Generatie-Breivik omarmt de politiek

Uit afschuw over de aanslagen van Breivik hebben veel Noorse jongeren zich aangesloten bij politieke organisaties. Ze worden de '22-juli-generatie' genoemd. De verwachtingen in Noorwegen zijn hooggespannen.

ERIC FOKKE | LOFOTEN

'De toekomst van ons land. Onze hoop." Zo kwalificeerde de Noorse premier Jens Stoltenberg onlangs de zogeheten '22-juli-generatie'. Zelden zullen in een land de verwachtingen over een generatie jongeren zó hoog gespannen zijn geweest; eerdere generaties kregen een naam waaruit bleek dat vooral niet te veel van hen moest worden verwacht.

De bomaanslag in Oslo en het bloedbad op Utøya tijdens het zomerkamp van de AUF, de jongerenafdeling van de Arbeiderspartij (Ap), brachten in Noorwegen 22 juli vorig jaar een shock teweeg. Maar al snel kwamen de jongeren in beweging. In een peiling van november 2011 zei 39 procent van de Noren tussen 15 en 24 jaar nu meer politiek geëngageerd te zijn. Het bleef niet bij woorden alleen; ze sloten zich ook daadwerkelijk aan bij jongerenafdelingen van politieke partijen. Alleen al de AUF noteerde vier maanden na '22/7' vierduizend nieuwe leden.

De golf van nieuwe leden was geen kortstondig protest tegen Breiviks aanslag op de democratie. Negen maanden na de terreur stelde Vegard Grøslie Wennesland van de AUF-afdeling Oslo in de media vast: "Er komen drie tot vier keer meer jongeren op onze bijeenkomsten dan voor 22/7. Jongeren die hun donderdagavond gebruiken om iemand over de financiële crisis te horen praten, terwijl ze ook buiten hadden kunnen voetballen of rondhangen."

Niet alleen de Ap telde haar zegeningen. Alle andere politieke partijen zagen jongeren toestromen. "Binnen een half jaar hadden we 20 procent meer leden", zegt Gulati Himanshu van de jeugdafdeling van de conservatief-liberale FrP, de scherpste opponent van de Arbeiderspartij. "Dat verrast mij niet. De Ap was weliswaar hard geraakt, maar dit was een aanval op ons land, zo voelde iedereen dat. De jongerenafdelingen van alle partijen beleefden een groei."

Politici en media gebruikten al snel de term '22-juli-generatie'. Åsmund Aukrust, vice-voorzitter van de AUF: "Natuurlijk zijn het dezelfde mensen als voor 22/7, maar nu met het besef dat onze democratie niet zo vanzelfsprekend is. Dat dat iets is waar je voor moet vechten en wat je moet gebruiken. Uit deze generatie komen de mensen die straks leidende posities krijgen."

De 22-juli-generatie schept zulke grote verwachtingen dat Ap-parlementslid Gunn Karin Gjul alvast plaatsmaakt. Met 44 jaar toch niet stokoud, stelt ze na bijna twintig jaar parlementair werk haar plek op de kieslijst volgend jaar beschikbaar aan een jongere uit de 22-juli-generatie. "Ik was ontzettend onder de indruk van de wijze waarop onze AUF-jongeren deze aanslag hebben verhapstukt", zegt zij. "Het was een geweld dat we sinds de Tweede Wereldoorlog niet meer hebben meegemaakt. Het was een aanval op hen; Breivik wilde hún generatie wegvagen. De jongeren reageerden met het onvoorwaardelijk vasthouden aan onze democratische waarden en principes, zelfs als het om Breiviks straf ging. Ik weet niet of ik te hoge verwachtingen heb en of zij in de toekomst werkelijk voor grote veranderingen zullen zorgen. Maar ze moeten wel de kans krijgen."

De jongeren zelf zijn het er niet altijd mee eens dat het woord '22-juli-generatie' van toepassing is. FrP-er Gulati Himanshu zegt de term te vermijden. "Je kunt het woord generatie daar niet in gebruiken, want er is niet één generatie geraakt door de aanslagen, maar alle generaties in dit land, van jong tot oud."

De woorden van Sandra Borch, leider van de jongeren van de Sp, de Centrumpartij, lijken Himanshu's gelijk te bevestigen. "Er is veel media-aandacht geweest voor de toestroom naar jongerenafdelingen. De gevestigde politiek raadpleegt ons nu, die neemt ons nu serieus. Wij hebben invloed op de verkiezingsprogramma's gekregen die voor volgend jaar worden geschreven. Binnen onze partij dragen wij bij aan het hoofdstuk over onderwijs. Je ziet in het land dat leiders van jongerenafdelingen soms populairder zijn dan parlementariërs. We worden uitgenodigd voor tv-debatten. Overal waar jongeren politieke bijeenkomsten beleggen, zie je nu media. Die nemen ons nu ook serieus."

Waarbij dan de vraag rijst of de term '22-juli-generatie' niet eerder van toepassing is op de gevestigde orde binnen politiek en media, die zich dus wezenlijk anders opstelt sinds 22/7. Knut Olav Åmås, cultuur- en debatredacteur van de krant Aftenposten: "Ik reserveer die term toch liever voor de jongeren. Maar het is waar dat zij van zich doen spreken, omdat de gesettelde politiek de deur open heeft gezet. Er is een nieuwe atmosfeer, ook bij ons in de media. Wij vragen jongeren actief aan het debat deel te nemen en te schrijven voor opiniepagina's. Vroeger vonden we jongeren maar exotisch, anarchistisch en minder verantwoordelijk. Maar ze zijn nu relevant, omdat de politieke leiders ze belangrijk zijn gaan vinden. Dat leidt tot een levendiger debat met meer diepgang. De gevestigde orde komt ook niet meer zo makkelijk weg met goedkope politieke praatjes. Het is spannender geworden."

Of de jongeren de hoge verwachtingen gaan waarmaken is ook voor Åmås de vraag. "De 22-juli-generatie is nu nog maar een concept, hoewel dit wel jongeren zijn die beter dan hun ouders zien dat politiek belangrijk is, dat er een link is tussen terreur en ideologie", meent hij. "Ze zien het belang om in de politieke ruimte aanwezig te zijn. Ze zijn momenteel meer in beeld dan anders en zijn offensief in het publieke debat. Ze zullen ook meer invloed krijgen dan hun ouders vroeger kregen, en sneller posities binnen de politiek innemen."

Waar overigens het gevaar dreigt dat ze geabsorbeerd worden door de gevestigde orde. "Maar voor hetzelfde geld slagen ze erin de grotere ideologische issues aan de orde te stellen. Zo kunnen ze een rol spelen in het debat over hoe veiligheid en openheid zich in dit land moeten verhouden. We kunnen een periode gaan beleven waarin ideologie belangrijker is dan partijpolitiek. Dat kan Noorwegen wel gebruiken. We leven in een land met een heel hoog welvaartsniveau, en dan zijn de verschillen tussen de diverse politieke partijen niet zo groot. Wat meer ideologie in het debat zou welkom zijn."

Voor Andreas Halse van de jongerentak van de SV, Sociaal Links, schuilt er ook een gevaar in de term 22-juli-generatie. "Ik vind de verschillen tussen de partijen nog steeds groot. Het gevaar van zo'n stempel is dat sommigen de neiging krijgen de ideologische verschillen kleiner te maken, omdat we toch allemaal uit diezelfde generatie komen. We zijn juist allemaal lid geworden van verschillende partijen omdat we verschillende opvattingen aanhangen."

Gulati Himanshu is om andere redenen voorzichtig. "Het is goed verwachtingen te hebben, maar het is niet eerlijk om plotseling bovenmatig hoge verwachtingen te hebben van de huidige generatie jongeren".

Sandra Borch: "Ik ben er niet bang voor. Het verschil is dat er nu naar ons wordt geluisterd. Dat moeten ze vooral volhouden."

'We zijn minder naïef'
Otilie Matinsen is zestien jaar en werd november 2011 lid van de jongerenafdeling van de partij FrP, die zichzelf afficheert als progressief en vergelijkbaar is met de Nederlandse PVV.

"Veel vrienden van mij keken door 22 juli om zich heen bij welke politieke partij zij zich zouden aansluiten. Ze begonnen nieuws te volgen en zagen dat er in Noorwegen wel wat te verbeteren viel. Noorwegen is geen perfect land. Ik ben alle politieke partijen met elkaar gaan vergelijken en ik kon mij het best vinden in de standpunten van de FrP. Er zijn in dit land veel te veel regeltjes en de Arbeiderspartij is veel te betuttelend. Deze regering doet alsof wij zelf niet kunnen bepalen wat wij willen. We willen meer vrijheid, meer keuze, zodat we meer grip op ons eigen leven krijgen. We moeten winkelen op tijden die de regering bepaalt - laat die winkelsluitingstijden vrij. Maar het belangrijkst vind ik het onderwijs. We moeten heel lang allemaal naar de zelfde scholen waar we dezelfde vakken leren. We willen meer keuze in scholen, in vakken - niet iedereen is het zelfde.

"22/7 heeft Noorwegen niet veranderd, maar was wel een gebeurtenis die we ons altijd zullen blijven herinneren. En ja, toch wel: jongeren zijn het nieuws belangrijker gaan vinden, willen op de hoogte blijven en voelen zich meer betrokken bij wat in het land en in de wereld gebeurt. De jeugd is niet meer zo naïef als voor 22/7. Maar dat geldt misschien wel voor iedereen in dit land."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden