"Generaties gaan generaties komen, de aarde blijft altijd bestaan."

De kerstdagen van 1955, nu al langer dan 50 jaar geleden, staan nog altijd scherp in mijn geheugen gegrift. Waarom?

Mijn vader had begin oktober verteld aan ons als kinderen dat er een mijnheer Wolf langs zou komen. Van het weekblad Panorama. De journalist wilde een artikel schrijven over de Akkermannen. “Komen er ook foto’s bij? En mogen wij er dan ook bij zijn?”, vroegen wij als kinderen. “Ik denk niet dat dat de bedoeling is. Het gaat alleen maar over de dichtende en schrijvende Akkermannen en wat ze doen voor de kost”, mompelde mijn vader.

Wij waren natuurlijk reuze benieuwd en ook wel een beetje trots.

Toen ik op de avond van 17 december thuis kwam, hing er in de kamer een gespannen sfeer: de Panorama was er. “En!”, vroeg ik.

“Prima verhaal”, zei mijn vader.

Mijn moeder keek verdrietig en zei: “Ik heb mijn bedenkingen.”

“Waarom?”, vroeg ik.

“Lees het eerst zelf maar”, zei mijn moeder.

De kop, in grote rode letters 'De schrijvende en dichtende Akkermannen'. Het begon met Otte de zwartverver uit Oldeboorn, die gedichten schreef. Zijn zoons, Sijas de winkellier en Paulus de bakker, volgden zijn voorbeeld. Ze hanteerden met succes de pen.

Zo dat wisten we dan. En wat leuke foto’s: van grootvader, mijn ouders voor de winkel en mijn vader achter zijn oude schrijfmachine.

Over mijn vader schreef Panorama: 'Winkelier auteur; De bekendste is ongetwijfeld de oudste zoon Sijas, die nu in de Knijpe een zaak in manufacturen heeft . Het is zo’n gezellig dorpswinkeltje met een kleine rommelige etalage, waarin eigenlijk ook een slapende poes hoort te zitten. Binnen is het half donker en het ruikt er naar linnen en katoen en naar aardappels die in het achterhuis op het vuur staan. Achter de kleine winkel van Sijas Akkerman staat in een huiskamer, waar alle overbodige luxe ontbreekt, een schrijfmachine die naar schatting een kwart eeuw oud moet zijn. Op deze schrijfmachine schreef deze dorpswinkellier het grootste deel van zijn literaire productie, die nu niet minder dan 14 romans en een groot aantal korte verhalen omvat. Sijas, die in januari 53 jaar wordt, publiceerde op 18 jarige leeftijd zijn eerste korte verhaal in het Friesdagblad. Het zou alleszins vergefelijk zijn als deze schrijver, die alleen maar lagere school en tweejaar avondschool heeft ge!

had wat ijdel en verwaant geworden was, maar Akkerman is gebleven wat hij altijd was; een eenvoudige eerlijke oprechte Fries'.

Met een roodhoofd, stampvoetend en met verheffing van stem vroeg ik aan moeder: ”Waarom vindt je het verhaal niet mooi?”

“Ja wel jongen”, zei mijn moeder, “maar dat van de winkel en de kamer vindt ik verschrikkelijk en ook nog leugens, want wij eten s’avonds warm Hij was hier om elf uur en vertrok vroeg in de middag. De aardappels heeft hij nooit kunnen ruiken.”

Op de vroege morgen van de eerste kerstdag was het altijd de gewoonte dat wij met een groep mensen, zo wel jong als oud, lopend door het dorp trokken en kerstliederen zongen. We verzamelden ons die kerstavond om zes uur in de kerk en kleumden wat om de kachel. Het waren weer de bekende gezichten. Hoewel, er waren enkele jongens bij die niet mijn sympathie hadden.

Na een vragen om een zegen over dit samen zijn zette de stoet in beweging. Midden in het dorp stonden wij stil en hieven luidkeel kerstliederen aan. Met dat wij weer in beweging kwamen, waren er plotseling twee jongens die zeiden: “Je vader staat in de Panorama. Dat van de boeken is heel aardig, maar dat van de winkel en de woonkamer is niet mooi. Onze ouders zeiden: pure armoede is het daar”. Ik schrok geweldig maar ging niet in de verdediging.

Thuisgekomen had mijn moeder de kachel lekker opgestookt. De warme chocolademelk met krentenbrood stond klaar. Nog kan ik mij herinneren hoe lekker dat was en hoe ontspannen mijn ouders in de kamer zaten. Ik besloot maar niets te zeggen over de nare woorden van de jongens. Ik heb het altijd als een kerstgeheim bewaard.

Door de jaren heen verdween het artikel naar de achtergrond. Tenslotte werd er nooit meer over gesproken. Totdat mijn moeder eind jaren tachtig begon te dementeren. Vader was in ’81 overleden. Alleen wonen ging eigenlijk niet meer. Dus een verpleeghuis was misschien de oplossing. Er kwam een mevrouw langs van de indicatiecommissie. Ik was daar bij. Mijn moeder keuvelde er lustig oplos. Ze zei op een gegeven ogenblik tegen de mevrouw: “U weet dat misschien niet, maar mij man schreef boeken. Wel 26 stuks.”

Toen zei ik: “Nou moeder, zoveel waren het er niet.”

“Och jonge”, riep mijn moeder uit, “Wat weet jij daar nou van? Lees maar na in dat blad, hoe heet het ook alweer?”

“De Panorma moeder” fluisterde ik.

“O ja”, reageerde mijn moeder. “Nu weet ik het weer. Panorama, daar kunt u het allemaal in nalezen. Alleen jammer dat van die aardappellucht. Dat klopte niet! Gelukkig hebben ze dat toen in het dorp nooit gelezen.”

Ik hield wijselijk mijn mond.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden