel indruk gemaakt als leider van de missie na de ramp met vlucht MH17 in Oekraïne.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden