Geneigd het geluk te wantrouwen

INTERVIEW | Alles wat Marilynne Robinson over het leven wil vertellen, heeft ze verwoord in de geschiedenis van de families die haar romans bevolken. 'Als andere mensen je proberen te troosten, word je er steeds mee geconfronteerd dat je troost nodig hebt.'

Toen Marilynne Robinson begon aan haar roman 'Gilead', had ze geen idee dat dit het begin zou zijn van een literair universum dat meerdere boeken zou omvatten, en dat dat het universum van twee families zou worden: de familie Ames en de familie Boughton.

Sterker: toen Robinson begon aan 'Gilead' had ze geen plan, geen leidende gedachte, geen opzet, niets, behalve één zin. Deze: "Ik zei gisteravond tegen je dat ik binnenkort weg zal zijn, en je zei: 'Waarheen?' en ik zei: 'Naar de Lieve Heer', en je zei: 'Waarom?' en ik zei: 'Omdat ik oud ben', en je zei: 'Ik vind je niet oud'."

Aan president Barack Obama, die haar afgelopen september interviewde (!) voor The New York Review of Books, vertelde Robinson dat ze in een hotel in Massachusetts had gezeten, wachtend op haar zoons met wie ze Kerst zou gaan vieren. Ze waren laat, er lag pen en papier op haar kamer, en ze begon gewoon te schrijven. "De eerste zin in het boek is de eerste zin die in mij opkwam. Ik heb geen idee hoe zoiets gebeurt."

Robinson debuteerde in 1980 met 'Een huishouden', een boek waarvan je zou kunnen zeggen dat het gaat over het ontbreken van een familie. Het duurde meer dan twintig jaar voor ze met een volgende roman kwam; 'Gilead' verscheen in 2004 en Robinson won er een Pulitzerprijs mee. Het is het verhaal van de oude predikant John Ames, die op late leeftijd is getrouwd met Lila, een zwerfster die op een dag zomaar voor de deur van de kerk stond. Ze hebben een jong zoontje, en het boek is de brief die de vader schrijft aan zijn kind, om hem te vertellen waar hij vandaan komt.

Robinsons volgende roman 'Thuis' (2008) speelt zich weer af in hetzelfde Gilead, een onbeduidend stadje in Iowa, en nu staat het gezin van Robert Boughton centraal, leeftijdgenoot en eeuwige vriend van John Ames. Ook Boughton is predikant. Hij woont alleen met zijn dochter Glory, de andere zeven kinderen wonen elders. Maar dan keert, na twintig jaar afwezigheid, ook Jack terug naar huis, de zoon wiens leven een aaneenschakeling is van kleine en grote misstappen.

In 'Lila' (2014) tenslotte beschrijft Robinson het ruige leven van Lila, die als halfdood kind wordt gered door een vrouw genaamd Doll, met wie ze vervolgens door het armoedige Midden-Westen van Amerika trekt. Dit mondt uit in Lila's onwaarschijnlijke huwelijk met de presbyteriaanse dominee Ames.

"Ik houd van deze mensen", zegt Robinson. Met lichte tegenzin geeft ze prijs dat ze bezig is 'te spelen met vroege elementen' voor een volgend boek met dezelfde personages - deze familiegeschiedenis is nog niet uitgeput. En mochten dezelfde predikantenkinderen weer figureren, dan weten we hoe kwetsbaar die zijn - en waarom. "Het kan moeilijk zijn voor mensen om hun eigen persoonlijkheid te vinden als kinderen van zulke karakters, met zulke sterke overtuigingen", zegt Robinson. "Het is typerend voor domineeskinderen dat ze ofwel de traditie van hun vader omhelzen, ofwel zich er sterk tegen keren."

Ik tref haar in een Amsterdams hotel voor een interview aan de hand van citaten uit haar werk, met 'de familie' als thema. Over haar eigen gezin (ze is gescheiden en heeft twee zoons) spreekt de 72-jarige Robinson nooit, maar de karakters uit haar boeken doen voor echte gezinsleden niet onder.

Uit 'Een huishouden':

Want families laten zich niet uiteenrukken. Vervloek en verdrijf ze, laat hun kinderen ronddolen, laat hen onder water en vuur bedolven worden, en oude vrouwen zullen uit al deze droefenissen liedjes spinnen en ze op zachte avonden, zittend op hun veranda's, tot klinken brengen.

Uit 'Lila':

De gedachte kwam bij haar op dat ze een tweede keer geboren was, in de nacht dat Doll haar op de veranda opgepakt had.

"Voorzover ik kan zien, bestaat familie uit de mensen aan wie je je verplicht voelt. Ze kunnen je irriteren, ze kunnen zich van je vervreemden, maar je weet uiteindelijk dat je niet om hen heen kunt. De mensen van wie de levensverhalen verweven zijn geraakt met jouw levensverhaal. Een bloedband is geen vereiste. Het verbazende van de menselijke ervaring is juist dat kinderen - als ze jong zijn - hun ouders zo idealiseren, dat de gewaarwording dat hun vader en moeder ook gewoon falende mensen zijn, voor hen heel complex is. Veel complexer dan de confrontatie met de gebreken van anderen."

Uit 'Gilead':

Mijn vader (...) handelde uit trouw aan wat hij als de waarheid zag. Maar iets in de manier waarop hij ermee omging maakte hem van tijd tot tijd teleurstellend, en niet alleen voor mij. Ik zeg dit ondanks alle aandacht die hij me gaf bij mijn opvoeding, waarvoor ik hem heel erg dankbaar ben, al zou hij dat zelf niet willen horen, God hebbe zijn ziel. Ik weet zeker dat ik hem teleurgesteld heb.

"De vader van John Ames, ook predikant, volgt op het einde van het boek zijn zoon Edward, de agnostische broer van John, naar Flordia. En hij doet dat niet alleen fysiek, maar ook spiritueel. Het is waarschijnlijk dat de vader vindt dat John tekortschiet in morele moed door niet ook te kiezen voor de agnostische positie en te blijven bij de doorgegeven traditie.

"Als het gaat om de teleurstelling van kinderen in hun ouders: dat ontslaat hen niet van de plicht hun vader en moeder te eren, zoals het vijfde gebod zegt, en John houdt daaraan ook vast. Ouders zijn vaak zelf ook uiterst kwetsbare mensen geweest, blootgesteld aan alle bedreigingen die het leven meebrengt, en daarom is het goed dat wij horen dat zij verdienen geëerd te worden, ook als de wereld geen enkele eer in hen ziet."

LEES VERDER OP PAGINA 6

De Israëlische schrijver Amos Oz moest zijn vader 'doden', hij koos zijn eigen achternaam en verliet op zijn vijftiende het huis. Soms is dat noodzakelijk. Zoals wellicht voor Jack, de verloren zoon in 'Home.' Die vertrok omdat hij had gefaald, maar toch ook omdat hij zichzelf moest vinden.

"Jack wordt gedreven door zijn eigen noodzakelijkheid, zijn eigen karakter. Hij heeft een jong, arm meisje zwanger gemaakt, zonder verantwoordelijkheid voor haar te nemen en hij weet dat zijn vader dat niet kan verdragen, omdat het meisje zo arm en kwetsbaar is en haar kind na een paar jaar sterft door verwaarlozing. Als Jack uit was op een werkelijke breuk met zijn vader, dan was dit dé manier om dat te doen - maar de vader, de goede oude Boughton, gaat daar niet in mee. Hij doet alles wat hij kan om bereikbaar te blijven voor Jack. Deze twee mannen houden van elkaar, maar hun relatie wordt in zekere zin bemoeilijkt doordat ze van elkaar houden. Jack voelt de tederheid van zijn vader als een verwijt. Hij weet hoe vaak hij zijn vader verwond heeft, en hij voelt dat onder de tederheid een oordeel schuilgaat. En het is alsof Jack dit oordeel op allerlei manieren zoekt. Er huist iets moois in Jack, en zijn vader ziet dat, maar Jack vertrouwt zichzelf niet."

Uit 'Gilead':

Edward en mijn vader kregen onenigheid (...) bij de maaltijd, nadat mijn vader hem gevraagd had te danken. Edward schraapt zijn keel en antwoordde: 'Ik ben bang dat ik dat niet zonder gewetensbezwaren kan doen.'

"Edward is trouw aan wat hij gelooft, of niet gelooft. Dat zijn vader, die hem naar Duitsland heeft laten gaan om theologie te studeren, teleurgesteld is, spreekt voor zich. Maar het maakt niets kapot, de zoon wordt niet verstoten."

Maar de jonge John Ames vraagt zich wel af of Edwards ziel niet verloren is. En in 'Home' en 'Lila' komt de vraag naar de staat van de ziel op angstige wijze terug; Lila bijvoorbeeld is bang dat de inmiddels oude John Ames gelooft dat 'zielen inderdaad voor altijd verloren zouden kunnen zijn vanwege dingen die ze niet kenden of begrepen of geloofden'. Waarop Ames zegt het idee van een hel niet te kunnen verzoenen met de rest van zijn geloof.

"Ik ben het zeer eens met Ames als hij zegt dat het onmogelijk is je tegenover andere mensen christelijk te gedragen als je meent dat ze naar de hel gaan. Ik ben niet gerust op het idee - dat historisch is gegroeid - dat God op de een of andere manier betaald moet worden door menselijk lijden. Maar het begrip 'hel' onderstreept wel dat het van het allergrootste belang is wat wij doen of nalaten.

"Wat de ziel aangaat: ik denk dat het concept van de ziel van grote waarde is, dat in dat idee de volheid van de menselijke persoon besloten ligt. Er is geen andere taal voor. Niet dat ik weet wat de ziel is - het is een menselijke zwakheid te zoeken naar te strakke definities. Maar we hebben er op grond van onze ervaringen wel een notie van: de ziel wijst naar iets in ons dat van onaantastbare waarde is. En dat kan ons, anders dan ons bewust-zijn of onze persoonlijkheid, niet worden afgenomen.

"Dit verwijst ook naar onsterfelijkheid - in de lijn van wat filosofen als Descartes, Bloch en Edwards zeggen: er is niets in de werkelijkheid dat het voortbestaan van wat dan ook garandeert, ons lichaam vernieuwt zich van seconde tot seconde, er is niets in onszelf om ons te laten bestaan als één menselijk wezen, en toch blijf er die ene unieke entiteit. Deze bijna tijdloze consistentie pleit voor een overstijgende realiteit die zich aan onze beschrijvingen onttrekt."

Uit 'Gilead':

Ik weet niet waarom alleen-zijn een balsem zou zijn voor eenzaamheid, maar dat was het voor mij altijd wel in die tijd.

"De ziel accepteert geen surrogaten. Als je je moeder verliest, ik noem maar een voorbeeld, is er geen ander lief klein vrouwtje dat haar plaats kan innemen. John Ames verliest zijn eerste vrouw in het kraambed, en ook het kind sterft. Het doet hem pijn zijn vriend Boughton te bezoeken, met diens huis vol kinderen. Dan voelt hij zich beter als hij alleen is dan tussen andere mensen. Als andere mensen je - met de beste bedoelingen - proberen te troosten, word je er steeds mee geconfronteerd dat je troost nodig hebt. Maar alleen-zijn heeft meerdere voordelen. John Ames is een man die graag tijd neemt om na te denken, alleen-zijn helpt daarbij. En hij geniet van het staren naar de maan en het luisteren naar baseball-verslagen op de radio."

Uit 'Lila':

Twee, drie keer was de gedachte zelfs bij haar opgekomen hem [haar kind] te stelen, hem mee te nemen de bossen in of de weg af zodat ze hem voor zichzelf zou hebben en hem over dat andere leven kon vertellen.

"In dat eerdere, moeilijke leven was er een vanzelfsprekende en simpele band tussen Lila en Doll, die haar beschermde en herstelde, terwijl het gecompliceerde geluk van nu riskanter is, want vatbaar voor verandering. Dat leidt tot de impuls om terug te gaan naar vroeger. Vergeet niet: John Ames is oud, Lila weet dat ze hem op een dag zal verliezen. Mensen zijn geneigd geluk te wantrouwen en als je bedenkt wat de mensheid allemaal is overkomen, is dat niet zo verrassend."

Uit 'Lila':

Mijn geloof zegt me dat God armoede, lijden en dood met de mens gedeeld heeft, en dat dat alleen kan betekenen dat dergelijke zaken grote waardigheid en betekenis bezitten, zelfs al doet het een zwaar beroep op de kracht van iemands geloof om dat aan te nemen.

"We weten niet hoe dit zit, we weten het niet. Maar het staat vast dat de Bijbel consequent vasthoudt aan de waardigheid van degenen die arm zijn en lijden, terwijl het mensen eigen is op hen neer te kijken."

Waardigheid in lijden - oké. Maar betekenis?

"Dat is waarschijnlijk de moeilijkste vraag die er is."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden