Generaal Filipp Bobkov (rechts) samen met president Poetin bij een militaire parade in 2012.

Naschrift

Generaal Bobkov (1925-2019) bond de strijd aan met andersdenkende Sovjetburgers

Generaal Filipp Bobkov (rechts) samen met president Poetin bij een militaire parade in 2012. Beeld Wikimedia (CC BY 3.0)

Filipp Bobkov (1925-2019) zette een aantal groten in de literatuur de Sovjet-Unie uit. Hij had geen enkele waardering voor hen. 

De Russische schrijver Aleksandr Solzjenitsyn mocht dan wereldberoemd zijn en zelfs een Nobelprijs voor literatuur hebben gewonnen, voor Filipp Bobkov was de ex-dissident een man zonder literaire kwaliteiten, ‘volkomen oninteressant’. 

Hetzelfde gold voor de dichter Iosif Brodski, die eveneens na zijn vertrek uit de Sovjet-Unie de hoogste literatuurprijs kreeg opgespeld. “Ik heb in hem nooit een groot talent en groot dichter gezien”, hoonde Bobkov in een van zijn schaarse televisie-interviews.

Generaal Bobkov speelde een sleutelrol in hun uitzetting, als hoofd van het Vijfde Directoraat van de KGB, de geheime dienst van de Sovjet-Unie. In 1967 opgericht op last van KGB-chef Joeri Andropov, moest het directoraat de strijd aangaan met andersdenkende Sovjetburgers, die naar Andropovs stellige overtuiging door het Westen werden ingezet om het land van binnenuit te ondermijnen. “Er is een groot psychologisch offensief tegen ons aan de gang”, hield Andropov Bobkov voor, toen hij hem vroeg de leiding van het nieuwe KGB-onderdeel op zich te nemen. Bobkov aanvaardde met graagte.

Hij had op dat moment al ruim twintig jaar zijn sporen verdiend in de geheime dienst. Bobkov werd in 1925 geboren in het oosten van Oekraïne, waar hij ook zijn kindertijd doorbracht. In 1941 loog hij over zijn leeftijd om net als zijn vader als vrijwilliger naar het front te kunnen afreizen. Hij raakte ernstig gewond, maar overleefde de oorlog, in tegenstelling tot zijn vader. Na zijn terugkeer ging hij in Leningrad naar de school voor militaire contraspionage.

Staatsveiligheid

Met diploma en officiersrang op zak trad hij in 1946 toe tot de geheime dienst. Hij kreeg een kamer in het Moskouse hoofdkwartier van wat toen nog het ministerie voor staatsveiligheid heette, de latere KGB. In de jaren zestig was Bobkov onder meer belast met het toezicht op buitenlandse correspondenten, en in 1961 organiseerde hij de buitenlandse persconferenties van Joeri Gagarin, na diens historische ruimtevlucht. Hij hield schakers en musici nauwlettend in de gaten en in feite iedereen die op wat voor manier ook in contact kwam met buitenlanders.

In dissidentenkringen wordt Bobkov vooral herinnerd als de grote kwelgeest die de informele beweging voor burgerrechten in de Sovjet-Unie vanaf eind jaren zestig tot begin jaren tachtig vakkundig de nek omdraaide. Zelf wees hij die aantijgingen hardnekkig van de hand. De KGB had volgens Bobkov niets tegen dissidenten, wel tegen Sovjetburgers die openlijk kwaad spraken van de Sovjetautoriteiten. Zoals de door Bobkov zo verguisde Solzjenitsyn, volgens hem de enige andersdenkende die daadwerkelijk het land is uitgezet, ‘omdat hij ­dingen begon te schrijven die ­tegen de Sovjetmacht gericht waren’. ­Uitzetting leek Bobkov niet meer dan een logisch gevolg van Solzjenitsyns kritiek: “Want waarom zou hij hier nog willen wonen?”

Alle overige andersdenkenden die de Sovjet-Unie verlieten of wier staatsburgerschap werd ingetrokken – mensen als Brodski, Vladimir Boekovski, de musicus Mstislav Rostropovitsj en diens vrouw, operazangeres Galina Visjnevskaja – keerden volgens Bobkov hun land ‘uit vrije wil’ de rug toe. Bobkov zei wel de verbanning te betreuren van de dissidente atoomgeleerde Andrej Sacharov naar de Wolgastad Gorki. Sacharov was volgens hem een groot geleerde, maar ‘we moesten hem redden’ van zijn vrouw Jelena Bonner, die onder een hoedje zou spelen met de Amerikanen.

Met Gorbatsjov boterde het niet

Halverwege de jaren tachtig klom Bobkov op tot de tweede positie binnen de KGB, maar het beoogde chefschap was hem niet beschoren. Met het begin van de hervormingen van de in 1985 aangetreden Michail Gorbatsjov begon het te rommelen in de Sovjet-Unie. Bobkovs kritiek op het uitroepen door Rusland van de soevereiniteit in 1990, volgens hem de primaire oorzaak van de teloorgang van de Sovjet-Unie, bracht hem in conflict met Gorbatsjov, wat in 1991 leidde tot zijn vertrek uit de KGB. Met Gorbatsjov heeft het ook nadien nooit geboterd. Bobkov noemde hem met onverholen minachting ‘een man zonder persoonlijkheid’, wiens politieke daden ‘onvergeeflijk’ waren.

Hij was niet lang werkloos en paste zich opvallend snel aan de nieuwe, postcommunistische realiteit aan. Vladimir Goesinski, een van Ruslands steeds invloedrijkere nieuwe superrijken en oprichter van de eerste onafhankelijke nieuwszender in Rusland, huurde de bekende KGB’er in als adviseur. Bobkov behield de baan tot Goesinski, al onder de nieuwe president Vladimir Poetin, in ongenade viel en het land verliet.

Van Poetin had Bobkov in zijn KGB-tijd nooit gehoord, maar als president viel hij zeer in de smaak bij de bejaarde KGB-veteraan. “Poetin heeft de juiste lijn uitgezet”, vond Bobkov. “Zijn verdienste is dat hij heeft voorkomen dat het land uiteen is gevallen.”

Filipp Denisovitsj Bobkov werd geboren op 1 december 1925 in Tsjervonaja Kamenka. Hij overleed op 17 juni 2019 in Moskou.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl. Lees meer naschriften op trouw.nl/naschrift.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden