Gênant: van hel tot hinder

'Gênant', zo noemde Trouw gisteren filmpjes op internet over kinderen die gepest worden. Ze zijn dus beschamend, die filmpjes. Net als gêne is gênant een Frans leenwoord. Dat is te zien aan het accent circonflexe (het 'dakje') op de e. Taalkundigen zijn het er echter niet over eens of dat accent wel nodig is. Gênant wordt in het Nederlands immers meestal niet op z'n Frans uitgesproken (als zjènant), maar op z'n Nederlands (als zjunant). Maar blijkbaar spreken de makers van de Woordenlijst het woord nog wel op z'n Frans uit; vandaar de spelling gênant. De verwante woorden gegeneerd, ongegeneerd en zich generen zijn trouwens al zo vernederlandst, dat ze ook in de Woordenlijst geen accent hebben.

Uit etymologisch perspectief is gênant eveneens interessant. Het woord is rond 1850 courant geworden in onze taal, maar in het Frans bestaat het al veel langer. In die taal is gênant het tegenwoordig deelwoord van het werkwoord gêner (hinderen), dat op zijn beurt is afgeleid van gêne (hinder, verlegenheid). Oorspronkelijk betekende gêne echter kwelling of marteling. Gêne is ontstaan onder invloed van een Frankisch woord voor 'onder marteling bekennen' én het christelijk Latijnse woord gehenna, dat 'kwelling' of 'hel' betekent. Bijbelvaste christenen herkennen daarin misschien het Gehenna, een Bijbelse naam voor de hel, afgeleid van de Hebreeuwse plaatsnaam g¿hinn¿m (het dal van Hinnom, nabij Jeruzalem). Volgens Jeremia 7:31 werden daar ooit kinderen geofferd aan de Moloch (een afgod). Dat was nog wel wat erger dan gênant.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden