Gentleman achter de piano

Drieëntwintig jaar lang verwelkomde hij op de piano de gasten van een Amsterdams hotel. Toen zijn linkerhand uitviel verdwenen de lichtjes uit zijn ogen.

Een glas whiskey en een volle asbak stonden bovenop de piano. Achter de bar lag een zware tas met bladmuziek. Autumn Leaves, My Funny Valentine, Let’s Fall in Love. alles zat er in. Herman wist welke lievelingsnummers hoorden bij welke gezichten. Ook jaren later werden gasten verwelkomd met hun favoriete evergreen.

De pianist kon praten met de gasten en tegelijk doorspelen. Hij kende z’n talen, en zorgde er ook voor dat hij op de hoogte was van de actualiteit. Een muzikant moet niet alleen over muziek kunnen praten, vond hij.

Omdat hij zijn eigen professionele lat zo hoog legde, kon hij zich verschrikkelijk opwinden als hij bijvoorbeeld merkte dat de bediening nonchalant was. Maar Herman was een man die niet boos op iemand kon worden en daardoor sloeg zijn irritatie naar binnen. Dat kon zo erg worden dat hij flauw viel en hij languit op de grond belandde.

Misschien durfde de grote, stevig gebouwde man zijn kwaadheid niet op iemand te richten omdat hij bang was voor zijn eigen kracht. Zijn vrouw Roxane die jarenlang bij de receptie van Hotel de l’Europe in Amsterdam werkte, zag zijn woede soms aankomen en leidde hem dan snel af.

Het was ook de aard van het beestje. Herman had altijd last van zenuwen. Als hij ergens naar toe moest kon hij zich van tevoren al druk maken of hij wel een parkeerplek zou vinden. Hij was een van de weinigen die rookte op doktersadvies. De cardioloog met wie hij te maken had toen hij op z’n vijftigste een hartinfarct had, zag hoe nerveus Herman werd van het niet-roken. ’Gaat u maar liever weer roken’, zei hij.

Pianospelen deed de kleine Herman in navolging van zijn vader, voor wie het een hobby was. Zijn moeder zat hem achter z’n vodden met studeren. Ze hadden het niet breed en betaalden flink voor de pianolessen. Hermans opa was eigenaar van de Amsterdamse kaashandel Wegewijs. Ook zijn vader werkte daar. In de oorlog hadden de Wegewijsjes dus voldoende ruilhandel. Toen opa Wegewijs de winkel verkocht als oudedagsvoorziening voor zijn vrouw, stond de vader van Herman op straat. Hij en zijn vrouw konden aan de slag in een café van vrienden. Het waren serieuze mensen die hard werkten en datzelfde ook van Herman en zijn jongere broer verwachtten. Herman ging naar het conservatorium. Er was toen nog geen richting lichte muziek. Hij zou de opleiding niet afmaken.

Omdat hij al van jongsaf aan droomde om de wijde wereld in te trekken, nam hij een baan op Curaçao als vertegenwoordiger in gereedschap. Maar al snel verruilde hij de handelswaar voor zijn echte liefde: pianospelen. Op het eiland konden ze hem goed gebruiken als pianist voor de massa’s Amerikanen die van de cruiseschepen kwamen. Al gauw had hij een contract bij het Hilton. Herman mocht zelf een orkest samenstellen. Geregeld ging hij naar Midden-Amerika om muzikanten te scouten. Zeven avonden en nachten per week speelde het orkest. Herman begeleidde onder meer een nog jonge Barbara Streisand.

Met zijn eerste vrouw woonde hij in een mooi huis met een zwembad. Onder zijn vrienden waren vooral locals en Latijns-Amerikanen. Hij sprak inmiddels vloeiend Spaans en Papiaments. Zijn toenmalige vrouw vond het moeilijk dat haar echtgenoot altijd ’s nachts werkte. De relatie waaruit een zoon en dochter waren geboren, eindigde in een scheiding.

Ook aan het muziek maken op Curaçao kwam een einde. In 1969 was er een opstand toen het zwarte deel van de bevolking protesteerde tegen de armoede en het voortrekken van de blanken. Het aantal Amerikaanse toeristen liep snel terug. Voor de horeca en dus ook voor Herman was er steeds minder werk. Toch won zijn zelf geschreven en gecomponeerde lied ’Let the Music Play’ in 1973 nog uit 79 deelnemers de eerste prijs op een songfestival op Puerto Rico. Nog steeds is het lied op Curaçao een begrip.

Terug in het koude Nederland had hij de eerste jaren vreselijke heimwee. ’Ik wil wel zwemmend terug’, zei hij geregeld. Het leven ging door. Herman trouwde voor een tweede keer, kreeg een zoon en scheidde ook weer. Hij speelde piano bij verschillende hotels en restaurants in Rotterdam en Den Haag. Een tijdlang werkte hij ook overdag bij een Rotterdamse pianohandel. Daar ontmoette hij z’n derde vrouw, ook pianiste. Het stel was gelukkig samen. Maar bij haar werd borstkanker geconstateerd. Ze was 39 toen ze overleed. Wanneer hij over haar sprak kreeg hij vaak tranen in z’n ogen.

Bij Herman zelf liet zijn gezondheid soms ook te wensen over. Zo werd een maagzweer geconstateerd. Van alle cognac waarschijnlijk die hij op Curaçao had gedronken, dat was daar het drankje dat de pianist kreeg aangeboden. En dan nog een hartinfarct waardoor hij een jaar uit de roulatie was.

In de tijd van het overlijden van zijn derde vrouw werkte Herman bij Hotel de l’Europe in Amsterdam. Daar zou hij 23 jaar blijven werken. Vijf dagen per week verscheen hij daar in z’n smoking. In de tram naar het werk las hij The Times. Om iets voor zessen stapte hij de bar van het hotel binnen. Hij groette het barpersoneel en de gasten en klokslag zes uur schoof hij achter de piano. Hij speelde tot half acht. Dan had hij een half uurtje pauze. Van acht tot twaalf uur speelde hij in het restaurant. Vooral in de bar voelde hij zich als een vis in het water. Een gentleman met een twinkeling in z’n ogen. Kwam er een mooie dame binnen dan speelde hij een klein herkenningsmelodietje voor het barpersoneel.

Roxane, die Hermans vierde vrouw zou worden, werkte bij de receptie van Hotel de l’Europe. Ze had een scheiding achter de rug en praatte met haar collega’s weleens over het mannelijk personeel van het bedrijf. ’Wie vind je nou echt leuk?’ vroegen ze elkaar. Roxane zei: ’Niemand. Nou ja, ik vind Herman wel een aardige vent.’ Maar Herman was twintig jaar ouder. Toch kwam het tot een afspraakje. Bij haar thuis. Herman is nooit meer weggegaan. Twintig jaar waren ze bij elkaar. Ze hadden beiden veeleisend werk, maar maakten ook tijd om te reizen.

Toen ze een keer op een terrasje zaten op Sicilië, zag Herman een piano staan. ’Zal ik de herkenningsmelodie van The Godfather spelen?’’ vroeg hij Roxane. ’Ja hoor, als je aan flarden geschoten wilt worden’, antwoordde ze. Hij speelde het stuk. De Sicilianen zagen er de humor van in en het werd een feestelijke middag.

Met de kinderen uit zijn eerste huwelijk had hij tot zijn spijt weinig contact. Zijn zoon uit zijn tweede huwelijk en diens twee kinderen zag hij geregeld.

Twee jaar geleden werd bij Herman slokdarmkanker geconstateerd. De ziekte leek operabel. Herman was optimistisch. Hij zou beter worden en minstens tot z’n tachtigste professioneel piano spelen. Maar tijdens de operatie kreeg hij een beroerte, waardoor de functies van zijn linkerhand uitvielen. Toen hield het leven voor hem eigenlijk op. De lichtjes in z’n ogen doofden. Tranen kreeg hij als hij een stuk op de radio hoorde dat hij zelf ook vaak had gespeeld. Oefenen wilde hij niet. In het begin probeerde hij het nog wel.

Een half jaar geleden bleek dat de ziekte was teruggekomen. Er kon niets meer gedaan worden. Voorzichtig bespraken hij en z’n vrouw zijn dood. Herman wilde in geen geval thuis opgebaard worden. Dat had hij gezien bij de overleden vader van Roxane die een week in de woonkamer had gelegen. Afschuwelijk vond hij dat. ’Het lijkt wel een Fellini-film’, zei hij tegen z’n echtgenote, ’daar ligt een dode’. ’Dat is geen dode’’, zei ze nuchter, ’dat is mijn vader’.

Het einde werd zwaar. Ze besloten tot euthanasie. De arts kwam bij hen thuis voor een gesprek. De week daarop zou het gebeuren. Herman zag er tegenop om een datum en een tijd te prikken voor zijn eigen dood. Maar zover hoefde het niet te komen. De dag erna sneeuwde het. ’s Middags stierf Herman in de armen van Roxane.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden