Genocide vóór zijn, daar gaat het om

De erfenis van Wiesenthal leert het belang van het documenteren van genocides, maar ook: hoe ze te voorkomen. In Nederland ligt het accent nog te veel op het verzamelen van gruwelijke feiten.

Simon Wiesenthal was een held. Op miraculeuze wijze overleefde hij de Shoah. De rest van zijn leven besteedde hij aan het opsporen en het laten vervolgen van nazi-oorlogsmisdadigers, en later ook aan het gevecht tegen antisemitisme en alle andere vormen van discriminatie en vooroordelen.

Precies tien jaar geleden had ik als scholier het geluk hem te ontmoeten in zijn documentatiecentrum in Wenen. Voor mijn eindexamen geschiedenis schreef ik een scriptie over zijn leven en werk. Inmiddels heb ik bijna mijn universitaire masters afgerond in holocaust en genocide studies. Ik vroeg me af wat het vak genocide studies nu van Wiesenthal kan leren.

In kranten werd hij vaak 'nazi-jager' genoemd. Dat klinkt spannend en dat was zijn werk ook. Te vaak echter blijft het daarbij.

De studie van genocide zou naast het kwaad en de kwaden, vooral ook het goede en de goeden moeten betreffen. Tijdens extreme situaties worden mensen en samenlevingen getest op hun centrale waarden en hun moed die te verdedigen.

Tijdens de holocaust en ook tijdens andere genocides, toonden sommige mensen bijzondere moed door actief verzet. Terecht dat we hen helden noemen. Door middel van de studie van de goeden komen we bij de echte uitdaging van genocide studies: hoe zorgen we dat er meer mensen bij de goeden horen?

Wiesenthal verzamelde stapels bewijs van oorlogsmisdaden en bracht de dossiers bij de rechtbanken. Maar het actief verdedigen van waarden was voor hem nog belangrijker dan het verzamelen van de feiten.

Genocide studies kan niet alleen gaan over het verzamelen van feiten of over het levend houden van de herinnering. Genocides moeten voorkomen worden. Nog nooit is dat gelukt door academische beschouwingen achteraf of een levendige herinnering. Het United States Holocaust Memorial Museum in Washington heeft daarom een Committee of conscience, dat regelmatig aanspoort tot concrete actie. Het zou mooi zijn als het Centrum voor holocaust en genocide studies van de Universiteit van Amsterdam dat ook zou doen.

Wiesenthal was een meester in het documenteren van oorlogsmisdaden. Maar uiteindelijk draaide Wiesenthals missie om het herstellen en beschermen van de essentiële waarde van gerechtigheid. En zo moet het bij genocide onderwijs ook zijn. Kennis van de feiten van genocides is belangrijk, maar het uiteindelijke doel dient te zijn: mensen weerbaar maken. Leren hoe positieve waarden als vrijheid, tolerantie, democratie en mensenrechten in de toekomst verdedigd kunnen worden. Wiesenthal leek doordrongen van de centrale plaats van waarden in het onderwijs, toen in zijn naam het museum voor tolerantie in Los Angeles werd opgericht. In Nederland lijkt de nadruk nog te veel op de verzameling en studie van gruwelijke feiten te liggen. Het wordt tijd dat te veranderen en het Centrum voor Holocaust en Genocide studies om te dopen in het Centrum ter preventie van genocides.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden