Review

George Martin, de vijfde Beatle, leerde de rest symfonisch denken

Mark Hertsgaard: A Day in the Life - De Beatles en hun muziek. Vertaling Willem Hurkmans. De Prom, Baarn; 368 blz. - ¿ 39,90.

De Amerikaanse journalist Mark Hertsgaard (onder meer 'New York Times', 'Rolling Stone') ondernam een wijdlopige, maar geslaagde poging de wordingsgeschiedenis van al hun songs te reconstrueren. Bij het grote publiek is in totaal ruwweg 10,5 uur muziek van de Beatles bekend, verdeeld over 22 singles en 14 albums. Tijdens hun acht jaar durende studiocarrière werd echter meer dan 400 uur muziek op band opgenomen.

Als eerste buitenstaander kreeg Hertsgaard toegang tot de archieven van de Abbey Road Studio's, het clubgebouw waar al hun evergreens geboren werden. “Soms voelde ik me alsof ik Picasso bezig zag met schetsen en nooit was dit gevoel zo sterk als bij het beluisteren van alle zeven versies van 'A day in the life', het laatste nummer op 'Sgt. Pepper's lonely hearts club band”' schrijft Hertsgaard.

De auteur behandelt in chronologische volgorde - van 'Love me do' tot 'Let it be' - alle opname-sessies. Gebruikmakend van literaire en musicologische analyse, van onderzoeksjournalistiek en geschiedschrijving, plaatst hij alle songs in een brede context waardoor een even betrouwbaar (uitgebreid notenapparaat) als indrukwekkend beeld ontstaat.

Omdat Hertsgaard ook de studiogesprekken weergeeft, is de lezer direct getuige van de plaatopnames. Zoals bij 'A hard day's night' (1964):

“Net als John de regel zingt over 'sleeping like a log' gaat er iets bij de ritmesectie flink mis. Ze reageren er wat laat op en spelen nog enkele seconden door voordat je John hoort zeggen: 'Ik hoorde een vreemd akkoord.' Als de technicus de zevende take aankondigt voegt John toe: 'Hij was het'. 'Hij' was overduidelijk McCartney, maar Paul doet alsof zijn neus bloedt en is hard bezig een harmonie te repeteren. (. . .) Pauls vergissing was misschien net datgene wat de groep nodig had, want na een paar keer kuchen om hun kelen te schrapen gaan de Beatles van start voor take zeven, die deze keer vol pit is en bijna perfect . . .”

Hertsgaard maakt duidelijk wat het unieke aan de Beatles was (in 1963 was het niet gebruikelijk dat uitvoerende popmuzikanten hun eigen werk componeerden) en hoe baanbrekend hun studio-experimenten waren. Een rondzingende gitaar bij de intro van 'I feel fine' ('64), waarover Lennon riep: “Ik daag iedereen uit een plaat te vinden waarop rondzingen op die manier wordt gebruikt - tenzij mischien een oude bluesplaat uit 1922. Ik eis dit op voor de Beatles, wij deden het al vóór Hendrix, voor The Who”.

'Eight days a week' ('64) was het eerste nummer waarbij het geluidsvolume in het begin langzaam toeneemt: een fade-in. En 'Ticket to ride' ('65) beschouwt Lennon als het eerste heavy-metalnummer uit de rockgeschiedenis. Ze experimenteerden als eersten met tape-loops (Tomorrow never knows, '66), samplen (idem) en brachten de eerste videoclips uit. Te zamen een kunstenaars-attitude vertegenwoordigend: de muzikant hoefde niet meer op te treden maar gaf zijn werk in studio's vervormd aan zijn publiek. Hertsgaard verklaart de permanente creatieve explosie van Lennon & McCartney in het bijzonder en de Beatles te zamen, uit verschillende factoren. De gezonde competitie tussen het duo werd door de druk der omstandigheden opgeschroefd. “Omdat de eisen die aan ons gesteld werden verschrikkelijk hoog waren. Ze wilden elke drie maanden een single en die maakten we dan in twaalf uur in een hotel of een busje onderweg”, aldus Lennon.

Van belang waren ook de technische ontwikkelingen van die tijd; de viersporen-recorder deed zijn intrede, de moog-synthesizer was in aantocht, de klankpedaal kwam in zwang en de opnamestudio bood “het antwoord op hun voortdurende obsessie met verandering en groei die hun hele carrière typeert”.

Maar de meeste nadruk legt hij terecht bij de cruciale rol van producer George Martin. Konden de Fab Four geen muziek lezen of schrijven, de 'vijfde Beatle' had aan de beroemde Guildhall School of Music muziektheorie, compositie, orkestbewerking, piano en hobo gestudeerd. Martin stimuleerde de groep om 'symfonisch te denken', “om popnummers zodanig te schrijven en in te delen dat ze gebruik konden maken van de uitdrukkingsvormen en technieken uit symfonieën zonder het heftige en heldere van rock 'n roll op te offeren.”

George Martin: “Het succes van John en Paul lag in hun simpele benadering van de muziek, ze kenden de regels niet. Zo gauw je dingen aangeleerd krijgt, wordt je geest in banen geleid. Zij waren vrij en konden dingen bedenken die wij extravagant zouden vinden”. En: “Alle geluiden die wij in 1967 en 1968 zelf maakten, zijn nu beschikbaar door een druk op de knop. Mensen selecteren nu in plaats van te scheppen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden