Geniale gekte van Wim Helsen

Cabaret

Spijtig spijtig spijtig Wim Helsen

Graag zou ik op deze plek keurig uit de doeken wat er gebeurt in de nieuwste voorstelling van Wim Helsen. Maar dat kan niet.

'Spijtig, spijtig, spijtig' verloopt namelijk alles behalve lineair en er zijn simpelweg te veel vervreemdende zijpaden.

Is het dan een zooitje? Geenszins! Het is de geniale gekte van een Vlaming die weet wat theater maken is. Zijn cabaretprogramma's tot nu toe - dit is zijn vierde - zijn zorgvuldige gestileerde monologen, subtiel gecomponeerd en tot op de millimeter bedacht en geconstrueerd. Vol absurdistische en verontrustende afslagen die een grandioze en grenzenloze fantasie blootleggen.

In 'Spijtig, spijtig, spijtig' speelt Wim Helsen een uitvergrote versie van hemzelf. Een man die in het café onbedoeld in de meest krankzinnige situaties belandt. Alleen al het wachten in het mannentoilet wordt een compleet avontuur. De man is beledigend en grof. Maar hij bedoelt het juist zo goed. Dat het volledig uit de hand loopt, ligt niet aan hem, maar aan de mensen om hem heen. Hij wil alleen de kans krijgen om zijn kant van het verhaal uit te leggen.

En dus word je als de wiedeweerga binnengetrokken in de gedachtenwereld van Helsen waar het van laffe welkomstapplausjes naar wachtrij-fetisjisten wervelt. Om dan plotseling aan het publiek te vragen: 'Heb ik al verteld van Tini? Nee? Maar vraag dat dan ook!'

Tini blijkt qua velbespanning tiptop, maar haar neusgaten zijn nogal groot. Helsen probeert daar zo nadrukkelijk niet de aandacht op te vestigen dat hij dat aan de lopende band doet. Hilarisch. Soms lijkt hij verstrikt te raken in weer zo'n mysterieus zijpad - een mop over een pyromaan, een pratend hert en een hoer bijvoorbeeld - maar uiteindelijk valt alles griezelig nauwkeurig samen en ontstaat toch een afgerond geheel.

Sinds zijn debuut 'Heden Soup' (2003) glinstert zijn ster. Zijn voorstellingen kennen steeds een aantal vaste elementen: hij is verhalend, absurd, hij danst en hij neemt een nummer uit de popgeschiedenis om zijn verhaal kracht bij te zetten. Dit keer is dat, hoe toepasselijk, Nina Simone met 'Don't let me be misunderstood'.

Wim Helsen creëert een volstrekt eigen universum waar logica een heel andere lading krijgt. Of iets waar is of niet doet al helemaal niet terzake. Op die manier betovert hij zijn toeschouwers en laat hij zien dat elk verhaal ook een keerzijde kent. Intelligent, spitsvondig, vreemd en zeer, zeer vermakelijk. Rinske Wels

Tournee t/m 26 juni in afwisselend Vlaanderen en Nederland. Informatie: www.wimhelsen.be

Toneel

Helling Maren Bjørseth / Frascati Producties

"Mijn gedachten zijn een orgie van ruimte en tijd", zegt de hoofdpersoon uit de voorstelling 'Helling' van de jonge regisseur Maren Bjørseth. Inderdaad duikelen zijn herinneringen uit verschillende periodes van zijn leven op het toneel over elkaar.

Alsof ze elkaar oproepen, de een na de ander, als een associatieve sneeuwbal. Omdat de jongeman geen controle heeft over zijn gedachten, slepen ze hem mee en wordt hij gedwongen een personage te zijn in gebeurtenissen die eerder hebben plaatsgevonden.

Het hoofd van de jongen lijkt anders te werken dan dat van gewone mensen, alsof hij autistisch is, of manisch. Via zijn herinneringen, uitgespeeld voor een decor dat nog het meest op zo'n grote hersenscanner lijkt, krijgen we een intrigerend kijkje in zijn hoofd.

We zien scènes uit zijn vroege jeugd met een eveneens geesteszieke en alcoholistische vader, een zorgzaam pleeggezin en een moeizame middelbare schooltijd. Maar we ontdekken langzaam ook het sociaal onwenselijk gedrag dat wordt veroorzaakt door een combinatie van een slechte opvoeding en zijn ziekte: agressie, contactgestoordheid en seksueel misbruik.

Maren Bjørseth won afgelopen zomer de Ton Lutzprijs, de prijs voor het grootste afstuderende regietalent. Talent heeft Bjørseth zeker. Met een vaardige en vlotte regiehand leidt ze de toeschouwer door de potentieel verwarrende kluwen van herinneringen.

Ze heeft ervoor gekozen om de personages om de jongen heen te laten spelen door slechts twee acteurs die hen bewust neerzetten als nare, platte en overdreven personages. In eerste instantie is die hysterische een-dimensionaliteit irritant, maar gaandeweg wordt duidelijk dat dat de manier is waarop de ogen van de jongen de wereld zien. Daardoor gaat de werking van zijn gekwelde hoofd meer fascineren.

Bjørseth wordt daarbij geholpen door haar uitstekende acteurs: Keja Kwestro en Rick Paul van Mulligen weten hun veelheid aan personages toch genoeg menselijkheid mee te geven. Thomas Höppener speelt overtuigend een jongen die wordt meegesleept door zijn eigen haperende geest.

Het grootste probleem van de voorstelling bevindt zich buiten Bjørseths regie, maar in de toneeltekst van de Noorse schrijver Carl Frode Tiller. De tekst is veel te lang, omdat we op de helft al wel weten hoe dit verwarde leven in elkaar steekt.

Bovendien lukt het Tiller niet om van de jongen een echt interessant personage te maken. Daarvoor blijft hij teveel hangen in de clichés van de psychopaat en die van een slechte jeugd met drank en geweld. Maar van Bjørseth gaan we hopelijk nog horen.

Robbert van Heuven

Klassiek

Fonkelnieuw Werk Ensemble Lunapark

Als een dubbel tweeluik pakte het slotconcert van de Serie Fonkelnieuw Werk in het Utrechtse Vredenburg Leeuwenbergh donderdag uit.

Van het ene tweeluik in dit optreden van Ensemble Lunapark met pianist Ralph van Raat was sprake omdat twee componisten geprogrammeerd waren: de Amerikaan Frederic Rzewski (1938) en de bijna dertig jaar jongere Nederlander Piet-Jan van Rossum.

Het tweede tweeluik werd gerealiseerd door het grote contrast tussen de muziek uit de jaren zestig/zeventig van de jonge Rzewski enerzijds en het jongste werk van deze componist en van Van Rossum anderzijds.

De vroege Rzewski schreef uitgesproken ruig, zoals bleek toen Van Raat Piano Piece no. 4 uit de piano hamerde. Rzewski's engagement, communisme én Amerikaanse achtergrond klinken er in door. Ook in de tekst van 'Coming Together' voor verteller en ensemble.

Dit obsederende, genadeloos repetitieve stuk gaat over een opstand in een jeugdgevangenis. Vergelijkbaar is 'Winsboro Cotton Mill Blues', een verklanking van de vrijheidsstrijd van onderdrukte arbeiders in een katoenfabriek die het door het zingen van een blues opnemen tegen het gestamp van de katoenmolens.

In Rzewski's "Hard Cuts" (2012, voor Van Raat en Lunapark geschreven) is weinig van de oude Rzewski terug te horen. Het postmodernisme is hem niet ongemerkt voorbijgegaan: dit pianoconcert is geënt op de polyfonie van Bach (het B-A-C-H motief figureert er zelfs in!) en klinkt behoorlijk traditioneel. Het eindigt toch nog met een Rzewski-aanse cadens voor de piano, die voortkomt uit een motorisch toccata-deel en uitmondt in een licht, pointillistisch slot.

Het lijkt of Rzewski met zijn idealen ook zijn muzikale beweegredenen aan het herordenen is in dit eclectische stuk. Van Raat speelde het briljant; ook toen de lessenaar van de vleugel het begaf raakte hij niet van de wijs.

Eclectisch waren ook drie gloednieuwe liederen van Piet-Jan van Rossum. De eerste, het schalkse 'A dark green dress', schurkt heerlijk aan tegen de jazz en variété uit de jaren vijftig met weelderige akkoorden en dito instrumentatie. Wat een verrukking was Van Rossums fijnzinnigheid na het geweld van voor de pauze! Teder en kwetsbaar klonken 'Sound sleep to fox' met alleen vioolbegeleiding en het dunne 'Aching Moon'.

Het enige minpunt van dit concert was het povere programmablad met toelichtingen die soms bizar ver af stonden van wat er klonk. Kwalijk ook dat de namen van de ensemble-leden onvermeld waren. Het publiek had bijvoorbeeld vast wel willen weten dat die prachtig subtiel zingende sopraan in Van Rossums liederen Jennifer van der Hart heet.

Christo Lelie

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden