GENETICA

“Als je dit spul publiceert”, zei de beller vrijvertaald tegen de hoofdredacteur, “garandeer ik je dat geen collega in de VS je ooit nog een artikel zal aanbieden.”

Wetenschappers zijn keurige burgers, althans: dat is de beeldvorming. Nader beschouwd valt dat nog wel eens tegen. Oók (of misschien wel: juist?) aan de top.

De hoofdredacteur in kwestie was John Maddox, eerste man van één van de meest gerenommeerde wetenschappelijke tijdschriften: Nature. De beller was één van de meest vooraanstaande genetici van zijn land. Aldus Maddox, die de gebeurtenis in het jongste nummer van zijn blad (10/8) aanhaalt.

In zijn wekelijkse bijdrage kondigt de hoofdredacteur aan dat Nature binnenkort met een opvallende uitgave komt: in een aparte bijlage zal een beschrijving van menselijke genfragmenten worden gepubliceerd. De informatie is afkomstig van Human genome sciences, de commerciële poot van TIGR: The institute of genome research in Rockville (Maryland). Hoofd van TIGR is de Amerikaan Craig Venter, een excellent geneticus maar ook een wetenschapper die sinds zijn overstap naar de private sector onder collega's zeer omstreden is.

Ooit werkte Venter bij de NIH, de National institutes of Health, het overheidsinstituut dat onder meer een belangrijk deel van het Amerikaanse medisch onderzoek uitvoert. Daar was hij een warm pleitbezorger van een nieuwe, onorthodoxe methode van het zoeken naar genen. De genfragmenten waarvan Nature nu de beschrijving zal publiceren, zijn langs die nieuwe weg bijeengebracht.

Traditioneel zoeken genetici een gen dat in verband wordt gebracht met een erfelijke ziekte door leden van families waarin zo'n ziekte voorkomt, met elkaar te vergelijken. Welk stuk DNA, de drager van de erfelijke informatie in de kern van elke cel, is bij de patiënten in zo'n familie gelijk?

Venter koos voor een andere aanpak waarbij niet één speciaal gen maar willekeurige genen worden gevonden. In een volgende stap kunnen bij die genen vervolgens de functies en, als daarbij van defecten sprake is, de ziektes worden gezocht.

De Amerikaan keek niet naar het DNA in de kern van de cel, maar naar RNA daarbuiten. Dit RNA vormt de 'stap' tussen een gen en het eiwit waarvoor het gen het 'recept' bevat. In elke cel zijn, buiten de kern, talrijke van deze tussenstappen te vinden. Venter 'viste' die eruit om ze vervolgens te beschrijven.

In 1991 besloten de NIH om patent te vragen op zo'n 600 van deze onder leiding van Venter gevonden genen. Een enorm tumult brak los in de internationale genetische gemeenschap. Kun je patent aanvragen op menselijke genen, werd een heet bediscussieerde vraag. Maar meer nog stak een tweede kwestie. Venter beschreef de genen niet in hun geheel maar slechts een 'staartje' waaraan je ze kunt herkennen. Kun je patent vragen op een gen dat je nog niet in zijn geheel hebt gevonden? En waarvan je de functie nog niet kent?

Vertrokken

De aanvraag werd afgewezen. Craig Venter was toen echter al vertrokken. In 1992 stapte hij over naar TIGR. Hoe commercieel aantrekkelijk zijn methode is, bleek een jaar later. De Brits-Amerikaanse farmaceutische multinational SmithKline Beecham nam via een investering van tweehonderd miljoen gulden in de TIGR-poot Human genome sciences een flink belang in zijn speurtocht naar nieuwe genen. Onder één voorwaarde: de opbrengsten van praktische toepassingen van toekomstige genvondsten (nieuwe medicijnen) zouden voor SmithKline Beecham zijn.

Eind vorig jaar kondigden Venter en SmithKline Beecham aan dat zij belangstellende genetici toegang tot hun verzameling genfragmenten wilden gaan verschaffen. Onder genoemde voorwaarde. En opnieuw was er tumult - voor even. Enkele maanden geleden ging de Medical research council (MRC), de Britse tegenhanger van de Amerikaanse NIH, in op het aanbod. Volgens Venter/SmithKline Beecham hebben wereldwijd inmiddels meer dan vijftig onderzoeksinstituten dat gedaan.

De komende publikatie in Nature zal niet meer dan een bescheiden selectie uit de 55 000 genfragmenten bevatten die Venter inmiddels heeft gevonden. Genetici die meer willen weten, zullen de gang naar hun omstreden collega moeten maken. In die context verdedigt hoofdredacteur Maddox de publikatie in zijn blad onder meer met het argument dat het om resultaten van uitstekend onderzoek gaat. Niet alle genetici vermag hij daarmee te overtuigen - het telefoontje spreekt boekdelen. Maar Maddox ligt dáár niet van wakker: geen twijfel, schrijft hij, dat de beller het goed bedoelde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden