Gemopper in ideaal fietsland

Twee fietsers tijdens de Lek- en Lingetocht, een van de vele Nederlandse toertochten. (FOTO MAARTEN HARTMAN)Beeld Maarten Hartman

Het is weer Meimaand Fietsmaand, want recreatief fietsen kan – zelfs in Nederland – wel wat promotie gebruiken.

Het is bijna een open deur intrappen om vast te stellen dat Nederland een ideaal fietsland is. Als het weer tenminste meewerkt, zoals de afgelopen paar weken. Jaarlijks stappen meer dan 8,5 miljoen mensen – meer dan de helft van de bevolking – op de fiets voor een recreatieve tocht. Ze maken meer dan 200 miljoen tochten van een uur of meer. En, goed voor de economie, ze besteden onderweg ook nog eens 750 miljoen aan consumpties en overnachtingen. Eigenlijk is zo’n Meimaand Fietsmaand een overbodige promotie. Het recreatieve fietsen verkoopt zichzelf wel.

Nee dus. Ondanks de 20 miljoen fietsen in Nederland en de 20.000 kilometer fietspad staat het recreatieve fietsen onder druk, zegt Jos Vranken van het Nederlands Bureau voor Toerisme & Congressen (NBTC), een van de initiatiefnemers van Meimaand Fietsmaand. Dagtrips voelen de concurrentie van funshoppen en andere vormen van vermaak. En de binnenlandse vakantie mag dan nog steeds de belangrijkste component van het vakantie houden zijn, hij levert in ten gunste van de buitenlandse bestemming. De huidige economische crisis remt die ontwikkeling, maar hij is, stelt Vranken, wel structureel.

De belangstelling voor fietsen neemt wel toe, concludeert de Stichting Landelijk Fietsplatform, het kennis- en coördinatiepunt voor het recreatieve fietsen. Deze vorm van ontspanning is vooral populair onder mensen van 45 jaar en ouder, en daarvan komen er steeds meer. Fietsen is gezond: regelmatig een stuk(je) fietsen heeft meer effect dan kort intensief sporten. Daarnaast komt fietsen tegemoet aan de behoefte aan rust. En fietsen is goed voor het milieu, dus duurzaam. De doorsneefietser wil wel graag het weer mee hebben: een zonnetje en niet te straffe wind zijn een ideale stimulans om op een rijwiel te stappen.

Maar in het ideale fietsland Nederland valt genoeg te verbeteren om het tijdverdrijf nog plezieriger te maken. Knelpunten zijn praktisch – zoals diefstalgevoeligheid van de fiets of het gebrek aan goede stalling – of structureel, en dan is een oplossing lastiger te bedenken. Neem nu de spreiding van fietsmogelijkheden. In zijn rapport ’Zicht op Nederland Fietsland 2009’ laat het Fietsplatform twee kaarten zien: één met de vraag naar die fietsmogelijkheden en één naar het aanbod. En die dekken elkaar voor geen meter. Zeeland en de noordelijke provincies Drenthe en Friesland hebben de meeste mogelijkheden in de vorm van paden, stroken en wegen per inwoner; de Randstad heeft de minste. Gelderland en Noord-Brabant scoren het best in het aantal kilometers aan fietsgebied: 12.000 of meer.

Als er geen goed aanbod aan veilige wegen en paden in de buurt is, gaan mensen hun vrije tijd op een andere manier invullen of verder van huis op pad. Daardoor kan het in die aantrekkelijke gebieden te druk worden. Bovendien bevordert dit ’fietsrektoerisme’ het autoverkeer. Rond steden en zeker in het westen van het land, zo adviseert het platform, moeten recreatiegebieden, parken en groenzones worden aangelegd of doorontwikkeld in combinatie met nieuwe fietspaden.

Waar er wel sprake is van een fietsinfrastructuur, blijft die in kwaliteit achter. En bij ongewijzigd beleid zal dat verder verslechteren. Dat is een vaststelling van de ANWB, die eind vorig jaar een fietsactieplan heeft opgesteld. Van die ’autoclub’ beschikt 97 procent over minstens één fiets. Frans de Kok – bij de ANWB verantwoordelijk voor het fietsbeleid – stelt dat met een goed en veilig netwerk, de mensen vanzelf op het zadel plaatsnemen.

Maar er zijn op dat punt nog wel een paar werelden te winnen. Twee jaar bestaat nu het meldpunt ’Mijn slechtste fietspad’ van de Fietsersbond en in die tijd is het overstelpt met klachten. Zo maakt een bewoner vorige week melding van een pad waarvan de betonplaten zijn gebroken en omhoog gekomen en dat met wat brokken steen is ’gerepareerd’. Door het ontbreken van overzicht, zijn ANWB-leden zich niet altijd bewust van de bedreigingen die er aan komen, waarschuwt De Kok. Daarom is ’een stevige kwalitatieve impuls’ nodig, meent hij.

Klachten zijn er ook legio over een ontbrekende of slechte bewegwijzering, waardoor paden en routes soms moeilijk en soms helemaal niet zijn te vinden. Iedereen kent wel de kleine ergernissen van de vaststelling ’Maar we rijden zo beslist verkeerd!’ Hier is een paddestoel overwoekerd door gras of planten, daar is een bordje een andere kant op gedraaid. Goede routes en bewegwijzering zijn geen basisvoorwaarde om recreatief fietsgebruik verder te stimuleren, maar het is wel noodzakelijk, zegt de nota van het Fietsplatform.

Regionale knooppuntnetwerken zijn de laatste jaren in een enorm tempo opgezet. Alleen Flevoland, Groningen, Drenthe en stukken van Zuid-Holland liggen nog braak. Specifieke thema’s lijken hiermee te verdwijnen, maar in de praktijk komen ze in andere vorm wel terug. Een landsdekkend, onderling goed aansluitend netwerksysteem heeft de toekomst, zegt het Platform.

En dan die andere poot van de promotie: de informatie voor de fietser. Er is jaarlijks een keur aan campagnes en evenementen: thematisch, landelijk, provinciaal, regionaal, lokaal. De samenhang, zegt de nota, is vrij beperkt. Het is vooral ’ieder voor zich’ en weinig ’allen voor één’. Goede marketing en voorlichting zijn essentieel bij het stimuleren van fietsrecreatie. En dat betekent, vindt het Platform, een grotere samenwerking en bundeling van de krachten. Zoals met Meimaand Fietsmaand. Want anders is het verzilveren van kansen geen vanzelfsprekendheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden