Geografisch paradijs voor extremisten

Mali kan het bruggenhoofd worden van het extremisme in de Sahel. De zendingsdrang van het wahabisme is er overal waar te nemen. Dat komt door de chaos, vinden veel Malinezen: 'De staat laat ons aan ons lot over.'

Het staatsportret van de Malinese president wordt geflankeerd door foto's van twee blanke mannen. Links François Hollande, de president van Frankrijk, en rechts de Franse luchtmachtpiloot Damien Lamé. De portretten hangen boven een deur in het gemeentehuis van Konna. "We hebben onze vrijheid aan ze te danken", zegt burgemeester Sory Ibrahima Diakite van de 30.000 zielen tellende plaats. De piloot was het eerste Franse slachtoffer van de militaire interventie door Frankrijk, begin dit jaar, om islamitische extremisten te verjagen die het noorden van Mali bezet hielden sinds 2012.

Konna valt nauwelijks op in het landschap. Huizen zijn opgetrokken uit grijsachtig beige stenen, gemaakt van de zanderige grond uit de omgeving. De uitgestrekte akkers, met hier en daar een acaciaboom, zijn leeg. Er is niet geplant omdat boeren bang zijn voor landmijnen. Op de kleine markt klinkt weliswaar muziek uit een transistorradio maar dat verandert niet de ingedutte indruk die de plaats biedt. Toch is Konna voor de islamitische extremisten geworden, wat Waterloo was voor Napoleon.

Op 10 januari stopte een bus bij een militaire wegversperring bij Konna. De passagiers, vermomde islamitische strijders, openden het vuur op de niets vermoedende soldaten. Dat was het sein voor tientallen pick-ups, beladen met extremisten, om de plaats van alle kanten binnen te racen. "Ze wisten goed de weg hier", herinnert de burgemeester zich. "Het moet de rondreizende prediker zijn geweest die informatie verschafte aan de aanvallers. We zagen hem samen met de extremisten en hij vertelde iedereen dat hij de volgende dag zou preken in de grote moskee van Sevaré."

In het 70 kilometer zuidelijker gelegen Sevaré ligt een grote legerbasis en militair vliegveld. Als het de radicale moslims was gelukt dat stadje in te nemen, lag de weg open naar de hoofdstad Bamako. Daadwerkelijk rukte 11 januari een colonne islamitische strijders op naar het zuiden, maar die werd gebombardeerd door Franse helikopters en straaljagers die waren gestationeerd in buurlanden. Tegelijkertijd bestookte de Franse luchtmacht een visverwerkingsfabriek in Konna, waar de extremisten kwartier hadden gemaakt. Tijdens die operatie kwam de Franse piloot Lamé om het leven.

De bezetting van Konna was de aanzet voor de interventie. Frankrijk, de voormalige koloniale macht in Mali, bleek al geruime tijd over een plan te beschikken om in te grijpen. Parijs had informatie dat de verschillende groepen extremisten meer wilden dan alleen het nagenoeg lege en verlaten woestijngebied in het noorden van Mali bezetten. President Hollande verklaarde dat de extremisten een gevaar waren voor Mali en voor het Westen omdat ze de Sahel, de strook ten zuiden van de Sahara, als springplank konden gebruiken naar Europa. De VN besloot 12.000 blauwhelmen te sturen om een herhaling van de extremistische infiltratie te voorkomen. Critici van de Franse president menen echter dat hij de interventie uitvoerde om zijn tanende populariteit in eigen land op te vijzelen.

Malinezen vragen zich af wat er mis ging in hun land. Was Mali slechts de eerste halte voor internationale djihadisten om in de hele Sahel een strikte versie van de islam op te leggen? Of waren de gebeurtenissen een typisch Malinees probleem?

Jonge mannen spoorloos
In Konna zijn opvallend veel winkeltjes gesloten "Veel handelaren verdwenen. Ze hadden zich aangesloten bij de extremisten en zijn of gedood of gevlucht", legt burgemeester Diakite uit. "Ook een flink aantal jonge mannen is spoorloos. Zij kregen zo'n vijftig euro beloofd als ze zich bij de radicale milities aansloten."

Wie de aanvallers waren, is hem nog altijd een raadsel. Veel talen die hij hoorde worden niet gesproken in de regio en er waren talrijke strijders bij met een lichte huidskleur. "Maar ik weet zeker dat ze verwant zijn aan de wahabisten." Het wahabisme, een ultraconservatieve stroming binnen de islam en dominant in Saoedi-Arabië, vervult menige Malinees met afschuw. De sociologe Lalla Mariam Haidara gelooft in een vooropgezet plan om het fundamentalisme in te voeren in haar land, dat een seculiere staatsvorm heeft. "Overal in het land worden moskeeën gebouwd met geld uit Saoedi-Arabië of de Golfstaten. Ze introduceren het wahabisme, de rigide en traditionele islam, terwijl wij van oudsher de liberale soefi-stroming aanhangen. Het aantal wahabisten is hier sterk toegenomen en bedraagt nu tussen de 10 en 20 procent van onze bevolking die nagenoeg volledig islamitisch is."

De zendingsdrang van het wahabisme is overal waar te nemen. Tot in de kleinste dorpjes staan tegenwoordig twee moskeeën. Eentje ouder en gemaakt van ongeverfde lokale bouwmaterialen waarin de soefi-moslims bidden. En een nieuwe, meestal vlakbij de weg, opgetrokken uit stenen van elders en wit geschilderd. Vaak staat er een bord bij met daarop de naam van de Arabische instantie die de bouw van de wahabistische moskee financierde.

De witte, dunne sluier glijdt regelmatig van het hoofd van Haidara. Ze doet nauwelijks moeite haar haren te bedekken. De doek heeft ze vandaag bij zich omdat het vrijdag is en ze later naar de moskee wil. De sociologe komt uit Timboektoe, de befaamde stad in het noorden van Mali die als de bakermat wordt gezien van het soefisme, de stroming die zich door de eeuwen op een natuurlijke manier vermengde met lokale tradities en gebruiken.

"In de Arabische wereld leeft het idee dat zwarte moslims geen goede moslims zijn. In trainingscentra die bij de wahabistische moskee zijn gebouwd, worden onwetende Malinezen daarvan overtuigd door imams uit Arabische landen of lokale predikers die daar studeerden", vertelt Haidara, die onderzoek deed naar de opkomst van het wahabisme in Mali.

De sociologe steekt haar huiver voor wahabisten niet onder stoelen of banken. "Wahabisten zijn niet direct extremisten maar ze zijn agressief en niet tolerant. Dat is maar een stapje verwijderd van die paramilitaire islamieten die in het noorden huis hielden."

Het is niet altijd ideologie die een soefi-moslim beweegt om te gaan bidden in de wahabistische moskee. Slager Sekou Traoré in Mopti, een handelsplaats op de scheidslijn tussen noord en zuid, heeft hele aardse beweegredenen. "Ik heb me bij ze aangesloten omdat geloofsgenoten bij mij kopen. En op vrijdag wordt er vaak voedsel uitgedeeld aan minderbedeelden zoals ik." Mali is een uiterst arm land dat geregeld wordt geteisterd door droogte en daarmee gepaard gaand voedselgebrek.

Traoré zit met een stel vrienden onder een afdakje vlakbij de wahabistische moskee. Ze kijken hoe aan het einde van de dag een lange rij koeien voorbij loopt, terug van de zoektocht naar gras in de zanderige vlakten. De vrienden van de slager, allen soefi-aanhangers, maken grappen over zijn overstap. Traoré ondergaat gelaten de ironische opmerkingen. Hij nodigt uit om te laten zien wat voor goede daden zijn nieuwe geloofsgenoten doen in Mopti.

Ontwikkeling van vrouwen
In een nauw straatje in het hart van het stadje, waar nauwelijks twee ezels elkaar kunnen passeren, zitten mannen in de schaduw van de huizen en spelen kinderen een spel zonder speelgoed. Onder een bord 'Alsayida Aicha centrum voor de ontwikkeling van vrouwen, gefinancieerd door het koninkrijk Saoedi-Arabië' staat de deur open. Binnen zitten op matten tientallen jonge vrouwen, sommigen in een burka andere in kleurrijke wijde jurken. Allen hebben het hoofd bedekt. "Wij geven hier naailes aan meisjes van arme ouders", vertelt Kouroutime Traoré, de leidster van het instituut van achter haar zwarte sluier die alleen haar grote, ronde ogen toont.

Op vrijdag en tijdens de vastenmaand Ramadan wordt er geen naailes gegeven. Dan buigen de jonge vrouwen zich over de Koran. Traoré woonde samen met haar man vijf jaar in Saoedi-Arabië en heeft zoals ze zelf zegt veel opgestoken. "Daar staat islam op een hoger niveau. We moeten hier nog veel leren." Ondanks haar fundamentalistische ideeën heeft ze geen goed woord over voor de verdreven extremisten in het noorden. "Vagebonden zijn het, doodordinaire criminelen die zich onder de mom van islam bezighielden met het smokkelen van drugs", roept ze luid.

Veel Malinezen geven de sociale situatie in hun land de schuld van de chaos. De islamitische extremisten kwamen Mali ten slotte binnen in het kielzog van de zoveelste Toeareg opstand. Het nomadenvolk voelt zich achtergesteld door de Malinese regering. Tot overmaat van ramp pleegde het verslagen leger ook nog eens een staatsgreep omdat ze nauwelijks materieel hadden om zich te verdedigen tegen de invallers.

"De staat faalde. Ze hebben ons niet verdedigd tegen de aanvallers en nog steeds laten ze ons aan ons lot over", constateert dorpsoudste Balkissa Diarra uit Diougounou, een gehucht langs de grens met Burkina Faso. Hij is met collega's uit naburige dorpen weer eens naar Mopti gereisd om de autoriteiten om hulp te vragen. "Sommige van die verdreven bezetters vluchtten de grens over naar Burkina Faso. 's Nachts komen ze terug en terroriseren ons. Ze stelen vee en brommers en soms doodden ze mensen." Of het daadwerkelijk islamitische extremisten zijn die de onveiligheid veroorzaken is moeilijk vast te stellen. Zeker is echter dat er in Diougounou en de wijde omtrek geen politieagent of militair is te bekennen. "We hebben onze eigen milities opgezet die 's nachts patrouilleren. Het is toch te gek dat een half jaar na de Franse interventie, ik nog elke nacht bang ben en moet vrezen voor mijn leven", zegt Diarra terneergeslagen.

Conservatieve stromingen
De extremisten zijn verjaagd maar niet verslagen. De vraag is of ze nog een keer opduiken in de regio. Een Malinese regeringsadviseur die anoniem wil blijven om zijn neutraliteit niet te schaden, gelooft dat alle landen in de Sahel gevaar lopen om door djihadisten bezet te worden om de uiterst strikte vorm van de islamitische wetgeving in te voeren. "Conservatieve stromingen hebben tientallen jaren geleden hier al cellen opgezet die actief kunnen worden als de tijd er rijp voor is", zegt de man die zelf uit het noorden afkomstig is. In zijn geboorteplaats Gao bleken de extremisten opvallend veel steun te krijgen van de bevolking.

Welk land mogelijk het volgende doel wordt van djihadisten, durft de regeringsadviseur niet te voorspellen. Wel gelooft hij dat de Sahel een geografisch paradijs is voor gewelddadige extremisten. "De Sahel bestaat voornamelijk uit chronisch zwakke staten met poreuze grenzen. De extremisten sluiten deals met lokale groepen, soms door zaken te doen en soms door huwelijken. Om een herhaling van de Mali-catastrofe te voorkomen, moet er regionaal en internationaal worden gezorgd voor ontwikkeling en beveiliging van de hele Sahel."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden