Genieten van de twijfels rond Van Eyck

Er wordt veel gegist en getwijfeld over het raadsel Jan van Eyck, ook op de grote tentoonstelling in Rotterdam. Maar dat doet aan de tentoonstelling zelf niets af. Die blijkt een groot ontdekkingsfeest voor de bezoeker.

Mogelijk, vermoedelijk, aannemelijk, onzeker, twijfelachtig, waarschijnlijk, onduidelijk. Er wordt wat af gegist op de tentoonstelling over Jan van Eyck in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Hebben ze zo'n kostbare expositie opgetuigd in de hoop meer te weten te komen over het raadselachtige genie Van Eyck, kunnen ze van heel veel kunstwerken vrijwel niets met zekerheid zeggen. Vier jaar voorbereidingen kostte het en een smak geld om deze tentoonstelling over Jan van Eyck (circa 1400-1441) te organiseren. In samenwerking met de Gemäldegalerie in Berlijn die de mooiste verzameling vroeg-Nederlandse kunst heeft, lukte het de conservatoren Friso Lammertse en Stephan Kemperdick om 90 zeldzame werken naar Rotterdam te halen van kunstenaars die tussen 1390 en 1430 in de Nederlanden en daarbuiten werkten. Er zitten stukken bij, zoals het Turijns-Milanees Getijdenboek, die vanwege hun kwetsbaarheid maar zelden worden uitgeleend. Musea bleken daartoe bereid, omdat het op deze expositie gaat om één van de belangrijkste kunsthistorische kwesties.

Met Jan van Eyck maakte de schilderkunst een revolutie door. Hij ontdekte het effect van licht en beeldde voor het eerst de wereld en mensen uit zoals die er echt uitzagen. Bij Van Eyck wordt bij wijze van spreken de huid van mensen haast voelbaar. Hoe heeft Van Eyck die reuzensprong kunnen maken? Dat mysterie houdt kunsthistorici al heel lang bezig. Door werken uit diens beginperiode te plaatsen naast dat van zijn voorlopers rond 1400, hoopt museum Boymans het fenomeen Van Eyck te verklaren. Hij was dan wel het begin van iets nieuws, maar hij heeft niet alles zelf uitgevonden. Dat wilden de tentoonstellingsmakers laten zien, niet alleen aan de hand van schilderijen en tekeningen, maar ook met beeldhouwwerken en miniaturen.

Ten dele zijn ze daarin geslaagd. Er zijn soms treffende overeenkomsten. Zo is er een prachtig versierde koorkapgesp (circa 1410-1420) met een afbeelding van de Gevangenneming van Christus te zien. De gesp, mogelijk gedragen door een bisschop uit Luik, is vermoedelijk in het Maasland gemaakt in de tijd dat Jan van Eyck daar opgroeide. De compositie sluit aan bij die van geschilderde miniaturen uit dezelfde tijd. Toen Van Eyck rond 1424 een Gevangenneming schilderde, baseerde hij zich op hetzelfde compositieschema.

Er zijn meer werken waarvan je kunt vermoeden dat Van Eyck er goed naar heeft gekeken. In diverse schilderijen zijn eerste aanzetten te zien tot diens kunst. Zo schilderde de onbekende maker (mogelijk uit Straatsburg) van het Paradijstuintje (circa 1410-1420) bloemen en vogels al zo levensecht, dat duidelijk is dat hij niet naar modelboeken heeft gewerkt, maar de planten en dieren in het echt heeft bestudeerd. En in de Annunciatie, rond 1420 in Wenen gemaakt door een mogelijk in Parijs opgeleide schilder, wordt al heel aardig gespeeld met licht en schaduw. Weliswaar doet Van Eyck dat pakweg vijftien jaar later vele malen knapper in zijn Annunciatie (circa 1430-1435), maar toch heeft het hem misschien wel geïnspireerd. Dat geldt ook voor de metselende engelen op de achtergrond. De overeenkomsten met de werklieden op Van Eycks paneel Heilige Barbara (1437) zijn frappant. En de twee albasten beeldjes (1404-1410) van rouwende monniken, gemaakt door Claes Sluter en Claes de Werve voor het praalgraf van Filips de Stoute, konden zo uit een schilderij van Van Eyck zijn gestapt. Zo levensecht komen ze over.

Maar het raadsel van de grote sprong die Van Eyck maakte ten opzichte van de kunstenaars voor hem en uit zijn beginfase, lost deze expositie niet op. Het niveauverschil blijft onverklaarbaar groot.

Toch blijft de bezoeker niet met het katterige gevoel achter dat de tentoonstellingsmakers meer beloven dan ze kunnen waarmaken. Dat komt doordat Lammertse en Kemperdick de bezoeker voortdurend deelgenoot maken van hun twijfels en onzekerheden. Als buitenstaander word je meegesleept op hun zoektocht naar de waarheid over Van Eyck. Door deze benadering verzandt de tentoonstelling, die voor de doorsnee bezoeker geen gesneden koek zal zijn, ook niet in een elitair onderonsje voor kunsthistorici. Ook de toegankelijke zaalteksten, logische opbouw en goede vormgeving werken daaraan mee.

Wat ook helpt om het publiek bij de les te houden, is de spanning die gaandeweg wordt opgebouwd. In een cirkelbeweging volgen bezoekers de weg naar Van Eyck. Onderweg valt er al heel veel te genieten van het werk van zijn voorlopers en vroege tijdgenoten, dat nog nooit in deze samenstelling was te zien. Maar je weet: straks komt nog het grand dessert.

Nog grootser dan je voor mogelijk had gehouden, openbaart Van Eyck zich in het hart van de tentoonstelling. Als er al iets tegenvalt is dat er maar zo weinig Van Eycks zijn te zien: vijf schilderijen, enkele tekeningen en twee miniaturen. Maar daar stap je ook zo weer overheen als je oog in oog staat met zijn Annunciatie - een overdonderende ervaring.

Nog een tip: neem wel ruim de tijd voor deze expositie. Pas dan openbaren zich de mooiste details. Wat helpt is dat er geen felle spotlights op de kwetsbare, eeuwenoude werken staan. Daardoor ben je sowieso al gedwongen om langer dan gebruikelijk te kijken voordat je iets ziet. Dan ontdek je bijvoorbeeld hoe intiem en huiselijk een onbekende kunstenaar waarschijnlijk uit Gelre rond 1410 de Heilige Familie schilderde. Engeltjes maken een badje klaar voor het Christuskind. Zijn moeder wil hem pap voeren, maar het kind wordt afgeleid door Jozef die hem twee gedroogde vruchten voor houdt. Niet om op te eten. Volgens Friso Lammertse zijn het waarschijnlijk rammelaars. Ach, die rammelaars kunnen er ook nog wel bij op de lange lijst van zaken waarover wordt gegist en getwijfeld. Maar aan de tentoonstelling zelf doet dat verder niets af: dat is één groot ontdekkingsfeest voor de aandachtige kijker.

¿¿¿¿¿

De weg naar Van Eyck, t/m 10 februari 2013 te zien in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden