Gen en Getreur / Een gen om het leven aan te kunnen

Genen en gedrag hebben iets met elkaar maar hun relatie is complex, zegt de wetenschap. Bij tegenslagen duikt er nu echter een opmerkelijk eenvoudig verband op.

Noem eens iemand wiens leven hem het volste recht gaf om zwaar depressief te worden: de Britse componist Gerald Finzi (1901-1956). Geen mens keek zo treurig in de lens, altijd weer, en geen muziek drukt zo'n loodzwaar gemoed uit.

Tja, Gerald was acht toen zijn vader overleed, een paar jaar later ging zijn eerste broer, kort daarna zijn tweede en weer wat later zijn derde. Amper was hij 17 of zijn muziekleraar volgde. Daar gá je treurig van componeren. Maar niet per se. Hoe komt het dat sommige mensen jobstijding op jobstijding moeten verwerken terwijl de somberte maar hooguit tijdelijk vat op hen heeft? Alsof ze zijn uitgerust met een instrument om het leven aan te kunnen.

Misschien is dat ook zo: Amerikaanse, Britse en Nieuw-Zeelandse onderzoekers schrijven vandaag in het wetenschappelijke vakblad Science dat een zekere variant van één gen ertoe bijdraagt dat iemand zich gemakkelijker door droefenissen en stress heenslaat. Zonder die erfelijk verankerde weerstand zou dezelfde persoon in een diepe depressie kunnen wegzinken.

Voor de goede orde, het gaat hier niet om een of ander 'depressie-gen', zeg maar een genetisch recept dat de bezitter ervan een permanent bedrukt gemoed voorschrijft. Het is zeer de vraag of zulke genen, die regelrecht ons gedrag sturen, ooit worden ontdekt. Reken dus maar niet op de definitieve vondst van een agressie-gen, een alcohol-gen of misdaad-gen. Of op de ontdekking van zo'n depressie-gen. Veeleer zoekt men nu naar verschillen in genetische opmaak die indirect verklaren waarom de een met meer spankracht moeilijke tijden doorkomt, terwijl de ander bij een optelsom van baanverlies en het overlijden van een dierbare blijvend in een dal belandt.

Genetici speuren vooral naar genen die bepalen in welke mate allerlei boodschapperstoffen in de hersenen aanwezig zijn. Deze neurotransmitters reguleren de signaaloverdracht in het brein en daarmee, via via via, ons gedrag. Een heel belangrijke is serotonine, een chemische doeal die zich laat gelden in onze stemmingen, en in tal van gedragingen, inclusief onze verslavingen, seksualiteit, en soms hanige gedrag.

Dat onderzoekers hun schijnwerpers op de huishouding van deze neurotransmitter richten, is logisch, gezien het feit dat de meeste antidepressieve middelen -zoals Prozac- ingrijpen in de scheikundige levensloop die serotonine doormaakt. Dat zit zo: na het doorsturen van een signaal van de ene naar de andere hersencel is het de bedoeling dat het serotonine weer wordt opgenomen door de oorspronkelijke hersencel, voor een volgende ronde. De mate waarin die cyclus ordelijk verloopt, bepaalt mede hoe we chemisch en daarmee ook psychologisch in ons vel zitten. Concreter: mensen bij wie de terugreis van het serotonine te vlot óf te langzaam verloopt, lijken vatbaarder voor verscheidene psychische ongemakken, van neurotische trekjes, nicotine- en drankverslaving tot winterse sipheid.

Bij de heropname van het serotonine in de hersencel waar het vandaan kwam, assisteert een transporteiwit (5-HTT in het jargon) en van het gen dat dat eiwit maakt bestaan twee varianten, een korte en lange. En dan zijn we bij de nieuwe ontdekking: dat lange gen maakt een iets beter eiwit dan het korte, zorgt ervoor dat het serotonine 'weer sneller thuis is'. En op de een of andere manier resulteert dat in een sterker harnas op ellendige momenten in ons leven. Muizen met een lang 5-HTT reageren bijvoorbeeld minder bangelijk op harde geluiden dan soortgenoten met een kort 5-HTT.

En nu blijkt een kort 5-HTT onze mentale weerbaarheid te ondermijnen. Een van de verklaringen daarvoor is dat bij een te aarzelende terugkeer van het serotonine naar de moedercel deprimerende signalen langer blijven doorzeuren.

Dit is een overduidelijk voorbeeld van het ingewikkelde samenspel tussen genen en omgevingsfactoren, schrijven de onderzoekers in Science. Hier zit niet een 'depressiegen' van meet af aan ons gemoed te versjteren, het laat zijn kwalijke invloed pas gelden als het leven daarwerkelijk tegenzit. Dat samenspel van gen en gebeurtenis kwamen ze op het spoor dankzij het langdurig volgen van 847 Nieuw-Zeelanders, geboren in 1972 en 1973 in Dunedin.

Van hen zijn om de paar jaar alle gegevens uitgeplozen, en vanaf hun 21ste tot 26ste zijn alle perikelen die hen zwaar te moede werden genoteerd. Denk aan een verbroken liefde, schulden, ernstige ziekten of verwondingen, fysiek en seksueel misbruik, tot geen dak meer boven je hoofd hebben. Van alle deelnemers werd achteraf het type 5-HTT bepaald, kort of lang. Aangezien we zowel van vader als moeder zo'n gen erven, beschikken we dus óf over twee lange genen, óf twee korte, óf een lang en een kort. Nauurlijk zorgt dat gen zelf er niet voor dat we in akelige situaties terechtkomen, maar het type bleek wel te voorspellen hoe mensen op zulke stresssituaties reageren.

Van mensen met twee korte 5-HTT's die geregeld in de penarie zaten werd 43 procent depressief. Als criterium gold dat ze wekenlang vervielen in aanhoudende somberheid, desinteresse, gebrek aan energie, eet- en slaapstoornissen en doemgedachten, tot voornemens om er een eind aan te maken. Slechts 17 procent van proefpersonen met twee lange 5-HTT's die even frequent in de ellende zaten, werd depressief. Zelfmoordpogingen kwamen onder dragers van het korte 5-HTT twee keer zo vaak voor als onder lange 5-HTT'ers. Daarnaast bleken kinderen die voor hun tiende veel nare ervaringen -mishandeling of misbruik- meemaakten, later vaker depressief te worden als ze twee korte 5-HTT-genen van hun ouders hadden meegekregen.

Het heeft er alle schijn van dat onze genetische aankleding de beleving van onze moeilijkste momenten beïnvloedt. Sombermans heeft reden om zijn genen te beschuldigen. Maar schieten we iets op met die bevinding? Geweldig, zegt een psychiater in Science: ,,Het is de grootste genetische vis die voor de psychiatrie is binnengehaald''. Psycholoog en schrijver Steven Pinker sluit zich erbij aan: iedereen heeft de mond vol over het complexe verband tussen genen en omgeving, nu wordt er ook eindelijk iets van aangetoond. De onderzoekers zelf verwachten in ieder geval dat 5-HTT een bruikbare voorspeller voor depressiviteit zal blijken, zoals fragiele botten een goede voorspeller zijn voor heupfracturen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden