Generatie Lonsdale / Vol hormonen en niet lekker in hun vel

Ze luisteren naar hardcoremuziek en ze dragen Lonsdale-kleding: de zogeheten Lonsdale-jongeren. Ze hebben de naam extreem-rechts te zijn. Is dat ook echt zo – en zo ja, hoe extreem-rechts zijn ze dan? Maaike Homan sprak met de jongeren, maar ook met deskundigen, en schreef er een boek over. Een voorpublicatie.

Een groep van twintig, dertig jongeren loopt ’s ochtends vroeg op Utrecht Centraal Station. Het is een zaterdag in oktober 2005. Ze dragen een gettoblaster bij zich waaruit hardcoremuziek schalt en lopen opgefokt door de stationshal. Hun pupillen knallen uit hun ogen. Zeker de helft van de groep draagt een plastic tasje van het Rotterdam Terror Corps: sinds de jaren negentig een van de leidinggevende hardcoreformaties bestaande uit vier deejays.

De jongens hebben kale hoofden, dragen een strakke spijkerbroek met opgerolde pijpen, zwarte kisten, soms met witte veters, en een shirt van het merk Lonsdale. Op de mouw van hun zwarte bomberjacks prijkt een Nederlands vlaggetje. De paar meisjes uit de groep gaan gekleed in korte geruite rokjes en witte opgeknoopte bloesjes. Ze dragen hun haar strak achterover in een vlecht. Het overige haar is weggeschoren.

Als een Arabisch uitziende man langsloopt, gaat het mis. Een aantal jongens schreeuwt: „Rot op, vieze buitenlander.” De man loopt angstig door, maar drie jongens uit de groep gaan hem achterna. Ze proberen hem te duwen en te slaan. De politie grijpt snel in. Eén jongen wordt opgepakt. Hij moet afkoelen en mag daarna gaan. Omstanders lopen hoofdschuddend weg. „Weer die Lonsdalers”, zegt één van hen.

Lonsdalers of Lonsdale-jongeren zijn sinds 2004 in Nederland een containerbegrip voor racistische jongeren, rechts-extreme of ultra-rechtse jongeren, voor de daders en verdachten van brandstichtingen op moskeeën en het kladden van racistische leuzen; en zelfs voor jongeren die kleding van het merk Lonsdale dragen simpel omdat ze het mooi vinden. Het merk is symbool gaan staan voor laagopgeleide jongeren tussen de vijftien en vijfentwintig jaar, afkomstig uit kleinere gemeenten buiten de vier grote steden, met racistische en soms extreem-rechtse denkbeelden. De letters nsda in Lonsdale zijn voor deze jongeren een verwijzing naar de NSDAP, de nationaal-socialistische partij van Adolf Hitler.

Volgens sommige mensen hebben de letters nog een andere betekenis: ’Laat Ons Nederlanders Samen De Allochtonen Langzaam Elimineren’. Voor het laatste woord wordt ook wel ’executeren’ gebruikt en de ’N’ staat soms voor ’nu’.

Het bedrijf achter Lonsdale distantieert zich van racisme en is druk doende om zich van het negatieve imago te ontdoen. In Duitsland hangt het bedrijf kaartjes in de truien met daarop de tekst ’verzet tegen rechts geweld’. Ook sponsort het bedrijf antiracismefestivals. De kleding voor Nederland, België en Duitsland wordt ontworpen in kledinggroothandel Punch in Düsseldorf.

Geurt Schotsman is licentiehouder voor de Benelux. Met lede ogen ziet hij de verkoopcijfers van zijn merk sinds 2004 dalen.

Schotsman opende in 1984 een winkeltje in Amsterdam en verkocht onder andere Lonsdale. Dat sommigen het merk associëren met racisme, merkte hij toen al. „Af en toe werd er op de gevel een hakenkruis gekalkt door extreem-linkse mensen. Toen begon het langzaam te dagen.” Sinds de moord op Fortuyn, en helemaal sinds die op Van Gogh, is de associatie tussen Lonsdale en extreem-rechts explosief toegenomen, zegt de licentiehouder.

Overigens zijn de leiders van extreem-rechtse partijen voor het overgrote deel tegen het dragen van Lonsdale door leden. Zoals Jan Teijn van de Nationale Alliantie (NA), die zegt: „Dat merk distantieert zich van rechts.” De NA steunt daarom liever het alternatieve merk NLonsDeel. Zowel de naam als de vorm van het logo van NLonsDeel doet zeer sterk denken aan Lonsdale. De NA verkoopt shirts van dit merk in haar webwinkel, al heeft NLonsDeel ook een eigen internetsite.

Volgens de antifascistische onderzoeksgroep Kafka zit rechts-extremist Ben van der Kooi, die actief is voor de NA, achter de verkoop van dit merk.

Niet alleen het merk Lonsdale wordt geassocieerd met rechts-extremisme, maar ook de hardcorescene. Liefhebbers van deze muziekstroming worden ook wel gabbers genoemd. De gabberscene doet begin jaren negentig haar intrede in Nederland. De jongeren luisteren naar harde, snelle muziek, gebruiken speed en xtc, lopen in trainingspakken van het merk Australian en op Nike Air Max en hebben vaak kale hoofden.

In het artikel ’Gabbers anno 2005’ schrijft de antifascistische onderzoeksgroep Kafka dat er binnen deze scene al mensen met rechts-extreme ideeën waren, al was het niet duidelijk in welke mate. „Het trots zijn op je land of stad was dat zeker wel. Er vonden ook regelmatig conflicten plaats tussen gabbers uit verschillende steden, vooral tussen Amsterdam en Rotterdam”, schrijft Kafka. „Vlaggetjes – van stad, streek of van Nederland – op de jas, populair bij een flink deel van de gabberscene, moeten in eerste instantie hierdoor verklaard worden.”

Op de immense dansvloer in het Beursgebouw in Eindhoven komen ruim zesduizend hardcoreliefhebbers bijeen. Op de balustrade staan naast eetkraampjes en stands die cd’s of kleding verkopen, evenals een voorlichtingskraam over drugs en een stand van het Landelijk Bureau ter Bestrijding van Rassendiscriminatie (LBR) waar T-shirts worden verkocht van de Lonsdale loves all colours-campagne.

Volgens de organisatoren bestaat er binnen de hardcorescene grote weerzin tegen discriminerende en racistische uitingen. Hardcorefeesten staan voor vrijheid, eenheid en het ultieme feestgevoel van mensen met verschillende nationaliteiten, zeggen zij. Al zijn er bij dit feest bijna alleen maar blanke mensen aanwezig.

Zoals Nadia (15). Zij is met vriendinnen naar Eindhoven afgereisd omdat ze hardcore ’helemaal te gek’ vindt. „Ik ga naar alle feesten,” vertelt ze. Het blonde meisje wappert met haar waaier waarop staat: Rotterdam Terror Corps. Ze vindt het ’hartstikke goed’ dat deejays hun krachten bundelen tegen racisme. „Het zijn jongetjes van twaalf die alles voor ons verpesten en die de muziek een slechte naam geven.”

Een 18-jarige jongen uit Kerkrade, die zijn naam niet vermeld wil hebben, is niet vanwege het statement tegen racisme gekomen, maar voor de deejay’s. „Ik vind namelijk dat het in Nederland uit de hand loopt met buitenlanders. Ik zeg niet dat ze allemaal slecht zijn, maar er zitten veel rotte appels tussen. Die buitenlanders zijn allemaal uitkeringstrekkers.”

Eind juli 2005 vindt in Enschede het hardcorefestival Dominator plaats. Op een groot veld staan vijf tenten waarin wordt gedraaid. Duizenden bezoekers moeten door de dranghekken, waar ze worden gefouilleerd op drugs en wapens. Drugshonden lopen tussen het publiek in de wachtrij.

De festivalgangers voelen er weinig voor om te praten over alle vooroordelen over hun muziekcultuur, als je elkaar al zou verstaan in de harde muziek. De hardcoreliefhebbers zijn het zat om elke keer uit te leggen dat ze geen rechts-extremisten zijn. Evenals veel deejays.

„Ik houd van hardcore, maar dat wil niet zeggen dat ik in Lonsdalekleren loop of dat ik discrimineer of drugs gebruik”, vertelt een 20-jarig meisje uit Dedemsvaart, dat haar naam niet vermeld wil hebben. Ze volgt de opleiding sociaal-pedagogisch werk. Sinds 2002 bezoekt zij regelmatig hardcorefeesten. „Het mooie aan hardcore vind ik de bas en de melodieën. Je wordt er vrolijk van en af en toe ook een beetje druk. Hardcore is het mooiste als het geluid voluit staat en je verder niks anders kunt horen behalve de muziek”, zegt ze gepassioneerd.

Volgens de studente luisteren de meeste extreem-rechtse jongeren wel naar hardcore, „maar dat wil nog niet zeggen dat iedereen die naar feesten gaat een racist is”.

De associatie hardcore, extreem-rechts en Lonsdale bestaat volgens haar doordat je geen rechts-extremisten op hiphopfeesten ziet. „Die gaan naar hardcorefeesten, maar dat is maar een klein percentage van het publiek.” Het merk zelf heeft volgens haar verder niks te maken met politieke ideeën. „Lonsdale wordt ook snel geassocieerd met racisme. Dat heb ik zelf wel een paar keer gemerkt toen ik nog wel Lonsdale droeg en deels een kaal hoofd had. Voor veel mensen is Lonsdale gewoon een hardcoremerk.”

Hardcore is op dit moment de grootste jeugdstijl onder blanke, autochtone jongeren.

Gé Grubben, beleidsmedewerker van het LBR, schat de scene op honderdduizend jongeren. Vijfduizend van hen hangen rechts-extreme ideeën aan, weer vijfhonderd daarvan vormen echt de harde kern van extreem-rechts, zegt hij. „Een klein deel is gelieerd aan een partij. Bovendien moeten uitgesproken rechts-extremisten niets van die Lonsdalers hebben.” Ruzies tussen Lonsdalers en allochtonen hebben volgens Grubben alles te maken met jongerencultuur. Jongeren willen bij een groep horen, zegt Grubben.

Jongerenwerker Mohamed Yahia verwoordt het in het Eindhovens Dagblad als volgt: „Er is een tweedeling ontstaan: allochtonen roepen ’black-power’ en autochtonen ’white power’. Het is iets van de laatste tijd dat er nu echt white power-groepen zijn. De maatschappij is aan het verharden. Je mag zeggen wat je wilt en of je anderen schaadt is niet belangrijk. Tieners uiten zich nadrukkelijker.”

Gé Grubben maakt zich erg zorgen over deze tweedeling. „We moeten oppassen dat er geen grote tegenbeweging ontstaat van allochtone jongeren die terug willen slaan.” Als ze het idee krijgen dat de samenleving hen niet moet, worden ze recalcitrant, zegt hij.

Annette Linden is extreem-rechts-deskundige en als sociaal-psychologe verbonden aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Volgens haar willen Lonsdalers met hun acties provoceren en hebben ze niet per se een hekel aan buitenlanders. „Die jongeren zijn vooral met zichzelf en met elkaar bezig en hebben geen politieke ambities. Ook willen ze geen structurele bijdrage leveren aan het veranderen van een maatschappij. Ze willen vooral lol maken en zoeken steun bij vrienden, kameraden.”

Linden doet sinds 1996 onderzoek naar rechts-extremisme in Nederland. Om te kunnen achterhalen wat hun drijfveren zijn, sprak ze tussen 1996 en 2000 talloze extreem-rechtse activisten en hun leiders. Zij vergelijkt het provocerende gedrag van Lonsdalers met jonge mensen die zich aansluiten bij partijen. „De drijfveren zijn dezelfde. Alleen waren de door mij onderzochte jongeren, die zich op hun vijftiende aansloten bij de Nederlandse Volks Unie of CP’86, naast provoceren ook geïnteresseerd in de Nederlandse geschiedenis.”

Haar indruk van Lonsdalers is dat het schoolgaande jongeren tussen de dertien en de achttien jaar zijn „die vol hormonen zitten” en „niet geïnteresseerd zijn in maatschappelijke ontwikkelingen. Het is common sense”, zegt Linden, „deze jongeren zitten niet lekker in hun vel, moeten wat kwijt, maar hebben vaak geen plek waar ze hun energie kwijt kunnen.”

„Wat Lonsdalers onderscheidt van andere jongeren is hun ’wij tegen zij’-gevoel.” Om uit te zoeken wie ze zijn, sluiten jongeren zich aan bij een groep, stelt de sociaal-psychologe. „Ze conformeren zich aan een groepsnorm door middel van kleding, haardracht en een muzieksoort. Die subgroepen zijn ook niet nieuw. Wat wel van deze tijd is, is dat je veel aandacht krijgt als je je profileert door je anti-buitenlanderhouding.” Dat betekent volgens Linden niet dat deze jongeren per definitie anti-buitenlander zijn. „Veel van deze jongeren varen ook mee op gedachten van hun ouders. Jongeren uiten zo hun frustratie.”

Toch zijn het wel de Lonsdalers die racistische leuzen kladden en moskeeën in brand steken. Maar zelfs dat hoeft niet verbonden te zijn aan extreem-rechtse overtuigingen, meent Linden. „Een overtuiging hoeft niet automatisch te leiden tot geweld. Jongeren kunnen ook geweld gebruiken omdat ze dat simpelweg grappig of spannend vinden, agressief zijn geworden van te veel alcohol of op die manier hun verveling willen verdrijven.”

Het rechts-extremisme en racisme hebben de laatste jaren onder jongeren een vlucht genomen. De oorzaken lopen uiteen, maar zijn goed te verklaren. Ten eerste is er de revival van het nationalisme, zegt Ton Zwaan, hoogleraar sociologie en nationalisme-onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. „Kijk maar naar de opkomst van Fortuyn en de toon van de huidige regering. Kijk maar naar hun geweldige gezever over buitenlanders. Dat zorgt voor nationaal bewustzijn.”

Het nationalisme komt voor een deel door de mondialisering en de angst en weerstand hiertegen, aldus de hoogleraar. De politieke rechtervleugel buit dit volgens hem uit. „Daarnaast zijn er de afgelopen dertig jaar ontzettend veel outsiders in dit land gekomen en dat vinden mensen eng. Door die angst gaan mensen zich afvragen wie ’zij’ zijn en wie ’wij’ en dat zorgt voor problemen.” Door de voortdurende nieuwsstroom over terrorisme gaan jongeren terrorisme associëren met islamieten, aldus Zwaan. „Dan komen ze van de basisschool op de middelbare school en daar zitten die ’teringlijers’ dan.”

Daarnaast zijn de media in zijn ogen meer gaan schrijven over natiebesef. Grubben spreekt zelfs van „een hoge bijdrage van de media aan negatieve beeldvorming en stigmatisering”. De uitspraken van politici voeden racistische gedachten, zegt hij. Zo verklaarde minister Gerrit Zalm (financiën) een dag na de moord op Van Gogh ’de oorlog’ aan moslimextremisten. Later liet hij via een woordvoerder weten dat de term ’oorlog’ overdrachtelijk was bedoeld als ’strijd’.

Grubben: „Het gevaar van zo’n uitspraak is dat er altijd een paar malloten zijn die zich dan direct soldaat voelen. Bovendien, als mensen alleen maar Marokkanen kennen uit wat de media berichten, dan is het niet gek dat ze een negatief beeld van alle Marokkanen hebben.”

Een andere oorzaak van racisme en rechts-extremisme is volgens Zwaan de rancune van ouders. „Kinderen horen thuis dat Marokkanen niet deugen, dat het tuig is. Dat gecombineerd met uitspraken van integratieminister Rita Verdonk, dat allochtonen en asielzoekers het land uit moeten, én het gevoel van deze jongeren dat zij geen huis of baan krijgen vanwege allochtonen, zorgt ervoor dat het misgaat.” Niemand legt deze jongeren ook uit hoe de wereld in elkaar steekt, vindt Zwaan. „Daardoor zit racisme om de hoek.”

Ouders spelen volgens Grubben een prominente rol. „Veel jongeren krijgen hun racistische ideeën met de paplepel ingegoten.”

Extreem-rechts-deskundige Linden: „Ouders van deze jongeren hebben te maken gehad met goedkoop ingevlogen arbeidskrachten. Die negatieve gevoelens die ze daarbij hebben, projecteren ze op jongeren.”

Dat het in Nederland meevalt met de revival van het nationalisme is een oude traditie, zegt Zwaan. „Kijk naar de NSB, de Boerenpartij, de Centrumdemocraten en nu al die kleine partijen. Het zijn lunatics, opgewonden typetjes die binnen een partij allemaal ruzie met elkaar krijgen en dan uit elkaar vallen.”

Rob Witte, programmamanager Jeugd en Veiligheid van het Instituut voor multiculturele ontwikkeling Forum, ziet Lonsdalers vooral als een groep jongeren op zoek naar de eigen identiteit. „Uiterlijk, afkomst en religie spelen daar een rol bij. Evenals de hele verrechtsing van de maatschappij.”

Witte: „Ik zeg wel eens tegen die jongens uit kleine dorpen: ’Je bent pas een bink als je met je Lonsdaletrui een school in Den Haag binnenstapt’.” Maar in de grote stad durven ze geen Lonsdale-kleding te dragen.”

Hij vindt het vooral zorgelijk dat rechts-extremisme nu dé dominante subcultuur is. „Is het angst en onbekendheid?”

Uitg. Houtekiet, Amsterdam. ISBN 9052408866, 176 blz, euro 16,50

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden