'Generaal pardon is groot succes'

De pardonregeling voor asielzoekers verliep gesmeerd, meent onderzoeker Carolus Grütters. Maar maatregelen zijn nodig om op termijn een nieuw pardon te voorkomen.

Bart Zuidervaart

Het generaal pardon, dat 27.700 asielzoekers heeft verblijd met een verblijfsvergunning, is met groot succes uitgevoerd. Die heldere conclusie trekt onderzoeker Carolus Grütters (53) van het Centrum voor Migratierecht van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Anderhalf jaar lang onderzocht Grütters hoe gemeenten, vluchtelingenorganisaties en het Rijk deze monsterklus klaarden. Alleen het ministerie van justitie wilde slechts beperkt meewerken. Grütters mocht met beleidsmakers van de IND spreken, niet met de uitvoerders, en gegevens over de asielzoekers kreeg hij niet. Volgende week verschijnt Grütters’ boek ’De praktijk van de pardonregeling’.

U prijst Justitie juist vanwege de goed uitgevoerde regeling. Waarom was het ministerie dan zo terughoudend?

Grütters: „Het is een ingesleten gewoonte van een ministerie om zoveel mogelijk informatie voor zich te houden. Vergeet niet dat toen ik met mijn onderzoek begon – begin 2008 – het succes nog moest blijken.”

Wat is het geheim van dit pardon?

„Justitie heeft tijdig, en structureel, met alle betrokkenen overlegd: gemeenten, vluchtelingenorganisaties, de IND. Zo ontstond er draagvlak. Iedereen had ook groot belang bij de regeling. Het Rijk wilde het onderwerp snel van de politieke agenda hebben en een einde maken aan de talloze procedures bij de rechtbanken. Burgemeesters wilden eindelijk perspectief bieden aan radeloze burgers, die tot dat moment niet voor vol werden aangezien.”

Toch verliep de uitvoering niet altijd gesmeerd. Er ontstond onenigheid tussen burgemeesters of zij informatie over asielzoekers die niet onder het pardon vielen, toch aan Justitie moesten doorgeven.

„Dat conflict is in de kiem gesmoord. De discussie over ’illegalenlijsten’ speelde vooral in de media. In de praktijk hebben burgemeesters alleen de kanshebbers gemeld bij de IND.”

De Raad van State oordeelde vorig jaar dat asielzoekers die niet in aanmerking kwamen voor het pardon, daar bezwaar en beroep tegen konden aantekenen. Justitie wilde dat juist voorkomen. Een behoorlijke kink in de kabel, toch?

„Nee, het bleek een godsgeschenk. In plaats dat asielzoekers geheel nieuwe procedures startten, tekenden ze bezwaar aan in een bestaande procedure. Drieduizend pardonkandidaten hebben dat gedaan. Justitie kon daar makkelijk en snel op reageren. Iemand bij de IND zei: ’Dit scheelt ons de helft van de tijd’.”

Een belangrijke afspraak binnen de regeling is dat de noodopvang voor uitgeprocedeerden eind dit jaar sluit. Lukt dat?

„Nee, dat is een illusie. Het asielbeleid bestaat niet uit de opties, ’weg’ of ’blijven’. Wat ook kan: ’Je mag niet blijven, maar kan het land niet uit’. Dan dreigt de straat. Dus blijft er behoefte aan noodopvang. In feite is dat helemaal niet erg. De kunst is om het probleem zo klein te krijgen dat het niet meer als probleem wordt gezien. Staatssecretaris Albayrak beseft dat. Zij weet dat totale sluiting geen optie is.”

Zo groeit wel het nieuwe reservoir aan niet-uitzetbare mensen. Dreigt vroeg of laat de roep om een nieuwe pardonregeling?

„Het huidige pardon biedt geen structurele oplossing, maar laat het probleem tijdelijk verdwijnen. De signalen voor een nieuwe pardonregeling zijn er. Het opnieuw laten ontstaan van achterstanden bijvoorbeeld. Wat Nederland sowieso moet herinvoeren, is het drie-jarenbeleid. Wie na die periode nog steeds in afwachting is van een beslissing, dient een verblijfsvergunning te krijgen. Het spreekt de overheid aan op haar verantwoordelijkheid om zelf tijdig te handelen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden