Genieten van onzekerheid

Als onderwijzer van de oude stempel wist hij veel heel zeker. Totdat het leven hem op de proef stelde.

Aan het einde van zijn leven was hij van weinig zeker meer. Hij was veranderd van een man die wist hoe het moest in iemand die zoekende was. En hij verwachtte niet meer dat hij nieuwe zekerheden zou vinden.

Voor de buitenwereld bleef hij de schoolmeester. Als hij over straat ging in Dronten, dan was er altijd wel iemand die de hand opstak en hem aansprak als 'Meester Post'. Vele generaties schoolkinderen konden zich hem later goed herinneren: een schoolhoofd met wie niet te spotten viel, maar die goed les gaf.

Hij had zijn autoriteit vanzelfsprekend gevonden. Daar had hij altijd hard voor geleerd en gewerkt. Op z'n 27ste was hij het jongste schoolhoofd van Nederland geweest. Twee keer had hij in de polder een nieuwe school uit de klei getrokken en met succes geleid. Uit zijn geloof had hij waarheden geput die hem strak op zijn weg hadden gehouden.

Planken vol theologische boeken had hij doorgeworsteld. Maar alle spitsvondigheden die hij daarin had gevonden werden op de proef gesteld door het onrechtvaardige en onbegrijpelijke leven zelf. God noch gebod was daar tegen bestand.

Hij hield niet zo veel over. Een handvol dichtregels van Ellen Warmond misschien: .

Onderweg ben ik verdronken.

Alleen om niet al te weerloos

aan te spoelen later

lieg ik een vlot

lieg ik een reddingsboei

lieg ik mijn hoofd boven water.

Dat stemde hem allerminst somber. Het verlies van zijn zekerheden was ook een bevrijding. In zijn laatste jaren ging hij altijd stralend lachend op de foto, vooral toen zijn kinderen hem nog een keer vergezelden op een rit terug door zijn leven. De tocht eindigde waar hij was begonnen, in Gaasterland, de zuidwesthoek van Friesland, waar het dorp Wijckel ligt.

Daar hadden zijn ouders een kruidenierswinkel, die later ook manufacturen zou verkopen. Het dorp telde vier kruideniers, dus breed hadden ze het niet. Atze, de jongste thuis, speelde met bootjes die hij van papier had gevouwen en met lege sigarendozen. Hij klom in bomen en struinde door de weiden om eieren te vinden voor zijn verzameling; die van een wielewaal was zijn trots want hij had er halsbrekende toeren voor moeten uithalen. Met sinterklaas kreeg hij eens een groot cadeau: een speelgoedmotorfiets, met oplichtende koplamp. Daar heeft hij maar kort van genoten, want toen een klant daar belangstelling voor had moest hij zijn speeltje afstaan.

Drie van de zes jongens zouden in de zaak van vader komen, een vierde werd bakkersknecht en de twee jongsten mochten doorleren. Eerst de mulo, waarvoor hij vijf kilometer moest lopen, op klompen die tegen het slijten waren beschermd met ijzerbeslag. Op de gereformeerde knapenvereniging debatteerde hij over Bijbelse 'vraagpunten'. Alleen als ze er niet uitkwamen, konden ze de dominee erbij halen die dan dikke boeken meebracht. Atze zou zijn leven lang verslingerd blijven aan dikke theologische boeken.

Hij wilde onderwijzer worden en ging naar de zogeheten kweekschool in Sneek. Dat was destijds de universiteit voor de minder welgestelden. Ze kregen een zwaar lesrooster, met maar liefst 22 vakken, en veel huiswerk.

Eind 1951 leerde hij op school een meisje kennen, Jo Feenstra. Ze scheelden slechts een half jaar, maar zij zat een klas hoger. Hun liefde moest geheim blijven, want verkering tussen de leerlingen was verboden. Ze zagen elkaar in de pauze. Soms fietsten ze een uur naar Oudemirdum, waar niemand hen kende, en daar wandelden ze rondjes om de vijver in het bos.

Jo slaagde in 1952 en werd onderwijzeres in een dorpje bij Bolsward. Atze kreeg een jaar later zijn diploma, maar moest in militaire dienst. Dat viel hem zwaar. Schreeuwen, vloeken en schieten was niets voor hem. Dankzij een 'voetbalknie' werd hij na ruim een maand weggestuurd.

Meteen kon hij aan de slag op een school in Kampen. Hij was ambitieus en begon aan de studie om hoofd van een school te kunnen worden. Eerst hoofdakte B, daarna A. In 1955 had hij al zijn papieren.

Zijn vriendin Jo was ook in Kampen gaan werken en ze woonden naast elkaar in een kosthuis. Ze wilden trouwen, maar in Kampen moest de gezamenlijke leeftijd van een paar 55 jaar zijn, anders kreeg je geen woning. Zij waren samen nog maar 48.

In Coevorden vond Atze een betrekking waar een woning bij hoorde en eind 1956 trouwden en verhuisden ze. Jo mocht als gehuwde vrouw niet meer werken en ze kreeg een jaar later Froukje, het eerste van vijf kinderen. Ze bleven maar kort in Coevorden, want Atze wilde werk maken van zijn hoofdaktes.

Die kans kreeg hij op het nieuwe land in 1959: het pas gestichte dorp Rutten in de Noordoostpolder zocht een hoofd voor de christelijke school. Hij was een piepjong hoofd in een jong dorp. Zijn salaris sprong omhoog van 345 gulden per maand naar 598 gulden. Met een maandhuur van 43 gulden voor een ruim huis met vier slaapkamers hadden ze een goed leven.

Atze bleef ambitieus en werd na vijf jaar benoemd in een nog nieuwere polder. In de blubber van Dronten moest hij een tweede christelijke school oprichten. Zijn salaris schoot naar 974 gulden. Toen er eind jaren zestig een derde christelijke school nodig was, stond Atze weer aan het roer.

Hij was een geslaagd man en dat wist hij zelf maar al te goed. Hij had zijn school strak georganiseerd, onderwijzers die het anders wilden hadden aan hem een harde dobber.

Plotseling voelde Atze in 1976 dat hij zijn greep verloor. Conflicten op 'zijn' school ondermijnden zijn gezag. Atze raakte overspannen. Toen hij na een paar maanden weer opkrabbelde, belandde Jo in zo'n diepe depressie dat ze opgenomen moest worden in Zwolle. Naast zijn baan zorgde hij nu ook voor zijn eigen kinderen en het huis. Hij gaf de kinderen thuis een ruimte die ze eerder niet hadden gekend. De beide zoons met punk-kleren mochten hun gang gaan.

Het gezin kwam er weer bovenop en de kinderen werden volwassen. In navolging van hun vader kwamen drie van de vijf kinderen uiteindelijk in het onderwijs terecht. De oudste, Froukje, deed als dominee pastoraal werk in een ziekenhuis. Plotseling overleed zij aan een hersenbloeding in 1994. Dat gaf Atze en Jo zo'n knauw dat hun hele leven weer op losse schroeven leek te staan.

In zijn traditionele geloof vond Atze geen antwoord meer, geen kracht, geen inspiratie. "Door het wegvallen van zekerheden ben ik een rusteloze zoeker geworden", schreef hij. "Door te zoeken overkomt mij soms een 'religieus moment'." Ook zei hij weleens: "Ik heb leren genieten van het zoeken."

In 2005 bleek Atze darmkanker te hebben. Een operatie bracht uitkomst. Toen dreigde Jo opnieuw opgenomen te moeten worden met een heftige depressie. Dat weigerde ze. Haar vroegere opname in Zwolle had ze als een zwarte glijbaan ervaren. Jo bleef thuis, kreeg pillen en met de zorg van Atze knapte ze na een jaar op.

Ze waren weggedreven van de kerk. Hij vond de rituelen leeg en onpersoonlijk. Wel vond hij rust in de rituelen van het genootschap Odd Fellows, dat te vergelijken is met de vrijmetselarij. Daar trof hij andere zoekers. Vervoering vonden ze in muziek en vooral opera. Ze hadden een abonnement bij de schouwburg van Apeldoorn. Al begon Atze aan parkinson te lijden, waardoor hij moeilijker liep, bleven ze op stap gaan. Hij liet alvast een traplift aanleggen voor later.

Jo overleed in januari 2011. Een jaar later bleek Atze een hersentumor te hebben. Een operatie was niet mogelijk, wel zou bestraling zijn leven iets kunnen verlengen. "Ik lig er rustig over na te denken", sms'te hij vanuit het ziekenhuis aan zijn kinderen. De volgende dag wist hij het: ik ga voor kwaliteit, geen behandeling. Hij keek uit naar Berlijn, waar hij met zijn vier kinderen de opera zou bezoeken in mei. "Goedemorgen dierbaren", sms'te hij in maart vanuit het verpleegtehuis. "Een nieuwe dag. Ik zie de maan en de zon. Luister naar cd. Goed geslapen. Op naar Berlijn!!??"

Een maand later bestelde hij nog een dik theologisch boek, want zijn verstand had nergens last van. Hij speelde ook nog bridge. Maar Berlijn, nee, dat ging niet meer, moest hij toegeven. Toch zou hij tot het einde vaak blijven zeggen: "Dit was een dag met een gouden randje."

Atze Fetze Post werd geboren op 24 augustus 1932 in Wijckel, Friesland. Hij overleed op 25 mei 2012 in Dronten, Flevoland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden